Het pijnlijke afscheid van yin en yang

Onhoudbare schulden in de Verenigde Staten zullen leiden tot een einde aan de ongezonde onderlinge economische afhankelijkheid tussen Amerika en China.

'Onderlinge afhankelijkheid ontstaat als twee mensen een relatie met elkaar aangaan, omdat geen van beiden denkt op eigen benen te kunnen staan. Geen van beiden voelt zich bekwaam of onafhankelijk. Het is alsof twee helften proberen één geheel te vormen. Beide partners zoeken psychologische 'vervolmaking' door de ander aan zich te binden.' (Uit Psych Central van Dr. John Grohol).

De economische banden tussen de Verenigde Staten en China kunnen worden omschreven als 'onderling afhankelijk'. Zulke relaties zijn breekbaar en ten dode opgeschreven, en hun uiteindelijke mislukking blijkt vaak explosief.

De contouren van de Chinees-Amerikaanse onderlinge afhankelijkheid zijn welbekend: China spaart veel (ongeveer 45 procent van het bruto binnenlands product); Amerikanen consumeren méér dan ze produceren (zo'n 7 procent van het bbp). Terwijl China enorm investeert (40 procent van het bbp), blijven de Amerikaanse investeringen achter.

China is een exporteur, Amerika een importeur. Het gigantische overschot op de Chinese handelsbalans van zo'n 100 miljard dollar vindt zijn tegenhanger in het nog grotere tekort op de Amerikaanse betalingsbalans. China verstrekt kredieten (de buitenlandse valutareserves bij de Chinese Volksbank beslaan 820 miljard dollar), en Amerika leent (de netto schuld van de VS aan het buitenland wordt geschat op zo'n 3 biljoen dollar).

Kortom: Amerika is afhankelijk van de Chinezen, en China is afhankelijk van de VS. De twee economieën zijn als de yin en de yang van het taoïsme - voeg ze samen en ze vormen een perfect geheel.

In hun recent verschenen boek The Bill from the China Shop herleiden Charles Dumas en Diana Choyleva van Lombard Street Research de oorsprong van de Amerikaans-Chinese onderlinge afhankelijkheid naar de dagen van het uiteenspatten van de technologiezeepbel in 2000. Toen dat gebeurde verlaagde de Amerikaanse centrale bank de rente, waardoor het goedkoper werd om te lenen in China, dat de wisselkoers van zijn munt in 1993 aan die van de dollar had gekoppeld. De daaropvolgende daling van de dollarkoers maakte de Chinese exporten concurrerender. De Chinese autoriteiten deden ook een duit in het zakje door het fiscale en monetaire beleid te versoepelen.

Deze ontwikkelingen hadden dramatische gevolgen voor de Chinese economie. De groei van de geldhoeveelheid en de kredieten explodeerde. In 2002 steeg de kredietverstrekking met 40 procent. De geldvoorraad werd in 2003 met ruim 20 procent verruimd. In 2003 hadden de binnenlandse kredieten een niveau bereikt van 168 procent van het bbp. Bovendien maakte de lage Amerikaanse rente China tot een aantrekkelijke bestemming voor directe buitenlandse investeringen, die vanaf 2002 een hoge vlucht namen.

Toen de investeringsgolf wegebde, werd China geconfronteerd met het vooruitzicht van overtollige capaciteit en een dalende binnenlandse vraag. De autoriteiten kozen ervoor zich via de export aan de problemen te ontworstelen. De afgelopen twee jaar zijn de Chinese exporten ieder jaar gemiddeld met zo'n 30 procent gestegen. In 2005 bedroeg het Chinese overschot op de handelsbalans 150 miljard dollar - zo'n 8 procent van het bbp. Het was Amerika's onverzadigbare vraag naar importen die de Chinese economie behoedde voor een onplezierige inzinking. Maar de relatie was niet eenzijdig.

De Amerikanen werden afhankelijk van de Chinezen voor kredieten om hun importen mee te bekostigen. Terwijl de Aziatische importen de Amerikaanse inflatie in bedwang hielden, droegen de Aziatische leningen bij aan het laaghouden van de langetermijnrente. De lage rente stuwde de prijzen van Amerikaanse huizen en andere bezittingen op. De Amerikaanse economie herstelde zich van de inzinking dankzij stijgende winsten in de financiële sector, een krachtige groei van de huishoudelijke leningen en een bloei van de woningbouwmarkt. Al deze ontwikkelingen waren in zekere zin schatplichtig aan de Aziatische kredieten.

Sommige beleggers zijn jarenlang bang geweest dat de buitenlanders het uiteindelijk zat zouden worden om Amerika's spilzucht te financieren. Dumas deelt die zorgen niet, evenmin als de nieuwe Fed-voorzitter Ben Bernanke. Volgens hem is het Aziatische spaaroverschot structureel. De Chinezen hebben de Amerikaanse vraag naar hun goederen nodig omdat de binnenlandse vraag onderontwikkeld is. Zij moeten wel kredieten blijven verstrekken, omdat zij hun brandnieuwe fabrieken aan de praat willen houden.

De zwakke plek in de onderlinge relatie, zo betoogt Dumas, ligt dus niet in de blijvende bereidheid van buitenlanders om kredieten te verstrekken, maar in het feit dat de veerkracht van de Amerikaanse economie afhankelijk is van de omstandigheid dat de huishoudens ieder jaar meer lenen dan ze verdienen. De consumentenkredieten zijn in reële termen met zo'n 9 procent gestegen, hetgeen driemaal sneller is dan de loongroei. De Amerikaanse economie is verslaafd aan de inflatie van huizen- en effectenprijzen. Die vergemakkelijkt de afsluiting van hypothecaire leningen en neemt een steeds groter deel van de inkomensgroei voor haar rekening. Deze situatie is onhoudbaar, omdat de schulden niet oneindig lang harder kunnen blijven groeien dan de inkomens.

Volgens Dumas is het eind nu in zicht. De stijgende kortetermijnrente heeft de huizenprijsinflatie al afgeremd. De schuldaflossingen hebben een recordniveau bereikt. Als de winsten uit huizenbezit later dit jaar opdrogen, voorspelt Dumas dat de Amerikanen meer zullen gaan sparen en minder zullen gaan consumeren. De Amerikaanse economie wacht een harde landing. De vooruitzichten voor de Chinezen zijn niet veel beter. Hun industriële economie is zeer gevoelig voor iedere tegenslag.

In het slechtst denkbare geval bedreigt een deflationaire inzinking beide zijden van de Stille Oceaan. 'Het is twijfelachtig,' zo concludeert Dumas, 'of het recente wereldwijde patroon van grote Aziatische overschotten die worden geabsorbeerd door grote Angelsaksische tekorten verenigbaar is met stabiele groei: een cyclus van bloei en inzinkingen ligt meer voor de hand. Als de eerstkomende inzinking zich aandient, zullen de Amerikanen en Chinezen zich van hun onderlinge afhankelijkheid los moeten maken.

Vertaling: Menno Grootveld