Laat Witte Boekje de plaats krijgen die het verdient

Ik ben buitengewoon ingenomen met het initiatief van deze krant en de andere Nederlandse kwaliteitskranten naar aanleiding van de voornemens van de Nederlandse Taalunie. Ik heb bij verschijning terstond het nieuwe Groene Boekje aangeschaft, en ben toen danig geschrokken van alle nieuwigheden die het bevat. Nieuwigheden die onbegrijpelijk zijn en nieuwigheden die het taalgebruik alleen maar bemoeilijken in plaats van vergemakkelijken. Wat bezielt de bureaucratische schriftgeleerden van de Nederlandse Taalunie? Waarom luisteren zij niet naar degenen die met het Nederlands omgaan om in de dagelijks nieuwsbehoefte van miljoenen Nederlandstaligen te voorzien?

Tot degenen die streven naar een verantwoord en zinvol taalgebruik reken ik mijzelf, ook op de bescheiden schaal waarin ik naar buiten treed. Aan zo’n taalgebruik staat het nieuwe Groene Boekje naar mijn overtuiging eerder in de weg dan dat het daaraan bijdraagt. Ik ben dan ook voornemens mij van het nieuwe Groene Boekje niet méér aan te trekken dat ik verantwoord en zinvol acht.

Ik behoor tot de leerlingen van dr. C.C. de Bruijn, in de veertiger jaren van de vorige eeuw leraar Nederlands aan het Marnix Gymnasium te Rotterdam, later hoogleraar aan de Universiteit Leiden. In 1947 kregen wij te maken met een nieuwe spelling. De Bruijn hield ons toen voortdurend voor dat wij bij het maken van onze opstellen, uittreksels en vertalingen een voorbeeld moesten nemen aan het taal- en stijlgebruik van de toenmalige Nieuwe Rotterdamsche Courant.

Van harte hoop ik dat uw krant en de andere Nederlandse kwaliteitskranten en sympathiserende media er in slagen het Witte Boekje de plaats te geven die het verdient.