'Meerderheid schaatsers gebruikt geen doping'

Schaatsers gebruiken vrij- wel zeker geen epo, stelt bewegingswetenschapper en oud-topschaatser Harm Kuipers (58).

Uit onderzoek van Harm Kuipers, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht, blijkt dat het eiwithormoon epo in de schaatssport vrijwel zeker niet wordt gebruikt. Zijn bevinding is gebaseerd op een vergelijking van de hemoglobinewaarden van alle topschaatsers met hun resultaten over de laatste vijf jaar. Het onderzoek is geaccepteerd door het wetenschappelijke tijdschrift International Journal of Sportsmedicine en wordt binnenkort gepubliceerd.

Kuipers kwam op het idee nadat zijn Amerikaanse collega Jim Stray Gundersen van de universiteit in Salt Lake City de resultaten van bloedtesten onder langlaufers had afgezet tegen hun prestaties. Hij toonde een verband aan tussen het resultaat en de bloedwaarde; de betere skilopers hadden het hoogste gehalte aan hemoglobine.

Als lid van de medische commissie van de internationale schaatsunie (ISU) riep dat bij Kuipers de vraag op of bij schaatsers van eenzelfde samenhang sprake was. Hij classificeerde de schaatsers naar niveaus en koppelde per schaatser, over een periode van vijf jaar, alle in een databank opgeslagen hemoglobinewaarden aan hun uitslagen.

Kuipers: 'Ik trof geen verschil aan tussen de cracks en de 'krukken'. Sterker: in een enkel geval bleken mindere schaatsers zelfs een hogere hemoglobinewaarde te hebben. Verder heb ik gekeken of er de afgelopen vijf jaar sprake was van uitschieters bij bloedtesten. En dat was evenmin het geval. Tenslotte heb ik de hemoglobinewaarden van schaatsers afgezet tegen die van 'normale' mensen. Bij manipulatie zouden de uitkomsten onder sporters een sterk afwijkende curve moeten vertonen. Maar dat was niet zo. De hemoglobinewaarde van de schaatsers kwam overeen met die van een doorsnee populatie.'

Hoewel hij gebruik van epo onder schaatsers vrijwel zeker uitsluit, geeft Kuipers geen harde garantie. 'Je kunt nooit zeggen dat een sport honderd procent schoon is; ik kan alleen stellen dat de meeste schaatsers clean zijn. Dat geldt voor epo, maar ook voor dopegebruik onder schaatsers in het algemeen. En als er incidenteel een positief geval is, zoals vorig jaar met de op anabole steroïden betrapte Wit-Russin Kotjoega, betreft het vrijwel altijd iemand uit Oost-Europa. Hoe dat komt? Ik denk door de naijlende invloed van het communisme, toen de mensen van bovenaf werden gedicteerd. In die landen komt de kennis niet altijd bij de sporters terecht, hoewel ik verwacht dat het op den duur wel zal verbeteren.'

De stelligheid van Kuipers over het ontbreken van epo-gebruik onder schaatsers is mede gebaseerd op de betrouwbaarheid van hemoglobinetesten en niet op metingen van hematocriet, zoals onder andere in de wielersport gebeurt. Kuipers: 'De hematrocrietwaarde is het percentage rode bloedcellen. Dat volume is manipuleerbaar, doordat cellen kunnen zwellen. Als daar sprake van is, verandert de verhouding tussen de bloedcellen en het vocht waarin ze drijven. In dat geval wijzigt ook de hematocrietwaarde. Maar hemoglobine zit in de bloedcel zelf en verandert nooit. Die meting is honderd procent betrouwbaar. Dat niet alle sportbonden hemoglobine meten in plaats van hematocriet, zal wel met de aanschaf van apparatuur te maken hebben.'

Terwijl de schaatsers volgens Kuipers keurig binnen de maximaal toegestane normen (165 gram per liter voor vrouwen en 180 gram per liter voor mannen) blijven, kregen twaalf langlaufers vorige week bij de Winterspelen een startverbod wegens te hoge hemoglobinewaarden. Maar Kuipers, die voor de ISU in Turijn aanwezig is, wil daar niets over zeggen, omdat hij niet op de hoogte is van de regels van de internationale skifederatie (FIS).

Spraakzamer is de oud-schaatser en wereldkampioen allround in 1975 over genetische doping, volgens hem hét grote gevaar voor de sportwereld. 'Zodra we aan mensen sleutelen, gaan we de verkeerde kant op. Ik weet al dat er wordt geëxperimenteerd met een epo-gen. Probleem is dat we er nog geen controle over hebben. Vergelijk het met een auto die niet te stoppen is. Een groot probleem bij genetische doping is, dat de effecten oncontroleerbaar zijn en elke genetische verandering van een mens niet terug te draaien is. Nee, ik denk niet dat genetische doping bij deze Spelen al toegepast wordt. Zeker bij schaatsen niet; andere sporten kan ik niet overzien. Maar het is een ontwikkeling waar het Internationaal Olympisch Comité en het wereldantidopingbureau WADA zeer alert op moeten zijn.'

Kuipers is het oneens met deskundigen die beweren dat detectie van genetische doping niet mogelijk is. Volgens de Maastrichtse wetenschapper moeten sportfederaties nu al overgaan tot het testen van junioren. Op die manier kunnen profielen in kaart worden gebracht en later op veranderingen worden geanticipeerd. 'Je moet jongeren volgen zo lang de genetica normaal is. Dan heb je vergelijkingsmateriaal in geval sprake is van verdachte veranderingen zodra ze senior zijn. Intussen moeten moleculaire biologen de aanzet tot een detectiemethode geven. Zij zijn de deskundigen en zullen met de antwoorden moeten komen.'