In 'Schuman Plan' lijkt alles futiel

Het was even knipperen met de ogen. Een toneelstuk over het Europese landbouw- en visserijbeleid van de afgelopen decennia? Wereldpremière in Londen, hoofdstad van het meest eurosceptische land? Was dit misschien de laatste tegendraadse stuiptrekking van een theater, dat vervolgens voorgoed zijn deuren wilde sluiten?

Bij nader inzien viel dat mee. Het Hampstead Theatre in het noorden van Londen, dat wel vaker experimentele producties brengt, was woensdag toch nog voor ruim de helft gevuld voor de voorstelling van The Schuman Plan. Wellicht waren de merendeels hoogbejaarde toeschouwers afgekomen op het foldertje dat wervend sprak van een 'episch' stuk over een 'hartstochtelijke eurofiel' en over politici die elkaar dolkstoten in de rug toedienen.

De auteur, Tim Luscombe, probeert de hele moeizame verhouding van zijn land met het Europese continent te vangen. Hij doet dat aan de hand van de lotgevallen van ene Bill Bretherton, de hartstochtelijke eurofiel uit de folder.

Luscombe maakt geen geheim van zijn eigen pro-Europese gevoelens. Volgens het programmaboekje ergert hij zich aan de 'bekrompen' opvattingen van zijn landgenoten. 'Ze lijken haast te genieten van hun onwetendheid over Europese zaken', aldus Luscombe. Zijn stuk - wars van ironie of satire - kreeg zo enigszins het karakter van een missie.

De hoofdfiguur Bill Bretherton is een schrandere jongen uit een vissersplaats in Suffolk, langs de Britse oostkust. In 1950, Bill is dan een prille medewerker van premier Clement Attlee, raakt hij in de ban van het Schuman Plan. Dit is vernoemd naar de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken. In werkelijkheid kwam het echter uit de koker van de hoge Franse ambtenaar Jean Monnet, die voorstelde de Franse en de Duitse kolen- en staalindustrie te laten samenwerken om nieuwe oorlogen te vermijden.

Tot teleurstelling van Bill ziet Attlee slechts een complot tegen de Britten in het plan. 'Het zou alles wegvagen wat wij in twee wereldoorlogen hebben gewonnen', vindt Attlee. Ruim twee decennia later is Bill opgeklommen tot vertrouweling van premier Edward Heath. Maar de Conservatieve leider, die Groot-Brittannië de EG inloodste, mist tot teleurstelling van Bill al evenzeer de ware Europese geest. Gedesillusioneerd gaat hij in Brussel werken voor het Europese landbouwbeleid.

Met enige regelmaat krijgt het publiek intussen scènes voorgeschoteld uit de vissersgemeenschap in Suffolk, die hoe langer hoe meer moeite heeft het hoofd boven water te houden. De vissers geven de schuld van hun problemen aan 'Brussel'. Zijn immers hun collega's in Noorwegen en IJsland niet veel beter af?

Bill heeft het intussen zwaar te verduren op een dienstreis in Sicilië. Een maffioso dwingt hem met het pistool op het hoofd te bevestigen dat hij recht heeft op subisidies uit Brussel voor tarwe die hij helemaal niet verbouwt. Bills desillusie met Europa groeit snel. Als ouder wordende visserij-inspecteur duikt hij weer in Suffolk op en maakt hij de laatste vissers het leven zuur met vangstquota. 'Wat heb jij ooit voor ons gedaan', vraagt een visser woedend. Uit pure wanhoop steekt een van de laatste vissers zijn boot in brand. 'Ik ben maar een ambtenaar', sputtert Bill zwakjes tegen. 'Ik kan het systeem niet in m'n eentje bevechten.'

Zo eindigt het stuk nogal in mineur. De mooie Europese idealen hebben in de praktijk tot weinig goeds geleid, althans niet voor de vissers in Suffolk. Hoe het verder moet, blijft in nevelen gehuld. Moet Schuman heilig worden verklaard, zoals aan het slot wordt geopperd? Alles lijkt futiel.

Dat geldt in zekere zin ook voor het stuk zelf. De meeste recensenten veegden er de vloer mee aan. 'Nul punten', stelde een van hen. Tegelijkertijd bevat het voor mensen die in Europa zijn geïnteresseerd niets nieuws. En het publiek in de zaal? Ook dat raakte niet in verrukking. Aan het eind produceerde het een heel mager applausje. Eén buiginkje van de vijf acteurs, die zich elk met verschillende rollen tegelijk in het zweet hadden gewerkt, en het was: exit.