Hollands dagboek; Bert Maalderink

NOS-verslaggever Bert Maalderink is drie weken in Turijn voor de Olympische Winterspelen. Maalderink (42) ziet er veel tranen biggelen, van winnaars en verliezers, en kan ze zelf ook niet bedwingen. 'Ik formuleer een vraag: 'Olympisch kampioen, wat zeg je dan?' Ik hoor dat mijn stem breekt. Dat past niet bij me, het credo is afstand houden.'

Vrijdag 10 februari

Ik ben 42, maar 's ochtends in Turijn voel ik me 18. Geen Hidde (5): 'Papa, ik ben wakker'. Geen Robbe (1): 'Mamamamamama'. Geen Marlou (39): 'Ga jij maar eerst douchen'. Als ik mijn ogen open doe zie ik een kast, een bureau, een stoel en een televisie. De kamer hier lijkt precies op mijn studentenkamer van bijna 25 jaar geleden. We zijn ondergebracht op de campus van een internationaal opleidingsinstituut. De behuizing is simpel, de faciliteiten zijn goed (bar 24 uur open) tot zeer goed (Nederland 2 op de tv).

Het is dag vier van de drie weken dat ik hier woon. En het ritme zit er al aardig in. Opstaan, douchen, ontbijten, naar de ijsbaan, training bekijken, wat shots en interviews maken, lunchen, monteren, vergaderen en soms 's middags nog een keer naar de schaatshal.

Deze middag ga ik tussendoor een half uurtje op truienjacht. Vier jaar geleden, tijdens de Spelen van Salt Lake City, had ik veel bekijks met een trui waarop de Amerikaanse vlag stond. Na een paar dagen herkenden de suppoosten bij de controlepunten me daar aan en hoefde ik niet steeds uitgebreid m'n pasjes te laten zien. De combinatie trui-met-Italiaanse-vlag en mijn nogal opvallende uiterlijk (bij mij vergeleken is Sneeuwwitje een negerin) doet ook in Turijn hopelijk deuren sneller opengaan. Bij de eerste winkel slaag ik. Het wordt een vest in bijna lichtgevend azurro, Italia op de voorkant en de rood, wit, groene vlag op de mouwen.

's Avonds zijn de festiviteiten rondom het begin van de Spelen. Ik kijk met collega's in een restaurant naar de televisie. Veel mensen vinden het fantastisch, maar ik heb het niet zo op openingsceremonies. Net zoals ik niet houd van bloemencorso's, carnavalsoptochten en militaire defilés. Ik mis het padvindersgevoel om te genieten van dat soort verbroederingsjamborees. Ik heb geen broers en dat wil ik graag zo houden. Op het moment dat Nederland binnenmarcheert met Jan Bos voorop, zendt de Italiaanse tv reclame uit.

Zaterdag

Voordat de Spelen begonnen, gingen de voorspellingspooltjes rond. Bij mijn naam vulde ik steeds in: '2x goud, door de SK's'. Dat zijn Sven Kramer en Simon Kuipers. Zij zijn de enigen die voldoen aan mijn 3 criteria om goud op de winterspelen te winnen. Nederlandse schaatsers winnen (1) doorgaans alleen olympisch op hun eerste Spelen, en (2) meestal alleen op de afstand waarop ze eerder in het seizoen al bewezen hebben goed te zijn, en (3) als ze geen concurrentie hebben van buiten categorie-specialisten. Verder ga ik er vanuit dat er meer zilver wordt gehaald dan goud en meer brons dan zilver. Bij elkaar: 2x eerste, 3x tweede en 4x derde, maakt in totaal 9 medailles.

Als je met die ogen naar de vijf kilometer van vandaag kijkt, was het een dag van verliezers. Sven Kramer wint geen zilver, maar verliest goud. Carl Verheijen schaatst net een medaille mis. En Bob de Jong? Ja, Bob de Jong - wat moet je daarvan zeggen?

