Gemoedelijkheid als wapen

Voor de rest van de Nederlandse economie is Brabant een voorbeeld, zeggen ze daar. Een kwart van de buitenlandse investeringen komt al in deze provincie terecht. Zelfs uit Oost-Europa komen bedrijven terug. 'De maakindustrie in West-Europa is geen aflopende zaak.'

Het ruikt er een beetje naar een koeienstal. In de fabriekshal van schoenenfabrikant Ecco draaien computergestuurde cilinders in het rond. In de manshoge trommels van de leerlooierij krijgen gezouten runderhuiden een bewerking. Eerder al zijn beharing en vleesresten van de runderhuiden verwijderd. Hoezo het einde van de schoenenindustrie in Noord-Brabant? De vestiging van Ecco in Dongen behoort tot de modernste leerlooierijen ter wereld. Het Deense bedrijf maakt schoenen voor het duurdere marktsegment. De schoenen worden in China, Indonesië en Thailand in elkaar gezet wegens de lage loonkosten, terwijl vooral China ook een steeds interessantere afzetmarkt wordt. Maar dat betekent volgens de Engelse manufacturing director Arthur Jones geenszins dat de schoenenindustrie al haar activiteiten uit West-Europa wil verplaatsen. 'We zijn hier om te blijven', zegt Jones met een glimlach.

Het bedrijf van Ecco in Dongen is met z'n bijna 140 werknemers van een bescheiden omvang. Maar de investering van het Deense schoenenbedrijf is exemplarisch voor de stille economische omwenteling die in Noord-Brabant al enige tijd gaande is. Regionale beleidsmakers hoeden zich ervoor met juichverhalen naar buiten te treden. Maar uit gesprekken met politici, ambtenaren en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven komt een groot vertrouwen in de economische toekomst van de regio naar voren. De rest van Nederland kan volgens hen lessen uit de Brabantse praktijk trekken voor het eigen beleid.

Ecco heeft in Dongen ook het onderzoeks- en trainingscentrum voor z'n mondiale schoenenonderneming gevestigd. Dat heeft volgens manager Jones alles te maken met de kwaliteit waar Ecco als internationale brandname prat op gaat. 'We zijn een van de weinige fabrikanten die de hele productieketen van slachthuis tot schoen onder controle hebben.' Personeel van de Aziatische vestigingen, waar ook leer wordt gelooid, komt naar Dongen voor trainingen. Er is een proeflooierij. In een aparte hal staat een proefopstelling voor een door de Europese Unie gesubsidieerd milieuproject, waaraan ook Europese universiteiten meedoen. De hoeveelheid chemische afvalstoffen moet nul worden. Biomassa (afval van de runderhuiden) moet de energiekosten aanzienlijk verminderen.

Noord-Brabant is vanouds de meest geïndustrialiseerde provincie van Nederland. Zo was vorig jaar 18,2 procent van de Brabantse beroepbevolking werkzaam in de industrie, tegen 12,9 procent in heel Nederland. Ook het exportaandeel van de productie ligt in Noord-Brabant hoger dan in de rest van Nederland. Dat heeft tot gevolg dat de Brabantse economie sterker meebeweegt met de wereldconjunctuur dan de Nederlandse economie als geheel. Toch bleef de Brabantse werkloosheid in de afgelopen jaren van economische malaise onder het gemiddelde van de rest van Nederland.

Dat is wel eens anders geweest. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw dreigde door de crises bij bedrijven als Philips en DAF Trucks de industriële basis van de provincie te worden weggeslagen. Vervolgens groeide de vrees dat de globalisering en toenemende concurrentie uit Azië harde klappen zouden uitdelen. Maar dat gebeurde niet. 'Wij zien in de cijfers gewoon niet dat massaal banen naar het buitenland verdwijnen', zegt provinciaal gedeputeerde Onno Hoes. Integendeel. Uit recente gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt volgens Hoes dat sommige bedrijven die naar Oost-Europa waren verkast terugkeren, omdat daar de loonkosten zijn gestegen en de milieuregels strenger geworden.

Van alle buitenlandse investeringen in Nederland gaat intussen een kwart naar Noord-Brabant. Er is sprake van een stijgende trend sinds 1996. Dat heeft de provincie mede te danken aan haar centrale en strategische ligging. De wereldhavens Rotterdam en Antwerpen zijn niet ver weg. De aanwezigheid van twee universiteiten (Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit Tilburg) en zeventien hogere beroepsopleidingen vergroten de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats. Ook de nabijheid van kenniscentra in Vlaanderen en Duitsland draagt aan de attractiviteit bij. Van de zes topregio's die het kabinet in 2004 in de nota 'Pieken in de Delta' aanwees, liggen er twee in Noord-Brabant: het westen rondom Breda met een concentratie van logistieke activiteiten en het zuidoosten rondom Eindhoven met veel hoogwaardige technologie.

