Religiekritiek

Bij de vrijheid van meningsuiting moeten we respect tonen voor religies, wordt nu van vele kanten betoogd. Wat zijn de consequenties daarvan voor de filosofische en wetenschappelijke religiekritiek zoals die sinds de 19de eeuw tot ontwikkeling is gekomen? Die kritiek toont namelijk weinig respect voor allerlei traditionele religieuze geloofswaarheden.

Neem de evolutietheorie. Die zaagt genadeloos aan de poten van traditionele godsdiensten als de islam. Zelfs een door prominente christelijk gezinde wetenschappers gelanceerd concept als Intelligent Design stuit op onbegrip, op spot en hoon. Wie na Darwin nog in God gelooft, is gek, riep Volkskrant-columnist R. Plasterk onlangs uit. Kan dat nog als we uitgaan van dat nu zo sterk benadrukte respect-criterium? Dan zullen ook godsdienstcritici als Rudy Kousbroek, Gerrit Komrij, Maarten ’t Hart, Jaap van Heerden e.a. moeten inbinden. Zij zien in religies een achterlijk fenomeen en in het ridiculiseren ervan de beste reactie op het schrikbewind van verzinsels dat die religies in hun ogen ui toefenen. De nu zo omstreden Mohammed-cartoons zijn een artistieke uiting van wat deze godsdienstcritici bepleiten.

Het gaat er hier niet om of men het al of niet eens is met de inhoud van deze en andere religiekritiek, maar om de vraag in hoeverre religiekritiek nog blijft vallen binnen de grenzen van legitieme vrije meningsuiting als het respect voor religies zoveel nadruk krijgt als nu het geval is in het huidige islamdebat.