Ik begin de dag met het maken van een voorbeschouwing. Carl Verheijen en Sven Kramer zijn ontspannen. Maar Bob de Jong wil liever niet voor de camera verschijnen. Even daarvoor heeft Verheijen gezegd, dat iemand die dat niet wil, geen vertrouwen heeft. Hij doelt daarmee niet op De Jong, maar het is wel op hem van toepassing. Dat blijkt.

De Jong moet zijn vijf kilometer rijden tegen Chad Hedrick, de latere winnaar. Hedrick schiet weg. De Jong heeft al snel een verrekijker nodig om hem in het zicht te houden. Hij wordt er moedeloos van en harkt zich naar de zesde plaats. Een positie beneden zijn stand, vind ik.

Bob de Jong zelf is tevreden. Hij vertelt na afloop dat er onderweg spookbeelden door zijn hoofd schoten van Salt Lake City, vier jaar geleden. Toen werd hij dertigste. Omdat hij de spanning niet aankon, is wel gezegd. De Jongs eigen verklaring is, dat hij te veel zelfvertrouwen had. Hij dacht voordat hij ging rijden, dat er al een medaille binnen was. Maar verder van het podium dan toen kon bijna niet. Daarbij vergeleken valt de uitslag van vandaag mee. Het is te prijzen dat Bob de Jong zo eerlijk is over wat hem onderweg gebeurd is. Maar ik krijg ook medelijden met hem. En dat is wat een sporter niet wil overkomen. Die wil winnen, niet zielig zijn.

Ik hoop dat hij zijn gedachten weer op een rijtje krijgt. En dat zijn tien kilometer-tocht beloond wordt met een medaille. Hij is tenslotte wereldkampioen op die afstand. Bovendien komt dan het door mij voorspelde aantal oranje-medailles in zicht.

Zondag

Een collega stuurde me aan het begin van het seizoen een sms'je. Of ik 'm wilde waarschuwen als ik Ireen Wüst ging interviewen. Dan had hij tijd om de tv wat zachter te zetten voor de buren. Het is waar: Ireen Wüst schreeuwt alsof ze niet weet wat de functie van een microfoon is. Maar er is in ijsstadions meestal zo'n herrie dat je jezelf amper kunt verstaan. Ze wil dus alleen maar behulpzaam zijn. Als er geen rumoer is, praat ze trouwens gewoon. Maar vandaag is het een dag om haar volumeknop op tien te zetten. Die van mij ook.

De NOS heeft een positie op het middenterrein van de ijsbaan. Daar sta ik. Om zo snel mogelijk na de wedstrijd een reactie van een Nederlandse schaatser te kunnen hebben. Vijf uitverkoren landen en hun verslaggevers op een rijtje in volgorde van belangrijkheid. Italië, Amerika, Duitsland, Nederland en Canada. Het mooie van die plek is dat ik dichtbij de schaatsers sta. Vandaag was dat een aparte belevenis. Wie had kunnen denken dat Ireen Wüst zou winnen, in een veld waar Cindy Klassen en Anni Friesinger de topfavorieten zijn? Wüst rijdt voordat de concurrentie in de baan komt en moet twintig minuten wachten om te weten of haar tijd de beste blijft. Ze dribbelt, lacht en springt vlak voor m'n neus heen en weer.

Als het eindelijk zover is en blijkt dat Wüst goud heeft, dirigeert Ab Krook, de baas van de schaatsers, haar direct naar me toe. Het mag eigenlijk niet op dat moment, en bovendien moet ze eerst langs de verslaggevers op positie 1, 2, en 3. Maar Krook loopt met haar dwars door een organisatietype heen. Ik formuleer een vraag: 'Olympisch kampioen, wat zeg je dan?' Ik hoor dat mijn stem breekt. Dat past niet bij me, het credo is afstand houden. Maar ik heb blijkbaar zo meegeleefd dat er ineens een snikkende man tegenover de winnares staat. Ze doet vrolijk mee, schreeuwt nog harder dan anders en de tranen van geluk komen door. Zij snapt er niks van. Negentien jaar, amper twee seizoenen actief op het hoogste niveau en dan op het grootste sportevenement winnen. Het is geweldig.