Toch kondigde Hoes onlangs een pas op de plaats aan met plannen voor uitbreiding van het bedrijventerrein Moerdijkse Hoek. Volgens de gedeputeerde bevestigt deze stap dat het bedrijfsleven behoefte heeft aan kleinere terreinen dichter bij de stedelijke agglomeraties, voor hoogwaardiger activiteiten. 'Shell Moerdijk gaat er economisch niet op achteruit, maar het heeft gewoon minder ruimte nodig. Want een deel van de basisindustrie, zoals chemie, zal verdwijnen.' In de kabinetsnota 'Pieken in de Delta' was de aanleg van Moerdijkse Hoek nog een topprioriteit om het zuidwesten van Nederland een impuls te geven. Maar die visie is in de ogen van de provincie alweer achterhaald door de economische dynamiek. Brabant moet het van economische activiteiten met een hogere toegevoegde waarde hebben. Het Centraal Planbureau kwam tot eenzelfde analyse. 'In plaats van grote hallen met tl-bakken krijg je meer een kennisomgeving'', zegt Hoes.

De crisis destijds bij DAF Trucks en Philips en ook bij de textielindustrie in Tilburg heeft volgens velen eigenlijk heilzaam gewerkt. 'Vanuit die nood van de jaren tachtig hebben we elkaar hier heel sterk gevonden'', zegt directeur John Jorritsma van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Hoofd investeringsbevordering van de BOM Richard l'Ami spreekt van een 'mobiliserend vermogen', dat volgens hem nergens zo groot is als in Noord-Brabant. Hierdoor is een hecht netwerk ontstaan van overheden, onderwijsinstellingen en bedrijven. Burgemeester Ruud Vreeman van Tilburg vertelt hoe hij na Zaanstad, waar hij eerst burgemeester was, in Tilburg met verbazing ontdekte dat in Brabant zelfs buitenlandse ondernemingen deel uitmaken van het regionale netwerk. 'Die bedrijven doen hier ook mee aan sponsoring van allerlei activiteiten. In Zaanstad moest je veel moeite doen om ergens geld voor te krijgen. Topmanagers van multinationals kwamen niet eens naar de stad, maar gingen na hun werk gauw terug naar hun huis in Aerdenhout.'

Praatjes voor de bühne? Het lijkt erop dat de bijna tot cliché geworden Brabantse gemoedelijkheid zich als een economische asset ontpopt. Zo verloopt volgens Vreeman ook de bestuurlijke samenwerking in de provincie rimpelloos. De voormalige PvdA-voorzitter en oud-vakbondsbestuurder wijst op verschillen met de Randstad. Daar luidden enkele burgemeesters onlangs nog de alarmbel. De regio zou volgens hen door gebrek aan slagvaardigheid economisch 'wegzinken'. Te veel provincie- en stadsbesturen waren bij het beleid betrokken. 'In Noord-Brabant zijn de lijnen kort en heerst overal laagdrempeligheid', zegt Vreeman in bestuurderstaal.

Sinds een paar jaar werken de steden Breda, Eindhoven, 's Hertogenbosch, Helmond en Tilburg samen in BrabantStad. Vreeman trekt een vergelijking met het Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA). 'BrabantStad is een informeel netwerk, terwijl het ROA democratisch is gelegitimeerd. Toch is hier veel meer een onderlinge band. Een beetje concurrentie is natuurlijk goed tussen steden, je kunt van elkaar leren, maar er is ook zoiets als complementariteit. Wij lobbyen samen als het gaat om geldstromen en we tippen elkaar.' Brabantse steden gaan dus niet elk apart op missie naar China. Vreeman prijst het provinciebestuur als stuwende kracht achter de economische ontwikkeling. 'De provincie is een belangrijke geldschieter. En zij speelt een goede rol bij de verbetering van infrastructuur.'

Onlangs nog sprong de provincie bij om de aanleg voor een verbindingsweg naar de High Tech Campus bij Eindhoven te versnellen, toen de rijksoverheid het liet afweten. Dat Noord-Brabant meer doet dan andere provincies komt ook doordat de provincie rijker is, zo legt gedeputeerde Hoes uit. Zo krijgt Noord-Brabant relatief veel geld binnen via de opcenten op de motorrijtuigenbelasting, omdat in de provincie veel autoleasemaatschappijen zijn gevestigd. Hoes onderstreept dat het Brabantse geld niet alleen aan economische maar ook aan sociale en culturele infrastructuur wordt besteed. 'Want onze zorg is dat ook de onderkant van de samenleving meekomt in de economische ontwikkeling.' Voor grondaankopen ten behoeve van het milieu is door de provincie 100 miljoen euro gereserveerd. Daarmee moet BrabantStad werken aan wat de plannenmakers een 'robuuste groenstructuur' noemen.

