'Geen rechtbank die dit goedkeurt'

Oud-spion Matthew Aid deed twintig jaar onderzoek naar de geheimzinnigste van alle Amerikaanse inlichtingendiensten, de NSA. De dienst is nu verwikkeld in een afluisteraffaire die volgens hem voor president Bush zal uitlopen op een nachtmerrie.

Matthew M. Aid is een oud-spion met liefde voor het vak. Twintig jaar geleden gaf hij zijn baan op bij de National Security Agency (NSA), de grootste inlichtingendienst van de VS, om zich te wijden aan zijn levenswerk: de geschiedenis van de NSA, het geheimzinnigste spionagenetwerk van de VS, dat is gespecialiseerd in het afluisteren van telefoons, e-mail en ander dataverkeer.

Nu is Aid 45 jaar en heeft hij zijn project, dat zal uitmonden in de publicatie van drie boeken, op een haar na gevild. Met smaak vertelt de onderzoeker (baard, buikje, bril met jaren-tachtigmontuur) hoe zijn leven sinds een paar maanden is veranderd. Jarenlang informeerde zijn uitgever glazig naar de voortgang van zijn onderzoek. Maar sinds The New York Times eind vorig jaar onthulde dat de NSA in opdracht van president George W. Bush betrokken is bij een nieuwe afluisteraffaire - zie kader - heeft de uitgever haast gekregen.

Dat is dan jammer, zegt hij. 'Ik heb er tien jaar over gedaan om sommige hoge NSA-functionarissen zover te krijgen met mij te spreken. Ik heb alles gedocumenteerd. Ik hecht aan exactheid. Ik heb zelf bij de NSA gewerkt en nooit heb ik geweten hoeveel geheime deeltjes de organisatie had. Die breng ik nu in kaart.

'Ik beschrijf de rol van de NSA in alle grote crises van na de oorlog tot heden - de vorming van Israël, de oorlog in Korea, Vietnam, de Cubacrisis, de val van Nixon, ga maar door. Dat draait bijna allemaal om afluisteren of daaraan verbonden handelingen. Maar ik ga niet, nu ik bijna klaar ben, het laatste stukje afraffelen. Wees geduldig, heb ik gezegd. In het najaar kun je alle drie delen uitgeven.''

Maar de actualiteit wacht niet, dus intussen bestoken de media hem met vragen over de afluisteraffaire. 'Leuk'', zegt hij met jongensachtig enthousiasme. 'Ik praat graag met journalisten. De zaak waarin de NSA nu is beland, verdient alle aandacht van de media omdat die zal uitgroeien tot de grootste affaire waarin de NSA ooit betrokken was. Ik zeg je eerlijk - nu ik weet wat er is gebeurd, houd ik mijn hart vast. Dit zal uitlopen op een nachtmerrie voor de regering-Bush.''

De Amerikaanse politiek wordt de laatste jaren overheerst door affaires met inlichtingendiensten. Er was al het debacle van de massavernietigingswapens in Irak, die de VS gebruikten als aanleiding om een oorlog te beginnen maar die ondanks de voorspellingen van de CIA niet werden gevonden. Er was '11 september': de CIA en de FBI die de aanval van Al-Qaeda op New York en Washington niet voorzagen. Er was daarna de vergeefse jacht op Osama bin Laden, en de mislukte poging om de herrijzenis van Al-Qaeda in Irak tegen te gaan. En nu is er dan de binnenlandse afluisteraffaire met de NSA. Soms lijkt het of spionagediensten in de VS de politieke agenda bepalen, in plaats van andersom.

'Geen land ter wereld laat zijn buitenlands beleid zozeer sturen door inlichtingendiensten als de VS'', zegt Aid. 'In Frankrijk of Duitsland worden beslissingen genomen op basis van politieke taxaties. In de VS zijn adviezen van inlichtingendiensten vaak maatgevend. Dat is niet iets van de laatste jaren. Daar is onze geschiedenis van doorspekt. Het beste voorbeeld is de Cuba-crisis. Je kan de stappen van de president één voor één herleiden naar de adviezen van de inlichtingendiensten.''