Maandag

Over huilen gesproken. Vandaag is de 500 meter mannen. De Nederlanders hebben, zoals altijd op dit sprintnummer, geen schijn van kans. Maar zij rijden tenminste nog de olympische afstand, waar ze zich voor geplaatst hebben. Bij Gretha Smit is dat anders. Ze voldeed aan de kwalificatie-eisen voor de 5 kilometer. Maar omdat Nederland na de 3 kilometer van afgelopen zondag recht heeft op maar twee startbewijzen voor volgende week zaterdag, mag de zilveren medaillewinnares van Salt Lake niet meedoen. Vanochtend biggelden de tranen over haar wangen.

We zijn al vroeg op de baan. Gretha Smit ook. Dacht ze zo journalisten te ontlopen? Ik denk het niet. Schaatsers zijn geen pieperds. Toen Smit hoorde dat ze haar afstand niet mocht rijden, trok ze zich balend terug op haar kamer. Nu komt ze de buitenwereld weer tegen, die haar vraagt om een reactie. Dat weet ze, en die geeft ze.

Na de training blijft ze lang naast haar coach Ingrid Paul op de grond zitten: praten, praten. Dan staat ze op en loopt ze naar het plekje voor mijn camera, gaat staan en ik stel een vraag. Met gebroken stem antwoordt ze. Dan komen de tranen. Als het interview een paar uur later is uitgezonden, hoor ik dat mensen er met een brok in de keel naar hebben zitten kijken. Ik had dat niet, toen ik tegenover haar stond. Soms ben je ergens zo dichtbij, dat je de impact wel weet, maar niet voelt. Toen ik het gesprek terugzag op tv, werd ik er meer door geraakt.

's Avonds eet ik voor het eerst niet met een grote groep, maar met z'n tweeën. Ik en Stefan Verheij, lekker rustig. Samen met hem maak ik de schaatsreportages en -interviews bij de NOS. Stefan is mijn collega achter de schermen. Hij is redacteur, producer, cateraar, informant, gids, regelaar, klankbord. Eigenlijk alles. Ik ben Stefan-fan en heb al z'n platen. Al bijna vier winters werken we intensief samen zodat ik veel van hem zie en weet. Bijvoorbeeld dat hij ondersteboven in zijn bed slaapt. En ik was getuige van zijn succesvolle gekwispel rondom de mevrouw met wie hij nu is gaan samenwonen. Stefan is de rest van het jaar atletiekcommentator bij de NOS, maar verstaat de kunst om ook hard te werken, als zijn stem niet op tv te horen is. Hij zorgt ervoor dat al die schaatsers zo makkelijk voor de camera komen. De tranen van Smit waren zijn verdienste.

Dinsdag

Marianne Timmer start vals en wordt gediskwalificeerd. Jammer. Sanne van der Star en Annette Gerritsen zijn nog niet van internationaal kaliber. De wedstrijd hangt van pauzes aan elkaar, ik wou dat onze kamer zo vaak gedweild werd. Het is een lange zit totdat we weten wie de beste is. Thuis kun je dan een ei gaan bakken of Pinkeltje voorlezen aan je kinderen. Maar op het middenterrein staat dat wat gek. Dus verzinnen Stefan en ik iets anders. Voor elke rit moet je voorspellen wie van de twee schaatsters wint (1 punt) en in welke tijd (marge mag 0.05 zijn, 2 punten). De regels moeten nog wel iets aangescherpt, maar het is een prima spel, ook aan te raden in de huiskamer. Stefan wint, Svetlana Zhurova ook. Morgen zijn de voorrondes van de ploegachtervolging. Dan gaan we zakdoekje leggen.

Woensdag

Niemand zeggen, maar ik dacht dat de ploegachtervolging het meest nietszeggende onderdeel van het Olympisch schaatstoernooi zou zijn. Ik had het fout. Ik vind het raar dat je op een discipline, die zichzelf niet bewezen heeft en amper gereden is, dezelfde medailles kunt winnen als op de traditionele afstanden. Maar als het zo leuk is als vandaag, wordt de ploegachtervolging een succesnummer. Nederland haalt zonder moeite de halve finale van morgen en Italië, dat op de finish Amerika klopt, is dan de tegenstander. De interviews na afloop gaan over opstellingen, tactiek en fouten van de bondscoach. Net als bij het voetbal.

