Omgekeerde kennisparadox

In zijn column begeeft Piet Borst zich deze keer op een terrein waar ik me nu eens deskundiger waan. Borst stelt dat het Nederlands gezondheidsonderzoek gekenmerkt wordt door hoge kwaliteit (teller) voor weinig geld (noemer). Hij verontschuldigt zich al dat hij zich 'niet baseert op systematisch onderzoek'.

Eerst de noemer. De overheidsuitgaven voor gezondheidsonderzoek verschillen binnen West-Europa niet veel. Nederland is een middenmoter. Deze landen verschillen onderling wel behoorlijk in hun industriële R&D (research and development, red.) uitgaven voor gezondheid. Met name de farmaceutische R&D uitgaven zijn in Nederland laag. De uitgaven gerelateerd aan het bruto nationaal product zijn in West-Europa evenwel aanzienlijk lager dan in de VS. In de uitgaven (de noemer) doet Nederland het in West-Europa niet opvallend slecht, alleen West-Europa wel ten opzichte van Amerika.

Dan de teller. De gemiddelde kwaliteit van het gezondheidsonderzoek is in West-Europa beduidend hoger dan in Amerika. Nederland behoort hierin tot de kopgroep in West-Europa. Toch zit de echte wereldtop van het gezondheidsonderzoek wel in Amerika. Amerika kent namelijk een uiterst competitief systeem van 'the winner takes it all' met als gevolg dat de goede groepen in Amerika groter én beter zijn dan in West-Europa, het continent waaruit een flink deel van de Amerikaanse toppers overigens wel afkomstig is! Dit fenomeen gaat in Amerika echter ten koste van zeer veel slecht presterende groepen. De gemiddelde kwaliteit in Amerika is dus lager.

Het Amerikaanse systeem is dus inefficiënt (lagere gemiddelde kwaliteit voor meer geld), maar levert paradoxaal ook het beste toponderzoek op. Veel olympische medailles, slechte volksgezondheid!

Nederland is een land waar de kwaliteit van het oeuvre van groepen hoog is, maar het groepsoeuvre is gemiddeld klein omdat de groepen klein zijn. Nederland deelt wetenschappelijk gezien veel speldenprikken maar nauwelijks mokerslagen uit. Toch niet zo gek dus, het streven van het Nederlands wetenschapsbeleid naar meer focus en massa? Het verbaast me als eminente medische wetenschappers (daarin staat Piet Borst niet alleen) zich tegenstander verklaren van de thematische inslag van NWO, waar nu eens het maatschappelijke en niet het wetenschappelijke vraagstuk voorop staat. Tegelijkertijd klagen zij over de geringe aandacht voor het gezondheidsvraagstuk waar zij zelf aan werken. Over paradoxen gesproken. Juist het gezondheidsonderzoek ontleent zijn bestaansrecht en financiering niet in het minst aan de aanpak van evident belangrijke maatschappelijke vraagstukken.

Een voorstel: zullen we het nu eens echt hebben over wetenschapsbeleid? Namelijk het zoeken van een goede balans tussen maatschappelijke vraagstukken en de wetenschappelijke uitdagingen, mogelijkheden én beperkingen alsmede het daarbinnen zoeken van een goede balans tussen korte én lange termijn.