Dit jaar geven de VS 44 miljard dollar uit aan spionage. Talrijke onderdelen van de overheid hebben eigen inlichtingendiensten, maar de grootste twee zijn de NSA (40.000 personeelsleden, gespecialiseerd in het onderscheppen van dataverkeer, en de CIA (25.000 man personeel, gespecialiseerd in undercoveroperaties).

'In de VS spenderen we meer geld per hoofd van de bevolking aan inlichtingendiensten dan in welk ander land ook. Politici in Washington vinden dat de VS, zoals ze dat noemen, 'het slagveld van de inlichtingendiensten moet blijven beheersen'. De redenering is: wie het meeste weet, zal uiteindelijk winnen. Zo behouden de VS de politieke en economische superioriteit. De investeringen in inlichtingen zullen dus niet afnemen.''

Gelegenheidspolitiek

Er is een cultuurverschil met Europa, zegt Aid. Hij heeft intensief contact met Europese diensten en onderzoekers, onder wie de Nederlander Cees Wiebes. 'De Amerikaanse politiek is in dit opzicht democratischer. Wij debatteren erover. In Europa praten regeringen zelden over inlichtingendiensten. Het publiek weet vrijwel niets. Maar geloof me - Europese diensten kunnen net zo goed afluisteren als de Amerikaanse.''

Een ander cultuurverschil is dat voor Amerikanen spionage zo normaal is dat het publiek er niet meer van opkijkt. 'Toen uitkwam dat de Amerikanen in 2003 alle delegaties bij de VN afluisterden ter voorbereiding op de vergadering van de Veiligheidsraad over Irak, stonden de Britse kranten er vol van. In de VS werd er nauwelijks over geschreven.''

Inlichtingendiensten in de VS zijn de laatste jaren misbruikt door de regering, zegt Aid. Hij heeft geen partijpolitieke voorkeur, maar deelt de kritiek dat de regering-Bush de inlichtingen van de CIA over Irak heeft gemanipuleerd om een oorlog te rechtvaardigen. 'Er waren in de CIA mensen die de beweringen van de regering voor een deel onzinnig vonden. Maar de stukken die ze schreven, zijn nooit naar buiten gekomen.''

Aid vindt de inzet van inlichtingendiensten in de oorlog tegen terreur 'storende gelegenheidspolitiek': 'Amerikanen gooien geld naar een probleem en hopen dat het daarmee is opgelost. Zo gaan we sinds 11 september om met de inlichtingendiensten en de oorlog tegen terreur. Ik zou willen dat beter was nagedacht over het imago van de VS in de wereld. Vooral in de islamitische wereld.

'Die kortetermijninvesteringen werken niet. Hoeveel geld je ook hebt - het kost vijf à tien jaar voordat je in een land een netwerk van agenten hebt opgezet. Je moet de tijd nemen, kijken welke problemen er over tien jaar zijn. Daar kan je nog wat aan doen. Maar in de VS doen we alleen aan crisismanagement. We rennen van de ene crisis naar de andere.

'Ik zal je een leerzaam verhaal vertellen. We zijn nu al een jaar aan het lobbyen om Europa te overtuigen van de nucleaire ambities van Iran. Een vriend van me, die bij de Duitse inlichtingendienst BND werkt, vertelde me dat de CIA vorig jaar met een gelikte audiovisuele show aankwam. Maar toen er vragen werden gesteld, ontstonden de problemen. Het Amerikaanse team was terughoudend en wilde het ruwe materiaal niet afgeven. Maar na Irak kun je van niemand meer verwachten dat ze ons zomaar geloven.

'Toen het toch op tafel kwam, bleek het verschrikkelijk te zijn. Het kwam allemaal van Iraanse vluchtelingen, levend in Irak - leden van de Mujahedeen Khalq, die vroeger nog voor Saddam heeft gevochten. Die mensen zijn in geen tien jaar terug geweest in hun eigen land. En op die mensen bleek onze informatie gebaseerd te zijn. Want we hebben geen eigen bronnen in Iran. En we kunnen er geen gesprekken afluisteren - onder meer doordat Iran driemaal achter elkaar een CIA-netwerk heeft opgerold. De BND-mensen zeiden: hebben jullie dan niets geleerd van Irak?'

