'Tennissers zijn kapotgemaakt'

Marat Safin werkt al maanden aan een terugkeer in het tenniscircuit. Ook voor het toernooi in Ahoy' moest de Rus afzeggen. 'Het seizoen is veel te lang. Spelers worden zo kapotgemaakt.'

Marat Safin: 'Ik zou nooit met Federer willen ruilen. Zijn spel zit dicht tegen perfectie aan. Maar perfectie is ook saai.' Foto AFP Marat Safin of Russia waves to the public at the end of the third round match of the tennis French Open at Roland Garros against Juan Carlos Ferrero of Spain, 28 May 2005 in Paris. Saffin won 7-6(5), 7-5, 1-6, 7-6(2). AFP PHOTO CHRISTOPHE SIMON AFP

Maanden achtereen staat Marat Safin al met een blessure aan zijn linkerknie buitenspel. De geplande rentree in Marseille werd vorige week op het laatste moment afgeblazen. De 26-jarige tennisser had zijn vlucht naar Rotterdam al geboekt, maar ook het ABN Amro-toernooi bleek tot grote teleurstelling van toernooi-directeur Richard Krajicek niet haalbaar.

Zolang Safin niet kan spelen, stapelen de frustraties zich bij hem op. 'Het is heel zwaar om de andere spelers zo aan het begin van het seizoen bezig te zien als je zelf langs de kant staat', zegt Safin in de kantine van een sportschool in de Spaanse stad Valencia. 'Ze pakken punten voor de wereldranglijst en komen langzaam in vorm. Als je aan het revalideren bent moet je steeds maar weer dezelfde vragen beantwoorden. 'Hoe gaat het met je knie?' 'Wanneer kom je terug?' Als het slecht met je gaat wil je daar juist niet over praten. Toch moet ik positief proberen te blijven. Ik kijk er enorm naar uit om weer op die baan te kunnen staan. Ik ben hongerig. Ik wil laten zien wat ik kan.'

Safin staat voor zijn zoveelste comeback in het profcircuit. Als geen ander weet hij dat de buitenwereld zich afvraagt of hij ooit zijn oude niveau weer haalt. 'Ik ga er altijd van uit dat mijn beste tijd voor me ligt. Tennissen verleer je niet. Wat dat betreft is het net als fietsen. Het is alleen moeilijk of misschien wel vrijwel onmogelijk steeds hetzelfde niveau vast te houden. Iedereen heeft te maken met ups en downs. Nou ja, misschien ['s werelds nummer één] Roger Federer niet', stelt Safin lachend. 'Maar ik zou nooit met Federer willen ruilen. Zijn spel zit dicht tegen perfectie aan. Maar perfectie is ook saai. Ik zou niet zo kunnen leven als hij. Dan zou ik helemaal gek worden. Maar ik ben er ook zeker van dat Federer niet met mij zal willen ruilen. Iedereen kiest zijn eigen manier van leven. Je kan niet iemand anders zijn, al zou je het willen. Ik toon mijn emoties op de baan. Dat past bij mij. Later zal ik nooit meer op de baan staan schreeuwen of een racket breken. Dan is alles nog slechts een herinnering. Een mooi verhaal voor mijn kleinkinderen. Ik wil nu genieten van mijn carrière.'

Dat Safin nu met een blessure langs de kant staat is volgens de tennisser mede het gevolg van de overvolle speelkalender. De spelersvakbond ATP heeft weliswaar plannen om het aantal toernooien in de toekomst terug te brengen, maar dat had volgens de oud-winnaar van de US Open en de Australian Open veel eerder moeten gebeuren. 'De laatste jaren is iedereen met zichzelf bezig. Het is allemaal te serieus en te veel geworden. Ik heb het idee dat ze een beetje de weg kwijt zijn geraakt. Maar wie ben ik? Ik heb geen macht. Ik ben slechts een strijder, die in zijn eentje geen oorlog kan winnen. Maar in mijn ogen hadden er allang dingen radicaal anders gemoeten. Spelers zijn kapotgemaakt. Ik heb nooit een fatsoenlijke vakantie gehad zonder dat ik niet hoefde te trainen. Kijk naar tennissers als Nicolas Escudé, Tommy Haas, Thomas Johansson en jullie Sjeng Schalken en Martin Verkerk; allemaal zijn ze er lange tijd uit geweest met blessures. Ik ben daar zelf natuurlijk ook een voorbeeld van. Je bent bijna verplicht week in week uit te spelen. Een behoorlijk schema kun je niet maken. De Russische ijshockeyprof Ilja Kovaltsjoek is één van mijn beste vrienden. Hij speelt in de VS. Daar hebben ze vorig jaar de competitie stilgelegd, omdat de spelers het niet eens waren met de gang van zaken. Ze spelen nu tot mei en hebben dan anderhalve maand echt vakantie. De Davis-Cupfinale is nu in december. Een paar weken later begint het nieuwe seizoen. Ongelooflijk.'

