'Ik heb Erben Wennemars in m'n kop zitten'

Na een seizoen vol stress en problemen staat Erben Wennemars vanmiddag toch als een favoriet aan de start van de olympische 1.000 meter. Met dank aan onder anderen Peet van der Meijden, een Nederlandse masseur in dienst van de Finse schaatsploeg.

Het is een koude vrijdagavond in het Italiaanse plaatsje Collalbo, een dag later begint de wereldbeker sprint, de laatste grote test voor de Olympische Spelen. Erben Wennemars weet nauwelijks waar hij het zoeken moet. De tweevoudig wereldkampioen heeft zich niet geplaatst voor de WK sprint in Heerenveen, zijn coach Jac Orie heeft hem uit de ploeg gezet en vooral: hij heeft geen moment het gevoel dat hij lekker schaatst. Dan klopt hij op de deur van de hotelkamer van Peet van der Meijden.

'Wennemars is naar mij verwezen door Barbara de Loor', zegt de 59-jarige fysio uit Bleiswijk, die sinds de WK afstanden van vorig de schaatsster aan haar rug behandelt. Van der Meijden geeft toe dat het initiatief niet uitsluitend van de schaatser kwam. 'Erben is in mijn ogen al jaren een groot schaatsenrijder. Zo gedreven! Maar als je hem de laatste tijd zag schaatsen, merkte je gewoon dat hij vast zat. Hij was constant aan het stampen, nooit aan het glijden. Dat is op een gegeven moment geen technische kwestie meer, maar een fysiek probleem. Dan denk ik: die gozer zou ik weleens in z'n poten willen knijpen. En ineens heb je zo'n topper op de bank. Geweldig om hem te voelen, ik zou bijna zeggen: om hem te ruiken. Eindelijk voel je wat je al die tijd hebt gezien.'

Van der Meijden, de afgelopen drie jaar masseur van de Finse schaatsers, wil niet te diep ingaan op het probleem dat hij bij Wennemars aantrof. Beroepsgeheim. Wel zegt hij dat het alles te maken had met spanning. 'Als ik een schaatser op de bank krijg, zie ik hem als het ware voor me rijden. Ik voel welke spiergroepen voor de schaatsbeweging zorgen, en waar de blokkades zitten. Dat probeer ik los te maken, te mobiliseren. Ik heb Erben vrijdag en zaterdag behandeld. Op zondag werd hij tweede op de 1.000 meter, achter Shani Davis. Als je dat ziet, word je helemaal gek. Maandagochtend om acht uur, vlak voordat hij naar Turijn vertrok, heb ik hem nog een keer gemasseerd. Toen was hij een compleet ander mens.'

Of hij het niet raar vond dat wereldtopper Erben Wennemars middenin het seizoen ineens bij hem aanklopte? 'Die jongen zat in een vicieuze cirkel', zegt Van der Meijden. 'Ik heb Jac Orie als coach en als mens hoog zitten. Maar er zijn dingen verkeerd gegaan. En Wennemars is een roofdier, dat zijn prooi wil grijpen. Daarvoor gaat hij niets uit de weg. Hij heeft alleen die ene ultieme prestatie voor ogen. Je zit kort voor dat moment. Dan is alles geoorloofd om je doel te bereiken.'

De ervaren sportmasseur voegt er direct aan toe dat zijn rol in de wederopstanding van de 'panikerende' topsprinter niet moet worden overdreven. 'Erben heeft in Collalbo de boel in één keer kunnen omzetten. Hij voelde zich op z'n gemak bij de ploeg van Wopke de Vegt, was na de massages weer ontspannen, is lekker gaan trainen. Goed worldcuppie gereden, tweede geworden, het vooruitzicht om met de TVM-ploeg naar Turijn te gaan. Die nieuwe situatie is heel goed voor hem geweest. Ineens loopt het dan weer. Zo werkt dat met toppers.'

Het geheim achter zijn aanpak? 'Ik denk dat ik schaatsers goed aanvoel. Omdat ik zelf heb geschaatst, omdat ik al zolang met toppers heb gewerkt.'

Eind jaren zestig traint Van der Meijden in Rotterdam, als clubgenoot van schaatslegende Kees Verkerk. 'Duo-training, liep ik met Kees op m'n rug.' Hij droomt in die periode van een carrière als topschaatser, en vertrekt met z'n broer en een vriend naar Hamar. 'Daar trainden de Noorse toppers, en Ard Schenk, Kees Verkerk. Ik had al snel in de gaten dat hun niveau voor mij te hoog gegrepen was. Op een dag kwam er een masseur uit Nederland, Jos Geijsel. Toen ik hem aan het werk zag, wist ik meteen: dit is wat voor mij, dit ga ik ook doen. Diploma sportmasseur gehaald en de volgende winter masseerde ik de Noorse top. Per Willy Guttormsen, Sten Stensen, Dag Fornaess, Roar Gronvold.'

De jonge masseur beleeft fantastische avonturen: Olympische Spelen van Sapporo (1972), twee jaar profschaatsen. Hij begint in Nederland een tuinderij, maar blijft in de winter betrokken bij het schaatsen. In '83 werkt hij met de Zweedse topper Tomas Gustafson. 'Hele fijne sportjongen. Met hem heb ik geweldig toegewerkt naar de Spelen van Sarajevo (1984, red.). Hij moest om negen uur 's ochtends starten op de vijf kilometer, eerste rit, tegen Hilbert van der Duim. We hebben een week lang samen een strak ritme aangehouden. Zes uur inlopen, ontbijten, naar de baan. Maar de avond voor de wedstrijd kon zijn coach, de Noor Hans Naas, de spanning niet meer aan. Hij greep naar de fles en werd agressief. Heb ik hem de hele nacht in toom moeten houden. Niet geslapen, maar om zes uur moest ik met Tomas aan de slag. Hij kon in de voorbereiding geen enkel negatief element gebruiken. We hebben er geen woord over gesproken.En laat hij nou die vijf kilometer winnen, met tweehonderste verschil. Geweldig!'

Via het marathonschaatsen, als masseur van de Labello-ploeg met Jan-Roelof Kruithof ('Heel aardige man, maar als hij zijn schaatsen aantrok veranderde hij in een beest'), Jan Kooyman en Richard van Kempen, komt Van der Meijden weer in Noorwegen terecht. Hij wordt masseur van Team 2002, een groep talenten onder leiding van Leen Pfrommer, met onder andere Oystein Grodum.

Drie jaar geleden stapte hij over naar de Finse ploeg. Daarnaast begeleidt hij af en toe een aantal andere topschaatsers. 'Ik noem hun namen liever niet, ik wil niemand in problemen brengen.'

Intussen staat hij meer dan welke andere fysiotherapeut langs de ijsbaan. Van der Meijden slaat geen training over. 'Als ik Sven Kramer een bocht zie lopen, word ik lyrisch.' En Erben Wennemars? 'Ja, bij hem heb ik een apart gevoel. Wat dat is? Chemie, gevoel... Dat kun je niet onder woorden brengen. Dit gaat zo diep. Ik heb hem helemaal in m'n kop zitten. Ik voel zo zijn spieren weer. Als ik hem in de achtervolgingsploeg zie, hoe hij met die andere jongens meerijdt... Glijden. Dan denk ik: jongen, dit is het. Je bent een wereldschaatser. Ik denk dat hij een hele grote prestatie gaat leveren.'

www.nrc.nl/torino: olympisch weblog Guus van Holland