'De leefomgeving is hier inderdaad veel beter dan in de Randstad', vindt de Chinese ondernemer William Shih. Hij staat aan het hoofd van de Nederlandse vestiging van de Chinese elektronicagigant Haier, die met zijn assortiment consumentenelektronica, ICT en huishoudelijke apparaten de wereld wil veroveren. Haier koos kortgeleden Eindhoven als vestigingsplaats voor z'n Europese IT-hoofdkwartier. Het bedrijf wil volgens Shih niet alleen de marketing en distributie vanuit Eindhoven leiden. Ook after sales service - met een callcenter - komt naar Brabant. Volgens Shih brengt Haier nog meer hoogwaardige arbeid naar Eindhoven, omdat ook verbetering en aanpassing van de elektronicaproducten er zal plaatsvinden. 'We willen onze merknaam een hogere status geven', onderstreept hij. Voor Shih, die eerder het in Brabant gevestigde Europese hoofdkwartier van de Taiwanese computerfabrikant Acer leidde, is Haiers keuze een heel logische. 'ICT-producten bevatten veel componenten, van bijvoorbeeld Philips. Hier in Eindhoven kun je meteen overleggen met deskundige ingenieurs.' Volgens Shih zal Haier in Eindhoven de komende vijf jaar aan 300 tot 500 mensen werk bieden. De keuze van Haier voor Brabant past in een Aziatische traditie. Tientallen Taiwanese bedrijven zoals BenQ zitten er al. Ook Japanse bedrijven kozen voor Brabant als hun Europese uitvalsbasis. Fuji in Tilburg was in de jaren tachtig de kwartiermaker.

Het symbool bij uitstek van Brabants dynamiek is de High Tech Campus (HTC) aan de westrand van Eindhoven, voortgekomen uit de researchactiviteiten van Philips. Sinds een paar jaar hebben zich hier op één vierkante kilometer tientallen hightech bedrijven gevestigd. Nu al werken er bijna 5.000 mensen. HTC-directeur Jérôme Verhagen gaat een vergelijking met het Amerikaanse Silicon Valley niet uit de weg. 'We dóén het hier gewoon', zegt hij. Philips is nog altijd de belangrijkste voortrekker van de campus. Veel bedrijven zijn hier neergestreken met activiteiten als micro-elektronica, nanotechnologie, medische apparatuur, optica of autotechnologie. Niet alleen grote namen als IBM, SAP, Sun Microsystemens en ASML. Hightech start-ups krijgen ook een kans. Volgens Verhagen heeft de opzet van de HTC ook voor een groot bedrijf als Philips enorme voordelen. 'Ideeën blijven niet meer op de plank liggen', zegt hij. Faciliteiten worden gedeeld, waardoor onderzoek goedkoper wordt. 'We hebben het over dingen als biosensoren, draadloze systemen, en apparatuur voor de industrie', zegt hij. De HTC bewijst volgens Verhagen dat het met de maakindustrie in West-Europa 'geen aflopende zaak is'.

Volgens hoogleraar economie Frank den Butter kan uit Brabant lering worden getrokken. Het gaat erom dat bedrijven net als Philips de 'regiefunctie' houden bij het organiseren van productie, verkoop en distributie. 'Je moet er goed in zijn de transactiekosten van die functies laag te houden', aldus Den Butter. Hij verwijst naar het rappport 'Nederland Handelsland' van de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid, waarvan hij in 2003 de belangrijkste auteur was. Juist Nederland met zijn handelstraditie kan zich volgens Den Butter bij de voortgaande mondialisering sterk profileren, waarbij onderwijsinstellingen zowel technische als sociale en economische vaardigheden moeten onderrichten. Geregeld trekt de Amsterdamse hoogleraar met zijn verhaal de provincie in. Den Butter: 'Lagere transactiekosten dragen bij aan meer winstgevende outsourcing. Per saldo kan outsourcing dan netto banencreatie betekenen.'

Op het bureau van burgemeester Vreeman van Tilburg ligt het nieuwe boek The Flight of the Creative Class van de Amerikaan Richard Florida, die al enige tijd de goeroe van menig lokaal bestuurder is. 'Florida vergelijkt regio's met elkaar en geen landen', onderstreept Vreeman. Volgens Florida doen die regio's het goed waar Technologie, Talent en Tolerantie ('de drie T's') samengaan. Tolerantie stimuleert de creativiteit en dus de economie. Volgens Florida dreigen de VS de mondiale slag om talent te verliezen door de kramp waarin het land sinds de aanslagen van 11 september 2001 is geraakt. Buitenlanders met creatief talent komen moeilijker het land binnen en jonge Amerikanen zoeken hun heil gemakkelijker ergens anders. De Brabantse gemoedelijkheid kan model staan voor de tolerantie van Richard Florida. Maar Vreeman maakt zich op dit punt zorgen. Diezelfde zorg valt te beluisteren bij buitenlandse ondernemingen in Noord-Brabant. Topmanager Arthur Jones van het Deense Ecco zowel als zijn collega William Shih van het Chinese Haier klaagt over 'bureaucratie en tegenwerking' als ze medewerkers en trainees uit het buitenland willen halen.