Aan het begin van zijn loopbaan leek Safin zowel fysiek als mentaal de hele wereld aan te kunnen. Bij de US Open van 2000 verbaasde Magic Marat alles en iedereen, inclusief zichzelf, door in de finale Pete Sampras van de baan te vegen. Safin mocht zich op zijn twintigste de nieuwe nummer één van de wereld noemen.

'Vooraf maakten de mensen om me heen nog grappen. 'Het is te hopen dat je een setje pakt tegen Sampras', zeiden ze. Ik had eigenlijk niets te verliezen. Met die instelling stapte ik ook de baan op. Ik wilde de mensen vermaken. Maar het bleek mijn dag te zijn. Een cadeautje van God. Ik was er klaar voor om dat aan te pakken. Het moest zo zijn. Achteraf gezien heb ik misschien wel veel te vroeg de US Open gewonnen. Ik was twintig, had Sampras verslagen en was nummer één. Alle dromen waren plots voorbij. Daar heb ik moeite mee gehad. Alles was te snel gegaan. Ik sloot me af. Anderen begrepen dat niet. Ze vonden me fantastisch en wilden mijn vriend zijn. Ik was een kind van twintig. Ik had behoefte om te praten met mensen die hetzelfde hadden meegemaakt, maar die waren er niet.'

Na de snelle opmars raakte de loopbaan van Safin door fysieke en mentale problemen in verval. De Russische alleskunner kreeg al snel het verwijt dat hij zijn talent aan het verkwisten was. 'Maar wat is talent? Er zijn miljoenen mensen die nooit iets met hun talent hebben gedaan. Ik wel. Maar daar werk ik ook voor. Veel mensen hebben geen idee wat een tennisser allemaal moet doen om te presteren. Die zien op de grote toernooien dat we plezier hebben. We trainen een uurtje per dag en slapen in de beste hotels. De mensen denken dat we altijd zo leven. Zo is het dus niet. Nadat ik in 2002 de finale van de Australian Open verloor (van de Zweed Thomas Johansson, red.) verschenen de wildste verhalen over mij in de kranten. Daar kan ik me niet tegen verweren. Hoe kunnen die journalisten nu in mijn hoofd kijken? Alleen ik weet waar het aan lag. En dat hou ik voor mezelf. Ik kan toch nooit aan de verwachtingen van iedereen voldoen.'

Twee jaar geleden kreeg Safin plots te maken met een probleem dat bedreigend was voor zijn carrière: vliegangst. 'Ik had daar nooit last van gehad, maar ineens was het daar. Alsof er een knop was omgedraaid. Als ik een vliegtuig in stapte, zweette ik als een gek. Mijn kleren waren drijfnat. Ik raakte in paniek. Wat nu?, denk je dan. Ik heb op het punt gestaan om nooit meer te vliegen. Net als jullie voetballer Dennis Bergkamp. Maar dat was voor mij geen optie. Ik moest door. Voor ik ging vliegen nam ik slaappillen. Nu is de angst weg. Als het toestel neerstort dan moet dat maar zo zijn.'