Na de uitzending loop ik met Stefan en Frank Dokter, mijn cameraman, naar het winkelcentrum om wat te eten. Onderweg komen we Marianne Timmer en Rintje Ritsma tegen. We lopen door en gaan zitten aan een tafel voor vier bij een Italiaans restaurant. Als we aan het voorgerecht bezig zijn, zien we een donkere man met een muts op heen en weer drentelen. Hij is op zoek naar een restaurant en misschien ook wel naar gezelschap. Ik zeg voor de grap tegen Stefan dat we nog een stoel vrij hebben. Stefan loopt weg en komt terug met Shani Davis.

Davis schuift aan. Drie dagen voordat de 1000 meter gereden wordt, zitten we anderhalf uur lang met de favoriet voor die afstand over van alles te praten. Davis zegt dat hij weet dat wij journalisten zijn, maar dat hij niet wil dat wat hij nu zegt op tv, op internet of in de krant komt. Hoewel het tegen al mijn journalistieke principes is, beloof ik dat.

Omdat hij later aan tafel is gekomen en toch vlug aan zijn eten wil beginnen, bestelt hij hetzelfde als wij: biefstuk, gegrilde groente, friet en sla. Ik probeer hem te strikken voor een interviewafspraak morgen. Ik weet dat Davis eerder heeft gezegd dat hij niet meer praat met de pers tot de wedstrijd van zaterdag. Misschien dat hij na ons gezellige samenzijn een uitzondering maakt. Maar Davis is iemand van een man een man, een woord, een woord. Hij zegt ook nee tegen mij.

's Nachts word ik wakker met pijn in mijn buik. Waarschijnlijk van het eten. Hoe zou het met Davis zijn?

Donderdag

Nederland rijdt tegen Italië en Kramer valt. Daar sta ik dan in m'n vest met koeienletters ITALIA voorop. Ik ben er inderdaad moeiteloos mee langs elke controlepost gekomen. Met het doel Nederlandse winnaars te interviewen. Vandaag kan dat Nederlandse er af. Ik spreek Enrico Fabris. Die merkt fijntjes op dat zijn ploeg ook wel van Nederland gewonnen had als Kramer niet was gevallen. En Pechstein. Zij heeft last van een allergische reactie. Ze begint te hoesten en te proesten van de lijm waarmee het tapijt op het middenterrein is geplakt. Tijdens het interview huilt ze bij de gedachte dat ze haar achtste Olympische medaille heeft gewonnen (5x goud, 1x zilver en 2x brons). Ik had toch gelijk. Die ploegachtervolging is een onderdeel van niks.

Vrijdag 17 februari

Ik begon me toch een beetje schuldig te voelen. Gisteren zag ik Shani Davis niet bij de training. In mijn gedachten lag-ie met een voedselvergiftiging in het ziekenhuis. Misschien in de veronderstelling dat wij een gifmenger hadden ingehuurd om een concurrent voor de Nederlandse schaatsers uit de weg te ruimen. Maar gelukkig, vanochtend traint-ie wel. Enthousiast zwaaiend jogt hij ons voorbij.

Ook de Oranje-deelnemers aan de duizend meter van morgen trainen. Ze zijn scherp. Vooral met woorden. Zelden interviews gemaakt waarbij de gesprekspartners zo adrem waren. Ik denk goed na, laat mijn criteria voor mogelijk Nederlands goud erop los en dan kom ik tot deze voorspelling: 1.Wotherspoon, 2.Bos en 3.Davis. Het zou 't derde achtereenvolgende Olympisch duizend meter-zilver voor Bos zijn. Wij speelden vroeger altijd drie corners penalty. Zo moet Bos ook maar denken: drie keer zilver is ook goud.

Tot morgenochtend ben ik vrij, want er zijn geen schaatswedstrijden vandaag. Tijd om naar huis te bellen. Horen hoe het met Marlou, Hidde en Robbe gaat.