Je bent het dek aan het schrobben en ineens zie je een ijsberg

'Toen ik hoorde dat Greenpeace zou gaan beginnen met een campagne voor de bescherming van oceanen, heb ik geen moment getwijfeld. Ik heb mijn baan als management-adviseur bij de gemeente Amsterdam opgezegd en heb 'ja' gezegd.

Jetske Nagtglas: 'Er is niet eens vraag naar walvisvlees. De Japanners proberen het nu als walvisburger aan de man te brengen' Foto Freddy Rikken Rikken, Freddy

Ik ben al sinds 1998 vrijwilliger bij Greenpeace. Ik heb meegedaan aan verschillende campagnes zoals tegen nucleair afval, tegen giftige stoffen, en tegen overbevissing. Ik heb wel eens twee weken in Finland gezeten in een campagne voor de bescherming van de oerbossen. Ik heb ook wel eens twee weken op de Noordzee gevaren bij acties tegen de schadelijke effecten van visserij. Maar zoiets groots als deze campagne tegen de Japanse walvisvaart in de Zuidelijke Oceaan had ik nog niet beleefd. Voor de meeste acties kun je vakantiedagen of verlof opnemen, maar in dit geval was de reis daarvoor te lang. Ik moest mijn baan dus wel opzeggen.

Ik pak de strijd voor het milieu misschien groots aan. Ik kan natuurlijk ook de thermostaat elke dag wat lager zetten om het milieu te sparen, net als veel andere mensen. Ik heb de mogelijkheid om iets meer te doen. Misschien heeft het ook wel iets met een gevoel voor rechtvaardigheid te maken. Geld interesseert mij niet. Toen ik begon met werken heb ik in twee jaar vier verschillende banen gehad, op afdelingen personeelszaken, als intercedent bij een uitzendbureau.

Het beschermen van de oceanen is ontzettend belangrijk. Meer dan de helft van de wereld bestaat uit zee. Wij mensen zijn afhankelijk van de zee. Als de oceanen worden bedreigd, kun je zeggen 'goh wat erg'. Daar heb ik weinig zin in. Ik zit liever bij Greenpeace om er iets aan te doen. En ik heb in het verleden ook gezien dat zulke campagnes werken. Er zijn reservaten voor oerbossen ingesteld als gevolg van onze acties, er is een verbod op giftige scheepsverf gekomen, om maar enkele zaken te noemen.

Waar ik me persoonlijk erg boos over maak, is dat de Japanners zo ver van huis gaan om walvissen af te schieten. Dat doen ze onder het mom van wetenschappelijk onderzoek, terwijl er in zestig jaar tijd al zo veel kennis is vergaard dat je daarvoor helemaal geen walvissen hoeft te doden. De Japanners houden tijdens de jacht wel de schijn op. Je ziet dat op deze foto. Na het afschieten van een walvis staat er iemand een halve minuut met een meetlint op het dek en houdt een bordje omhoog met daarop de tekst science based lethal research. Zij weten dat wij hen staan te filmen, daarom houden ze die bordjes omhoog.

De Japanners proberen een markt voor walvisvlees op te bouwen. Kort na de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan voedsel in Japan en toen werd er wel walvisvlees uitgedeeld op scholen. Maar nu is er geen vraag naar. Het walvisvlees ligt opgeslagen. Men probeert het vlees via de supermarkten als walvisburger aan de man te brengen om er groot geld mee te verdienen. Walvisjagers krijgen veel geld voor een walvis. Maar walvisvlees is helemaal niet gezond. De walvis staat aan het einde van de voedselketen en er zitten daardoor allerlei giftige stoffen in het vlees.

De Japanners willen dit jaar 935 dwergvinvissen afschieten, en ook een aantal vinvissen, de op één na grootste zoogdieren op aarde die twintig tot dertig meter lang kunnen worden, en bultruggen. De quota stellen ze zelf vast. Ze vangen de walvissen in een gebied dat een walvisreservaat is, een sanctuary. De Japanners hebben een verwerkingsschip en daarnaast drie zogenaamde catcher-schepen. Die zoeken de walvissen. Wat ze doen, is de dieren opjagen. Die raken uitgeput en moeten vaker bovenkomen om adem te halen. Vervolgens schieten de jagers ze af. Ze gebruiken daarvoor een harpoen met een granaat. Op deze foto zie je het bevoorradingsschip. Whale meat from sanctuary! staat erop. Dat hebben wij erop geschilderd toen ze bezig waren het walvisvlees van het verwerkingsschip naar het bevoorradingsschip over te hevelen, op weg naar de supermarkt.

De Japanse walvisvaarders zeggen altijd dat vijftig procent van de geschoten walvissen onmiddellijk sterft, en dat de andere helft binnen twee minuten dood is. Ik heb zelf kunnen zien dat dat niet waar is. Ik heb zelf gezien hoe ze zes keer op een walvis hebben moeten schieten en dat het in totaal dertig minuten heeft geduurd voordat het dier stierf. Uiteindelijk kwam die walvis niet eens door de schoten om het leven, maar door verdrinking, toen ze de walvis aan de staart omhoog trokken en lieten hangen. Dat is de gebruikelijke methode.