Een vaste woon- en verblijfplaats heeft Safin niet. Hij pendelt op en neer tussen Moskou, Monaco en Valencia. 'In Moskou voel ik me het meeste thuis, maar toch ben ik geen typische Rus. Ik ben een kosmopoliet. Als tiener ben ik naar Spanje vertrokken. In Rusland kon je als jongen niet dromen van een loopbaan als tennisprof. Tennissers kregen altijd iemand mee als ze op reis gingen. Als ze langer dan een kwartier met een buitenlander spraken, mochten ze niet meer weg. Andrei Chesnokov won in Antwerpen een keer 100.000 dollar, maar daarvan mocht hij slechts vijfhonderd dollar zelf houden. Dat is toch belachelijk? In de supermarkten was geen eten. Er was geen shampoo, er was niets. Verschrikkelijk. Ik heb het geluk gehad dat alles veranderde. Via de contacten van mijn moeder kon ik op mijn dertiende naar Spanje. Eenvoudig was dat niet, maar ik heb me er doorheen gesleept. Nu voelt Valencia als een tweede thuis.'

Als jong talent stapte Safin jaren achtereen met tegenzin de baan op. Zijn moeder had hem voor de keuze gesteld: tennissen of studeren. 'Ik wilde eigenlijk veel liever voetballen, maar dat mocht - godzijdank achteraf - niet van mijn moeder. Ik vond het tennis maar saai. Steeds maar weer die muur tegenover je. Ik haatte het soms, maar studeren vond ik nog veel erger. Pas op mijn zestiende begon ik tennis pas echt leuk te vinden. Toen ik mijn eerste geldbedrag won, ben ik ook gaan geloven in een toekomst als prof. Het motiveert toch als je een cheque in je handen krijgt.'

Safin mag zich sinds 1997 officieel proftennisser noemen. Hoewel zijn vader directeur van een tennisschool is en zijn moeder tennislerares, heeft hij zijn ouders bewust op afstand gehouden. 'Mijn moeder is mijn moeder. Die moet zich niet met tennis bemoeien. Ik ben ook blij dat mijn zusje (prof Dinara Safina, red.) nu haar eigen coach heeft. Ik haat het wanneer ik ouders langs de baan met hun kinderen bezig zie. Wat dat betreft is het vrouwentennis a joke. Overal waar je komt zie je vaders en moeders coachen. Ik vind het niks. Het lijkt wel een kindercreche. Dat heeft met profsport weinig te maken.'

Safin heeft wel veel respect voor zijn landgenote Anna Koernikova, die hij al van jongs af aan kent. In zijn ogen heeft ze als tennissend topmodel de deuren in Rusland geopend voor een hele nieuwe generatie, maar krijgt ze daar niet de credits voor. 'Je kunt zeggen wat je wilt, maar Koernikova heeft het vrouwentennis op de kaart gezet. Ik ken haar vanaf mijn zesde. Ze is vaak door een hel gegaan. Ze krijgt voortdurend kritiek. Zo zou ze geen echte Russin zijn. Who cares? Zonder Koernikova zouden Elena Dementjeva, Maria Sjarapova en al die anderen er nooit geweest zijn. Laat ze hun mond houden. Ik hoop dat Koernikova snel terugkomt. Ze verdient het.'

Safin weet uit ervaring hoe moeilijk het is om én fit te blijven én te presteren. De enige tennisser die daar vrijwel constant in slaagt is Federer. Een jaar geleden dacht Safin de Zwitser nog serieus naar de kroon te kunnen steken. In de halve finale van de Australian Open behaalde Safin een bijna historische zege op hem. 'Die partij in Melbourne was van een ongelooflijk niveau. Maar het was vooral een mentaal gevecht. Ik had het gevoel dat ik die dag een kans had. Het was raar voor hem dat zijn voormalige coach Peter Lundgren nu in mijn box zat. Het mooie was wel dat Federer daar heel rustig mee om ging. Hij is een gentleman, die ook tegen zijn verlies kan. Na afloop van de partij keek hij me recht in de ogen en zei oprecht: 'Well done, Marat.' Als een echte man accepteerde hij zijn nederlaag. Dat kan niet iedereen.'

Al snel na de Australian Open werd Safin opnieuw teruggeworpen met een knieblessure. Tegen beter weten in speelde hij maanden door met pijnstillers, maar 2005 werd toch grotendeels een verloren jaar. Dit seizoen heeft hij dan ook één groot doel: honderd procent fit worden. 'Pas als mijn lichaam helemaal in orde is, kan ik verder kijken. Tot die tijd leef ik vooral van dag tot dag. Maar de honger in mij is echt nog niet gestild.'