'In Turijn wordt toch het WK gehouden!?'

Lang niet alle olympische wedstrijden zijn uitverkocht. De kaartjes zijn duur en buiten Turijn is weinig reclame gemaakt. Een kaartje van 70 euro kost op straat maar 20 euro.

Bas Mesters

117 lijkt donderdagmiddag in het olympisch schaatsstadion een ongeluksgetal voor een Britse handelaar in zwarte kaartjes. Vlak voor de ploegenachtervolging voor mannen beklimt nog een aanzienlijk aantal toeschouwers gniffelend het tribunevak met dat getal, 117. Hoe later ze plaatsnemen, zo blijkt uit navraag, des te minder hoefden ze te betalen voor hun kaartje. De beste deal sloten drie Amerikanen die maar 45 euro hoefden neer te tellen voor tickets van 95 euro.

Een kwartier voor het begin van de wedstrijd koop ik zelf buiten een toegangsbewijs bij de zwarthandelaar. Het is een nerveuze vijftiger die ijsbeert langs de immense muur van het stadion Oval Lingotto. Behendig vangt hij de mensen op die uit de bus stappen: 'Tickets?'

Zijn vraagprijs is zestig euro, maar hij accepteert onmiddellijk vijftig. De Brit heeft nog minstens twintig toegangsbewijzen van 95 euro in zijn hand.

Onduidelijk is of zwarthandelaren als hij ongewild zijn uitgegroeid tot hoofdsponsors van de Spelen, of dat ze de kaartjes op het laatste moment goedkoop kunnen ophalen bij de organisatie. De Brit wil niet praten. Hij heeft haast: 'Schiet op. Geef hier die vijftig euro', zegt hij terwijl hij andere voorbijgangers aanspreekt.

Zijn inspanningen ten spijt blijven er nog heel wat stoelen leeg als de Nederlandse mannen even later van start gaan voor hun ongelukkige rit die eindigt in een val. Tachtig procent van de zitplaatsen is bezet. En dat terwijl veel Nederlanders geen kaartjes meer konden vinden en graag die lege plekken hadden willen bezetten.

Het is een bekend beeld deze Winterspelen: slecht gevulde tribunes en goedkope kaartjes op de zwarte markt. Woensdagavond tijdens de finale 500 meter shorttrack voor vrouwen kostte een kaartje van zeventig euro buiten op straat voor het stadion twintig euro. En tickets van driehonderd euro voor de openingsceremonie wisselden vlak voor aanvang voor honderd euro van eigenaar.

Waarom is er zo weinig interesse voor de wedstrijden? Waarom vullen de 56 miljoen Italianen de tribunes niet?

De hoge officiële toegangsprijzen zullen daar zeker debet aan zijn. Het goedkoopste kaartje voor een finale kunstschaatsen is honderd euro en de prijs loopt op tot driehonderd euro. Italianen zijn sportgek, maar de portemonnee kent zijn grenzen, zeker in een arbeidersstad als Turijn. Zelfs voetbalclub Juventus ondervindt dat bijna wekelijks. De club speelt met regelmaat voor maar een paar duizend toeschouwers in het gigantische stadion. De live tv-uitzendingen van sportduels, zo blijkt uit onderzoek, verkleint de noodzaak om naar het stadion te gaan. Zeker als kaartjes zo duur zijn.

Het gebrek aan Italiaanse belangstelling voor de Spelen heeft ook te maken met het feit dat er buiten Turijn en de regio Piemonte nauwelijks reclame voor is gemaakt. Een tekort op het budget dwong de organisatie ertoe te bezuinigingen op de promotiecampagne. En zo kon het gebeuren dat een vriend in Rome tegen me zei: 'Turijn? Daar zijn toch de wereldkampioenschappen!?'

Zo lauw als het enthousiasme van de Italianen voor de olympische sportevenementen is, zo warm lopen ze voor de vele concerten die deze dagen in Turijn worden gehouden. Dinsdagavond flaneerden duizenden Turijners door de hoofdstraat Via Roma en de daarop uitkomende straten. Ze hadden het concert van Gianni Morandi willen bijwonen op Piazza Castello dat voor de gelegenheid is omgedoopt tot Medal Plaza, omdat er elke avond atleten worden gehuldigd. Maar de gratis kaartjes waren al lang van tevoren vergeven. Ook de dure operavoorstellingen zijn uitverkocht. En 's avonds staan overal lange rijen daar waar evenementen worden georganiseerd.

Turijn leeft zodoende als nooit tevoren. Maar de 'Olympische Spelen van de Cultuur', georganiseerd door de gemeente, scoren beter bij de Italianen dan de Winterspelen van het IOC.