Heel veel groente- en fruitrassen terecht vergeten

René Zanderink van ‘De Nieuwe Akker’ stelt het belangrijke onderwerp aan de orde van de biodiversiteit van cultuurgewassen (Opinie & Debat, 11 februari).

Wat mij in zijn artikel stoort, is het totaal ignoreren van het vele dat op dit gebied al gebeurt, en de wat verongelijkte toon waarmee hij om subsidie roept. Zanderink noemt uitvoerig een grote verscheidenheid aan fruitgewassen. Iemand met een project in Veenhuizen mag dan wel eens de enorme, fantastische en piekfijn onderhouden collectieboomgaard van de Noordelijke Pomologische Vereniging noemen, die zich, op een boogscheut afstand, in Frederiksoord bevindt. Of de museumboomgaard Het Olde Ras in Doesburg. Als het om groenten gaat, waarom dan niet de Dordtse zaadhandelaar Vreeken genoemd, die heel wat zaden van oude gewassen onder de mensen weet te brengen; en daar nog winst mee maakt ook. Of Jacques Nijskens uit Beesel met zijn Genootschap van Vergeten Groenten. Allemaal organisaties die met weinig of helemaal geen subsidie heel veel doen.

Aangetekend moet worden dat heel veel groente- en fruitrassen ook wel terecht vergeten zijn, omdat ze echt niet lekker zijn. Andere gewassen vormen culinair gezien een openbaring, maar veroorzaken problemen bij de gangbare, grootschalige bedrijfsvoering, bijvoorbeeld met transport, houdbaarheid, extreem kort seizoen of zeer lage opbrengsten. Voor dergelijke gewassen is het zeker de moeite waard om kleine maar winstgevende nichemarkten te ontwikkelen.

Een beetje beschamend vind ik de vergelijking die Zanderink maakt met de monumentenzorg voor gebouwde monumenten. Afgezien van het feit dat de regering daar ook steeds minder subsidie voor geeft, de kosten ervan zijn onvergelijkelijk veel hoger dan die van het behoud van biodiversiteit van cultuurgewassen, en de monumentstatus vormt in feite een inperking van de gebruiksmogelijkheden van de gebouwen. Hier is dus zeker wel een vergoeding van regeringswege voor op haar plaats.

Wanneer de overheid echt iets wil doen voor het behoud van de biodiversiteit van huisdieren en cultuurgewassen, dan gaat ze niet met subsidies rondstrooien, maar zet ze een zeer ernstige omissie recht: dat ze in het verleden bij de EU voor Nederland in onvoldoende mate beschermde herkomstbenamingen geclaimd heeft. Het is toch een schandaal dat Griekenland bescherming geniet voor een zeer middelmatige kaas als de feta, terwijl de in principe fantastische Gouda door iedereen nagemaakt mag worden, over de hele wereld. Binnen nu en twee jaar een beschermde herkomstbenaming, om te beginnen voor de hele Nederlandse Slow Food Ark van de Smaak, dat zet zoden aan de dijk. Zelfs De Nieuwe Akker kan daarvan profiteren – op eigen kracht!