Hoog Israëlisch bezoek aan 'het tweede Zion'

Ooit gold Thessaloniki als 'het Tweede Zion'. Aan dat verleden wordt de stad ongaarne herinnerd. Maar deze week ontving zij voor het eerst presidentieel bezoek uit Israël.

De burgers van Griekenlands 'noordelijke hoofdstad' Thessaloniki begrepen donderdag niet waarom de binnenstad urenlang bleef afgesloten en waarom er zo ongekend veel veiligheidsmaatregelen werden genomen. Ze wisten niet - de media hadden er nauwelijks aandacht aan geschonken - dat voor het eerst een Israëlisch president, Moshe Katsav, Griekenland bezocht en een krans ging leggen bij het monument dat eraan herinnert dat bijna 50.000 joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog uit hun stad zijn weggevoerd.

Zij weten eigenlijk ook niet, of worden er ongaarne aan herinnerd, dat hun stad begin vorige eeuw voor de helft door joden - merendeels Spaanstalig - werd bewoond, dat zij het economische leven domineerden en dat op zaterdagen de haven gesloten bleef.

Toen in 1912 de Griekse legers de stad 'bevrijdden' van eeuwenlange Ottomaanse overheersing, voelden de joodse burgers dat niet zozeer als bevrijding. Tien jaar later kwamen vluchtelingen massaal uit Turkije, waar de Grieken waren verslagen, het Griekse bevolkingsdeel versterken. Turken en Bulgaren trokken weg. Onder de Grieken, die wel begrepen dat de joden een zekere nostalgie naar het Ottomaanse verleden koesterden, ontstonden antisemitische stromingen en zelfs pogroms, in de jaren dertig uitgevoerd door de beruchte knokploeg EEE.

Van dat antisemitisme is nog wel wat over. De leider van de ultrarechtse orthodoxe partij, Europarlementariër Jorgos Karatzaféris, heeft in deze stad ongewoon veel aanhang en dingt zelfs - kansloos, dat wel - naar het burgemeesterschap bij de lokale verkiezingen van komend najaar. Tot voor kort uitte hij zich onverbloemd antisemitisch. De laatste tijd is dat wat afgezwakt, maar hij belijdt nog altijd sympathie voor de fascistische Gouden Dageraad, als knokploeg een kleine voortzetting van de EEE. Het monument is al enkele malen beklad.

Er zijn ook lichtpunten. Het presidentiële bezoek is een uitvloeisel van de Griekse erkenning van Israël die pas in 1990 afkwam, nadat de pro-Arabische premier Papandréou door de conservatief Mitsotákis was vervangen. Na Papandréous terugkeer als - gematigder - premier kwam het in 1995, toen Thessaloniki culturele hoofdstad van Europa moest worden, eindelijk tot de oprichting van het holocaustmonument. Daarom vroegen de 2.500 overgebleven joden al een halve eeuw.

Het kwam op een wat afgelegen plein en werd door de VVV genegeerd. Maar dit jaar, ongetwijfeld bij de nadering van het presidentiële bezoek, mocht het worden overgebracht naar de beladen lokatie in het centrum van de stad die de joden prefereerden, omdat op dit plein hun ouders en grootouders in 1942 door de Duitsers waren bijeengebracht en vernederd. Daar werden donderdag, grondig beveiligd, de toespraken gehouden en de liederen gezongen. Tevoren had president Katsav het, eveneens nieuwe, joodse museum van Thessaloniki bezocht. Later op de dag werd hij, in 'de' synagoge, uitgeroepen tot erelid van de joodse gemeente in de stad die ooit 'het tweede Zion' werd genoemd en 19 synagoges telde.