Salamitactiek

Hadjar Benmiloud (16) over de kunst van je ergens onderuit te keuvelen - zoals spijbelen

Onder docenten, afdelingsleiders, schoolhoofden, leerplichtambtenaren en andere nummermasturbanten sta ik bekend om mijn afwezigheidspercentage.

Dat schommelt door de jaren heen zo tussen de 60 en 80 procent, dus er kan in ieder geval gezegd worden dat ik vrij stabiel ben in mijn afwezigheid. Dat ik dit patroon al die tijd heb mogen volhouden zonder te moeten verblijven in een martelkamer, ik noem maar wat, is niet vanzelfsprekend, en erg stoer vind ik zelf.

Helaas leidt het hebben van een uitzonderingspositie, zeker op de middelbare school, vrijwel altijd tot het fungeren als roddelmagneet. Zo konden mijn schoolgenootjes maar moeilijk verdragen dat ik slechts één dag per week 'hallo!' kwam zeggen zonder daar grondig voor gestraft te worden, en probeerde men dit te verklaren met zielige theorietjes waar de gemiddelde kwijlende autist nog iets beters van had kunnen maken. Origineel waren ze helaas niet: het ging over mij en seks (het verleiden van een schoolhoofd), mij en geld (het omkopen van een schoolhoofd) of mij en geweld (het castreren van een schoolhoofd). Belachelijke combinaties. Van mijn vrouwelijke vormen heb ik nooit gebruik gemaakt, en een beroep doen op mijn karige bankrekening of zwakzinnige karatekunsten zal ik al helemaal uit mijn onvoorstelbaar mooie hoofd laten.

Mijn bespelingen van de schoolleiding waren gebaseerd op argumentatie: met verve toverde ik redeneringen uit de lucht, citeerde ik schrijvers en filosofen uit het verleden en verzon ik fantasierijke verhalen zonder daadwerkelijk te liegen. Kortom: ik kan leuk lullen.

Het zinnetje 'het gaat er niet om wat je zegt, maar om hóe je het zegt' wordt (vooral door mij) te pas en te onpas gebruikt in ruzies en analytische sessies, maar ondanks het zeikerige toontje kan niemand twijfelen aan de waarheid ervan. Met een creatief redeneervermogen klinkt de grootste onzin aannemelijk. Een nieuw kunstje is het niet: de wetten van de retorica stammen uit het tijdperk dat mensen in meerdere goden geloofden en in groepsverband naar de wc gaan een geaccepteerde hobby was. Maar voor een persoon met een gemiddeld IQ is de leer van Aristoteles net iets te hoog gegrepen. Daarom is de nu door mij gebruikte methode de salamitactiek: gooi je voorstel of mening niet plotsklaps op tafel, maar dien deze plakje voor plakje op.

Denk maar aan het arsenicum waarmee Napoleon werd vergiftigd: na vele mislukte pogingen vond Nappie zijn dood door een jarenlange stiekeme vergiftiging. Salami is alleen te behappen in kleine delen; niemand zal het waarderen als je iemand dwingt je zelfgemaakte salami te deepthroaten, laat staan dat je daarmee je tegenstander overtuigt. De salamitactiek is uitermate geschikt als je, zoals ik, niet van nature over een bepaalde subtiliteit beschikt. Helaas heeft de tactiek, net als salami, een houdbaarheidsdatum.

Je overal onderuit kunnen keuvelen is geen geschikt middel voor de lange termijn. Na vier jaar gebeurde het mij dat de schoolleiding ter plekke alle plakjes salami uitbraakte en spontaan besloot vegetariër te worden. Ik voelde me een beetje genaaid, om het maar even heel plat te zeggen, toen ik in de inmiddels geel geworden stukjes knoflook staarde en mijn uitschrijfbrief toegeworpen kreeg.

Na veel gesputter moest ik het toegeven: ik kon nu eens niemand de schuld geven, mijn chaos had ik geheel zelf gecreëerd. Dolenthousiast door mijn succes gebruikte ik mijn magische overtuigingskrachten niet alleen in overvloed, maar vooral ook op mezelf. En dat is waar drugsdealers in junkies veranderen, advocaten in criminelen en psychiaters in gekken; een overmatig gebruik van het redeervermogen. Ik overtuigde mezelf ervan overal boven te staan en accepteerde geen enkele feedback meer, waardoor iedere vorm van discipline als sneeuw voor de zon verdween. Het is niet de domme luilak die we verachten, maar de zelfoverschattende nietsnut.

Je kent ze wel, mensen met een onwaarschijnlijke arrogantie waarbij het volstrekt onduidelijk is waar ze nou zo trots op zijn. Mijn kamer is een rotzooi, en op mijn heupen vermenigvuldigen zich vetcellen in een rap tempo, maar ik houd mezelf voor dat ik het te druk heb om daar mee bezig te zijn. En dat ik mijn huiswerk niet maak en deadlines niet haal, dat komt natuurlijk doordat ik zo vreselijk overspannen ben van die eh andere dingen. Wie houd ik nou voor de gek? Die Grieken, met hun prachtige retorica, overtuigden niet alleen elkaar maar ook zichzelf van hun goddelijkheid. Ze gaven (net als wij, overigens) ongestoord toe aan de laagste menselijke lusten, maar ze presenteerden het leuk en zo kwamen ze er niet alleen mee weg, maar stimuleerden ze het wangedrag zelfs. Waar ze uiteindelijk, net als ik, natuurlijk alleen maar zichzelf mee hadden. Ze zijn nu uitgestorven, of niet soms?

Bij een misstap die je één keer begaat, is het fijn jezelf er uit te kunnen kletsen om je gezicht niet te hoeven verliezen. Maar als je hier je levenswijze van maakt, ga je je eigen onzin geloven en ben je niet meer kritisch tegenover jezelf. Alles goed kunnen praten tegenover anderen en later ook voor jezelf, vernietigt iedere motivatie iets aan jezelf te verbeteren. Mijn devies luidt als volgt: wees lekker onzeker, trap jezelf zo nu en dan de grond in en huil je iedere nacht in slaap, dan zul je misschien nog iets bereiken in het leven op aarde. Argumentatie is dodelijk.