Ik ben in totaal tweeënhalve maand weg geweest. Op 20 november zijn we vanuit Kaapstad met twee schepen vertrokken, de Esperanza en de Arctic Sunrise. Na achtduizend mijl varen kwamen we aan in een gebied dat twee keer zo groot is als de Verenigde Staten. Ergens in dat gebied moesten de Japanners zitten. Het is eigenlijk zoeken naar een speld in een hooiberg. Op 21 december hebben we ze toch gevonden. We hadden wel een idee waar ze zaten, door na te gaan hoe snel ze varen en vanwaar ze zijn vertrokken, welke route ze vermoedelijk hebben genomen. Toen we ze vonden, hebben we via de radio contact met het verwerkingsschip gezocht. We hebben hen opgeroepen op te stoppen met de jacht. Er kwam geen reactie. Toen hebben we de rubberbootjes tevoorschijn gehaald.

We hadden twee schepen met een internationale bemanning van 57 mensen. Daarvan zaten er 32 op mijn schip Esperanza. We konden de Japanners redelijk goed bijhouden. In vorige jaren was het schip daarvoor niet sterk genoeg. Toen voeren de Japanners 's morgens van ons weg. Nu konden we blijven meevaren. En daardoor hebben we ook voor het eerst veel beeldmateriaal. Wij hebben kunnen vastleggen hoe gruwelijk de jacht eigenlijk is. En dat leidt weer tot grote verontwaardiging bij mensen die denken dat dit niet gebeurt. Het gebeurt dus wel.

Waar het op neerkomt, is dat je vier tot zes uur per dag met een rubberboot probeert de walvisjacht onmogelijk te maken. Ik kan goed boten besturen. Je probeert met je boot vóór de catcher te blijven en je spuit met een waterpomp een waas van zeewater langs hun schip. Er zitten twee actievoerders in je boot. De één let op de catcher, de ander op de walvis. We moeten schreeuwen om elkaar te verstaan. Er is veel herrie. Het is vaak ruw weer. Je moet de klappen van de golven zien op te vangen. En ondertussen denk je maar één ding: als-ie maar niet schiet. Je zit in een soort jetboot die snelheid maakt door water op te zuigen en weer uit te blazen. Eén keer is het voorgekomen dat we stil kwamen te liggen, doordat er een stuk walvisvlees in de motor terecht was gekomen.

We zijn 28 dagen bij de Japanners gebleven. Toen moesten we terug. Onze voorraden raakten op. Ik heb vijf weken geen vers fruit kunnen eten. Het was moeilijk om weg te gaan. Je weet dat zij doorgaan. Dat wil zeggen, nog een paar weken want daarna wordt het daar windkracht twaalf en is de zee te ruig. Dan kunnen ze tussen de witte koppen van de golven de walvissen niet meer onderscheiden.

Je kunt je afvragen wat het effect van zulke acties is. In de eerste plaats hebben we ervoor gezorgd dat de Japanners op sommige dagen maar drie walvissen hebben gevangen in plaats van veertien zoals ze in die periode van plan waren dagelijks af te schieten. Op sommige dagen hebben ze helemaal niet kunnen jagen. We hebben ze kunnen hinderen. Japan heeft er ook protest tegen aangetekend. Maar een ander effect is de publiciteit erover. Er was onlangs al zo veel beroering toen er een walvis in de Theems terecht was gekomen die het niet overleefde. Wij kunnen mensen erop wijzen dat er elk jaar duizend walvissen sterven door de jacht. Zeventien landen hebben tijdens onze acties in januari een officieel protest geschreven. Nederland was daar niet bij.

Daar waren wij het niet mee eens. Zo'n protest geeft natuurlijk voldoening. Ook in mijn weblogs heb ik alles goed kunnen uitleggen. Het is dan mooi om sommige reacties te horen. Zoals een meisje dat haar antwoordapparaat had ingesproken met de mededeling dat ze er nu niet was, maar dat je je altijd kunt aanmelden als ocean defender.

Ben ik veranderd door de reis? Het is natuurlijk een grote ervaring. Je hebt momenten van grote blijdschap als je hoort dat er een officieel protest tegen Japan is ingediend, of als je hoort dat twee bedrijven uit Argentinië hebben besloten geen vis meer af te nemen van een van de bedrijven die achter de walvisjacht zitten. En de natuur is mooi. Je bent het dek aan het schrobben en ineens zie je een ijsberg, of een groep pinguïns. Maar door deze reis ben ik ook veel meer te weten gekomen over de walvisvaart.

Ik wil daarom doorgaan. Bedrijven aanpakken. Ik wil proberen in gesprek te komen met Nissui, een bedrijf dat grootaandeelhouder is van de walvisindustrie in Japan en zijn Europese hoofdkantoor in Amstelveen heeft. En over een paar maanden ga ik misschien weer terug naar de Esperanza.

Ik ga het de komende tijd wat rustig aan doen. Daarna zal ik weer moeten gaan werken. Wat ik ga doen, weet ik niet precies. Voorlopig ben ik blij dat ik dit heb gedaan. Als ik het niet zou hebben gedaan, als ik deze kans had gemist, had ik het mezelf niet vergeven. Opgetekend door Arjen Schreuder