Met de kalasjnikov tegen de vogelgriep

In Kaduna, epicentrum van de vogelgriep in Nigeria, gaat men de ziekte met benzine en kalasjnikovs te lijf. Niet heel systematisch, maar toch. Van verontrusting is geen sprake, en iedereen blijft kip eten.

Kunnen de Nigerianen nog steeds kip eten? Dat is de vraag die iedereen bezighoudt, kakelt de presentatrice van het programma Health Reports op een zonnige vrijdagochtend. Ze stelt de bevolking gerust. Ja, kip kan, mits het vlees flink doorgekookt wordt. Ook adviseert ze nooit één en dezelfde snijplank voor groenten en kip te gebruiken. En goed de handen te wassen. Vergelijkbaar advies kwam eerder deze week van een columnist van het dagblad Daily Sun. Maar hij maakte zich ook boos over de vogelgriep. Die rare blanken ook altijd, met hun angst voor de dood. 'We mogen niet meer roken, we mogen niet meer drinken, we mogen geen rood vlees meer eten, en nu mogen we zeker ook al geen kip meer?' Nou, daar trekt hij zich niets van aan. 'Ik ben naar een fastfood-restaurant gegaan en heb goed doorgekookte kip besteld.'

Tien dagen nadat in Nigeria de vogelgriep is aangetroffen, lijkt de opschudding over de ziekte beperkt tot de vraag of kip op het menu mag blijven staan. Het virus is alweer door politieke kwesties van de voorpagina's verdrongen. De ziekte heeft in drie deelstaten toegeslagen, maar het is volstrekt onduidelijk hoe en door wie de bestrijding van het virus wordt gecoördineerd. In de Nigeriaanse hoofdstad Abuja wordt vooral intensief vergaderd.

Ook in de droge, noordelijke staat Kaduna is van verontrusting weinig te merken. Hier werd de vogelgriep voor het eerst ontdekt. De eigenaar van de grote pluimveeboerderij Sambawa Farms sloeg alarm toen duizenden kippen binnen enkele dagen stierven. Onderzoekers van de plaatselijke universiteit constateerden vogelgriep en lieten de resterende kippen afmaken. Tweehonderd struisvogels werden met kalasjnikovs neergemaaid. Halverwege de slachting waren de kogels op. Toen een nieuwe voorraad kogels was gehaald, konden de autoriteiten melden dat de operatie was voltooid.

Is het virus daarmee uit Kaduna verdwenen? Dat is moeilijk te zeggen, verklaart het hoofd van de task force vogelgriep in het sleetse kantoor van het ministerie van Gezondheidszorg. 'De bevolking is uitgebreid voorgelicht en we hopen dat we het probleem zo snel mogelijk hebben geregeld', zegt dokter Aboubacar Bala. Hij heeft het erg druk, want hij moet in overleg met de pluimveehoudersvereniging. Daarna arriveert een team specialisten van de federale overheid. Als alles volgens plan verloopt, want tussen droom en daad staan in Nigeria vele praktische bezwaren. Zo is van de beloofde quarantaine rond Sambawa Farms nog geen sprake en blijft de pluimveemarkt in de stad voorlopig gewoon open. 'We willen geen paniek zaaien', zegt Bala. Op de vraag hoeveel inwoners van de miljoenenstad Kaduna kippen houden, blijft hij het antwoord schuldig. Bijna iedereen heeft kippen rondlopen. Afrikanen en kippen kunnen niet zonder elkaar. Bala: 'We vragen alle pluimveehouders zich te laten registreren. We hebben geen overzicht.'

In het ministerie van Landbouw komt de onmacht van de autoriteiten pas goed aan het licht. De directeur van de veterinaire dienst zit te wachten op een medewerker die gisteren nog 800 kippen heeft afgemaakt. Hij heeft 'enkele' meldingen van massale kippensterfte binnengekregen maar vraagt zich hardop af wat hij daarover kwijt kan aan de pers. 'Er is een logistiek probleem', zucht de directeur, die zichtbaar in verlegenheid is gebracht en niet met zijn naam in de krant wil. 'We hebben geen benzine.'

Toch gaat het team onder leiding van de inmiddels gearriveerde landbouwkundig medewerker op pad. Het is een vriendelijke oudere man die zich voorstelt als Sylvanus Babachory, nadat hij twee jerrycans met benzine heeft gevuld. Samen met drie mannen in sjofele overalls en groezelige plastic handschoenen klimt hij in een pick-up truck om naar een openbare meisjesschool middenin de stad te rijden.

Aan de rand van het stoffige terrein, op een steenworp afstand van de schoollokalen, woont een tiental ambtenaren. Mevrouw Talatu Zubairu heeft twee kippenrennen van leem aan haar huisje gebouwd. 'Ik wilde me voorbereiden op mijn pensioen', zegt ze gelaten. Woensdag waren alle kippen in de ene ren dood. De honderden kippen in de andere ren zijn ogenschijnlijk gezond. Toch heeft ze de veterinaire dienst gebeld. Zubaira wijst naar twee kippenlijken op het erf. 'Ik vermoedde dat ze die wilden onderzoeken. Ik ben gewend aan dierziektes, maar ik dacht: dit moet die infectie zijn.'

Babachory scherpt een mes en stuurt een van zijn assistenten de ren in. Onder een wolk van opwaaiend stof en veren worden de kippen gekeeld en in een zak gepropt. Na een half uur zitten de schedels van de vier mannen vol donsveertjes. De volle zakken worden meters verderop geleegd door een zwijgzame man op blote voeten. Gefascineerde schoolmeisjes kijken vol afschuw toe. Niemand slaat acht op de scharrelkippen rond de leslokalen. Aan de rottende kippenlijken die elders in een gootje liggen, wordt evenmin aandacht besteed. Een van de mannen onderdrukt een gilletje van opwinding als uiteindelijk de met benzine overgoten kippenberg in brand wordt gestoken. De rennen worden gedesinfecteerd, mevrouw Zubairu trekt zich terug in haar keuken, en de motor van de pick-up wordt weer gestart. 'Op Sambawa Farms hadden we een bulldozer om een geul te graven', zegt Babachory tevreden. 'Maar zo gaat het ook.'

www.nrc.nl: dossier vogelgriep