Meeklappen bij Chinese opera

De Nationale Reisopera onderhandelt met Chinese censoren over een Nederlands-Chinese opera, 'Hôtel de Pékin', die moet worden vertoond in Enschede en Shanghai.

'Een godsgeschenk' noemt directeur Zhang Guoyong van de Opera van Shanghai zijn contact met de Nationale Reisopera in Enschede. Zhang houdt kantoor in een prachtig gerestaureerde Franse villa in de oude concessiewijk van Shanghai. Overal klinkt westerse klassieke muziek uit de oefenruimtes.

'Westerse opera is in China nog vrijwel onbekend. We moeten die traditie hier nog introduceren', zegt Zhang. Voor hem liggen programmaboekjes van de opera Tea van Tan Dun en van de musical Cats van Andrew Lloyd Webber. Zhang wil de opera business op een hoger peil brengen. De Nationale Reisopera moet hem daarbij helpen met de opera Hôtel de Pékin.

In 2010, als er een Wereldtentoonstelling in Shanghai is, moet de stad meer bieden dan de eeuwige Chinese acrobatiek, vindt Zhang. 'China is een toekomstige wereldmacht. Dat bereik je niet alleen door militair en economisch de concurrentie met het westen aan te gaan, we moeten ook de culturele strijd aan. Ik wil leren hoe je een goede opera maakt, zodat we het daarna ook zelf kunnen. Nu heeft God gelukkig Guus, Friso en Willem op mijn pad gebracht.'

Guus Mostart, de intendant van de Nationale Reisopera uit Enschede, componist Willem Jeths en librettist Haverkamp werken aan Hôtel de Pékin waarmee in september 2008 het nieuwe muziektheater in Enschede wordt geopend. Daarna reist de voorstelling met dezelfde Nederlands-Chinese cast naar Shanghai.

Die opera van Jeths en Haverkamp is anders dan de opera's die Zhang normaal brengt. Vorig jaar ensceneerde hij de Leningrad-symfonie van Sjostakovitsj voor de opening van een nieuw operacomplex in Pudong, het moderne zakendistrict van Shanghai. Het verhaal van de heroïsche strijd van het Russische Rode Leger tegen de nazi's past precies in een actuele Chinese campagne rond de Tweede Wereldoorlog. China en Rusland werden als de goeden gesteld tegenover Duitsland en vooral Japan als belichaming van het kwaad. Die campagne begon toen Japan aanspraak maakte op een permanent lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad, waartegen China zich fel verzet.

Het libretto van Haverkamp is juist geen eendimensionale vertelling over de strijd tussen goed en kwaad. Zijn opera gaat over de Chinese keizerin-moeder Tsui-hsi, omstreeks 1900 in China één van de belangrijkste politieke machtsfactoren. China ziet haar als de verpersoonlijking van het kwaad, ze vertegenwoordigt bij uitstek de wreedheid en corruptie van de laatste periode van China's keizerrijk, een slechtere vrouw is nauwelijks denkbaar.

Daarmee begonnen voor Haverkamp de problemen. In zijn libretto laat hij Tsui-hsi nadenken over haar leven en over wat ze voor China heeft betekend. Hij geeft haar diepte, menselijkheid en complexiteit mee die verwarrend is voor de Chinese censoren. Haverkamp: 'Ze willen 'zie eens wat een loeder en een secreet' als boodschap.'

Een van de Chinese betrokkenen verklaart de bezwaren tegen het stuk wat anders. 'De censoren willen niet dat een buitenlander afwijkt van de officiële zienswijze. Áls het oordeel over Tsui-hsi al moet worden herzien, dan toch zeker niet door een buitenlander en alleen op het moment dat dat China uitkomt.'

De Nederlandse sinoloog Robin Ruizendaal, die de Volksrepubliek China verruilde voor Taiwan, zegt: 'In China mogen buitenlanders bij culturele activiteiten alleen meeklappen om hun goedkeuring en bewondering voor wat China doet te uiten en zo de status van China te verhogen. Je mag niet werkelijk meepraten. In Taiwan mag dat wel.'

Haverkamp is bereid tot compromissen, want hij wil zijn opera ook in China vertonen. Maar compromitteren wil hij zich niet. 'De opera gaat over de laatste twee uur in het leven van Tsui-hsi. Ze komt tot een kritische blik op wat ze heeft gedaan en misdaan. Dat wil ik graag overeind houden. Als ik dat zonder meer moet laten vallen, moet ik nee zeggen.'

Staatssecretaris Medy van der Laan (cultuur), vorig jaar in China om een akkoord te ondertekenen over nauwere culturele banden, hoopt dat Nederlands-Chinese samenwerking kan leiden tot minder censuur in China. Nederland moet volgens haar tonen dat je kunstbeleid kunt voeren zonder censuur. Haverkamp: 'Van der Laans idee lijkt me rijkelijk naïef.'

Het probleem voor kunstenaars in China is: hoe formuleer je een reflectie op de maatschappij zonder dat je meteen in conflict komt met orthodoxe overheidsopvattingen? Zhang heeft een eenvoudige oplossing: kunst hoeft helemaal niet inhoudelijk te zijn. 'Kunst moet vooral appelleren aan ons gevoel van schoonheid', zegt hij. 'Een interpretatie van de geschiedenis kunnen we beter overlaten aan politici, historici en sociologen.'

Zijn opvatting lijkt een reactie op het recente communistische verleden, waarbij alle kunst juist een ideologische relevantie moest hebben en nooit alleen maar mooi of amusant mocht zijn. Zhang geeft toe dat een kunstenaar ook een denker en een filosoof kan zijn. 'Maar als het publiek dat niet accepteert, heeft het geen zin. Voor mij als kunstenaar is het allerbelangrijkste dat ik een publiek weet te vinden.'

Daarin wijkt Zhang niet eens zo sterk af van Haverkamp. Hij heeft er veel voor over om zijn opera in Shanghai te laten zien. 'Er is een intelligentsia in China, een zeer strijdbare intellectuele bovenlaag, die mogelijk meer nadenkt dan wij in West-Europa. Als je te snel opgeeft, verwaarloos je die kompanen in China. Als de mensen zich hier blijven verweren, is wel het minste dat ik zo lang mogelijk volhoud om met hen samen te werken aan een opera.'