Methode 'hop'

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage. Vandaag leert ze van 'Kabouter Plop' toucheren volgens de methode 'hop'.

'Een week lang met je vinger in anussen voelen en lullen bekijken.' Op zoek naar de afdeling urologie, weerklinken de woorden van Hugo, mijn mede-co, door mijn hoofd.

Een wachtkamer vol nerveuze mannen. Het bordje boven hun hoofd vertelt me dat ik goed zit. Ik open een willekeurige deur. Binnen zit de doktersassistente achter een microscoop. 'Wacht even', zegt ze, 'even opschrijven: éénentwintig per blikveld. Dus nét te weinig. Kijk maar.'

Ik tuur door het apparaat en zie een vijver vol guppies. 'Semenanalyse. Ze leveren hier hun kwakkie in en wij kijken wat eraan mankeert', grijnst ze. 'Jij loopt deze week met ons mee?' Ik knik en ze gaat me voor naar de spreekkamer.

De uroloog springt op van zijn stoel, als we binnenkomen. Hij ziet eruit als een soort Kabouter Plop: een klein, vrolijk mannetje met een lange grijze baard.

'Toucheren en prostaten beoordelen', zegt hij. 'Ik leer het je in een week. Het is de énige kans in je medische carrière om het goed te leren. Dus benut hem. Zorg dat je áltijd achter me klaar staat met een handschoen aan. Hier, stop er tien in je jaszak. Zodra ik getoucheerd heb, vraag ik de patiënt of jij ook mag en hop.'

Ik moet mijn lachen inhouden bij dat 'hop'. Even denk ik terug aan de les 'rectaal toucheren' in het vierde studiejaar. Door twee 'docenten' werden we, in groepjes van twee, in drie uur opgeleid tot 'emotioneel verantwoord toucheerder'. 'Bespreek altijd goed met je patiënt wat zijn gevoelens en verwachtingen zijn', werd ons uitgelegd, waarna we op (in?) hen in alle rust ons eerste touché mochten oefenen. 'Zorg dat je later geen gevoelloze arts wordt, trek voor een touché gerust een halfuur uit' drukten ze ons op het hart. En we beloofden plechtig.

Maar vandaag is die hele les door dokter Plop in één woord samengevat: 'hop'.

En een treffender samenvatting is er niet, besef ik, aan het eind van zijn spreekuur. In één ochtend heb ik achttien keer 'gehopt'. De procedure gaat als volgt: patiënt komt binnen en neemt plaats. Dokter Plop vraagt hem in drie minuten wat hij moet weten: 'Uitplassen? Erectiestoornissen? Nadruppelen? Slappe straal?' Vervolgens gaat de broek naar beneden en buigt het slachtoffer voorover tegen de onderzoeksbank. 'Dit is de énige goede houding om een prostaat te beoordelen', licht dokter Plop toe, en steekt zijn wijsvinger in de anus. 'Is het goed als de co-assistent ook even voelt?' Het slachtoffer knikt, ik doe een stap naar voren en verleng de procedure met hoogstens twintig seconden. 'Glad slijmvlies, symmetrische, licht vergrote prostaat, zonder onregelmatigheden', zeg ik, en dr. Plop knikt tevreden. 'Kleedt u zich maar weer aan. Alles is prima. Tot over een halfjaar.' Een minuut later loopt ons slachtoffer opgelucht de deur weer uit. Ik kijk op mijn horloge: zeveneneenhalve minuut.

Tijdens de lunch zoek ik Hugo op. Ik ben nog steeds van mijn stuk door de methode 'hop'. Doe ik nu wat ik zo plechtig beloofd had nooit te doen? Creëren we hier patiënten met hop-complexen?

Ik vraag Hugo waar hij, als patiënt, voor zou kiezen. En hij schiet hij in de lach. 'Geef mij maar twee minuten 'hop' in plaats van een halfuur emotioneel verantwoord geouwehoer.'