Helemaal in de geest van de olympische grondlegger

'Meedoen is belangrijker dan winnen', wist de olympische grondlegger Pierre de Coubertin. Zijn adagium gaat nog altijd op, want de langlaufers uit exotische oorden ploeteren vrolijk voort in de Italiaanse sneeuw.

Jaap Bloembergen

Ze zijn onuitroeibaar, de kneuzen die zich op de Spelen tussen de topsporters begeven. 'Eddy the Eagle' was in 1988 de populairste schansspringer, hoewel de bebrilde Brit niet als een adelaar maar als een zoutzak naar beneden stortte. In hetzelfde jaar waren de Jamaicaanse bobsleeërs een tropische verrassing, toen ze meer jodelend dan rodelend door het ijskanaal gleden. En wie herinnert zich Eric Moussambani nog? Deze zwemmer uit Equatoriaal Guinea verdronk bijna in het olympisch bassin van 'Sydney 2000'.

Gisteren was het lachen (of huilen) geblazen in Pragelato. Daar streden grote en sterke Europeanen om het eremetaal bij het langlaufen. De Esten, Zweden, Finnen, Russen, Tsjechen en Duitsers blonken op het parcours van vijftien kilometer uit in spierkracht en uithoudingsvermogen. Een voor een topatleten die regelmatig in verband worden gebracht met gebruik van bloeddoping.

Aan de vooravond van de Winterspelen in Turijn kregen twaalf langlaufers een startverbod van vijf dagen opgelegd wegens te hoge waarde van de hemoglobine. Het bloed van Robel Teklemariam voldeed ook niet aan de gezondheidsnormen van het IOC. Deze week onderging de Ethiopiër een herkeuring, die geen verdachte cijfers opleverden. 'Ik heb op 2.700 meter hoogte getraind in Colorado', ontkende Teklemariam gisteren indirect het gebruik van bloeddoping. 'Ik was nooit eerder getest en heb niets te verbergen. Ik ben helemaal clean.'

De 31-jarige Teklemariam eindigde in de Italiaanse sneeuwstorm op de 84ste plaats met een achterstand van bijna tien minuten op de Estse winnaar Andrus Veerpalu. In de mixed zone werd de Afro-American met de lange rastaharen - sinds zijn achtste woont hij in de Verenigde Staten - opgevangen door een horde Amerikaanse sportjournalisten. Zijn verhaal was volgens hen bijna te mooi om op te schrijven.

Teklemariam, enige deelnemer en dus vlaggendrager voor zijn land, is geboren in Addis Abeba, waar de Ethiopische atleet Abebe Bikila zijn jeugdheld was. Niet dat hij hem in 1960 blootsvoets olympisch kampioen zag worden op de marathon in Rome - de latere langlaufer was toen nog niet geboren - maar in de hoofdstad van zijn geboorteland is Bikila voor elke generatie een lichtend voorbeeld. 'Dankzij hem ben ik gaan sporten', vertelt de zoon van de voorzitter van de Ethiopische tennisbond.

In die hoedanigheid hielp Teklemariam senior Teklemariam junior vorig jaar met de oprichting van de Ethiopische skifederatie. Zonder officiële organisatie zou hij niet kunnen deelnemen aan de Spelen. De skibond is overigens in Amerikaans familiebeheer. In de staat New York bestiert moeder Teklemariam de website, is zijn broer vice-voorzitter en doet zijn zus de pr. De hoofdpersoon zelf combineert het langlaufen met het voorzitterschap. 'Ik ben gelukkig geworden door het skiën, in het begin was ik diep ongelukkig in New York. Nu zou ik nooit meer weg willen uit de States.'

Teklemariam was gisteren niet de grootste stuntel op lange latten. Die eer was weggelegd voor Prawat Nagvajara uit Thailand. Deze 47-jarige professor in de computerkunde verblijft zijn halve leven in de Amerikaanse sneeuw, maar heeft niet meer de ideale leeftijd voor een topsporter, en is bovendien pas op zijn dertigste begonnen met langlaufen. Nagvajara was een half uur langzamer dan de winnaar en werd net niet door hem ingehaald. 'Elke sneeuwvlok voelde als een ijsberg', zo vatte de verliezer aller verliezers zijn race samen. Nagvajara stond na afloop minutenlang te klappertanden, maar vertelde geduldig zijn verhaal. In Salt Lake City werd hij ingehaald en dus gediskwalificeerd, in Turijn werd hij 97ste en laatste.

Minder ver van huis, maar niet minder opmerkelijk was de aanwezigheid van de Portugese dreumes Danny Silva, wiens voornaam een Amerikaanse jeugd en achternaam een Portugese bloedband verraadt. Hij is het bindmiddel tussen de 'wereldkneuzen', en organiseert feesten en partijen voor zijn vrienden in het achterveld. Silva, verdienstelijk 94ste in Pragelato, traint voor zijn huis aan de Atlantische kust met zijn langlauflatten in het rulle zand. 'Dat is nog veel zwaarder dan deze dikke sneeuwlaag.'

En dan hebben we nog de Keniaanse krabbelaar Philip Boit. De enige donkere atleet in de Italiaanse sneeuw overwintert sinds tien jaar in Finland om te leren langlaufen. In de Afrikaanse zomer skeelert hij. Boit (34) eindigde in Nagano (1998) als laatste, in Salt Lake City (2002) twee na laatste. In Turijn schoof hij gisteren drie plaatsjes op.

En wat te denken van Arturo Kinch uit Costa Rica? Hij is blond, want hij heeft Duitse voorouders, vertelde hij na afloop in vlekkeloos Engels. De nummer 96 blijkt al meer dan een kwart eeuw in de Amerikaanse staat Denver te wonen. 'Ik weet niet eens meer of ik gevallen ben', sprak hij na afloop. De naar eigen zeggen voormalige topvoetballer uit San José was in 1980 als afdaler van de partij in Lake Placid, en deed in Turijn voor de vijfde keer mee; voor de vierde keer als langlaufer. Kinch miste drie keer de Spelen als gevolg van langdurige scheidingsperikelen. Hij is nog steeds niet verlost van privé-problemen; vorige maand heeft hij in Costa Rica zijn vader begraven. 'Ik heb daardoor nauwelijks kunnen trainen, maar wilde hier voor hem bij zijn', sprak de 49-jarige Kinch, voordat hij in huilen uitbarstte.