Wiskundeknobbel

Aan zijn eigen NSA-tijd denkt Aid met warmte terug. Hij had geen collega's met gleufhoeden en spekzolen. 'Het waren mensen met belangstelling voor het buitenland, terwijl negentig procent van de Amerikanen het land nooit verlaat. En het waren vooral technische breinen - mensen met een wiskundeknobbel. Stabiele types. Geen lieden die overlopen van vaderlandsliefde, dat zijn degenen die als eerste onder de druk bezwijken. Wie héél graag spion wil worden, valt in de eerste selectieronde al af.

'De NSA is een van de weinige onderdelen van Defensie waar vrouwen in de meerderheid zijn. Tachtig procent is burgerpersoneel. De militaire discipline - het appèl, het marcheren - daar keken wij op neer.''

Ook de CIA heeft in de VS een progressiever imago dan in Europa bekend is. 'De reden dat conservatieven als vice-president Cheney de CIA nooit zullen vertrouwen, is dat de dienst in 1947 is gevormd door internationalisten uit Princeton, Harvard, Yale. Gevaarlijke fellow travelers, voor conservatieven. Ook Nixon gaf altijd af op de CIA - 'die lui in hun tweed pakken met elleboogbeschermers'. En het is waar: de mensen die er toen werkten wáren Democraten. Maar hun werk was regeringen omverwerpen, en dat deden ze zonder scrupules. Je hebt er nu mensen van alle politieke kleuren. Maar door de geschiedenis zullen de conservatieven de CIA nooit echt vertrouwen.''

Zelf besloot Aid bij de NSA te gaan om zijn studieschuld af te betalen. Hij mag nog steeds niet vertellen wat zijn werk precies inhield, maar ook hij luisterde Russen af. 'Elk aspect van de Russische samenleving werd gevolgd. Militaire commandanten, maar ook de mannen op de ijsbrekers die de rivieren bevaarbaar hielden.''

De NSA kan nagenoeg iedereen ter wereld afluisteren. Door de publiciteit midden jaren negentig over het NSA-programma Echelon, dat alle satellietcommunicatie ter wereld volgt, is dit tot het grote publiek doorgedrongen. Een nadeel is dat Echelon te veel informatie oplevert, zegt Aid. De kunst is om deze zo te filteren dat het bruikbaar wordt. 'Zoals dat is gelukt in Bosnië met het afluisteren van de gesprekken van Mladic en Karadzic en Milosevic. En in Rambouillet en Dayton, in de jaren negentig toen Servië, Kroatië en Bosnië vredesonderhandelingen voerden. De NSA luisterde alle onderhandelaars af. Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag heeft niet al het NSA-materiaal over de Bosnische oorlog gekregen. Dan zou de dienst een deel van zijn technieken prijsgeven.''

Dat de NSA na 11 september door Bush werd ingezet in de oorlog tegen terreur zal niemand verrassen, zegt Aid. 'Maar wat nooit had mogen gebeuren, is dat de organisatie waarvan iedereen dacht dat hij jacht maakt op Bin Laden, tegen Amerikaanse burgers wordt gebruikt.''

Slapende terreurcellen

In essentie draait het in de huidige afluisteraffaire om de macht van de president. Amerikanen houden van krachtig leiderschap, maar wantrouwen de regering - een dubbelhartigheid waarmee elke president moet leven.

De zaak ligt extra gevoelig omdat regeringen in de moderne Amerikaanse geschiedenis eerder zijn betrapt op het stiekem afluisteren van de eigen burgers. In de jaren zeventig bleek de NSA betrokken bij het zonder gerechtelijke toetsing afluisteren van mensen variërend van Jane Fonda tot Martin Luther King. Een onderzoek door het Congres bracht later aan het licht dat de NSA maar liefst 150.000 berichten per maand onderschepte - waarna de NSA moest beloven zich nooit meer met binnenlandse spionage bezig te houden.

In de jaren zeventig was er ook het Watergate-schandaal. Nadat was gebleken dat Nixon alle gesprekken in zijn werkkamer liet opnemen, weigerde hij, met een beroep op zijn presidentiële bevoegdheden, het Congres de opnamen te overhandigen, waarna het Hooggerechtshof hem daartoe dwong. Vervolgens werd in 1978 een wet aangenomen die het afluisteren van Amerikaanse burgers zonder machtiging van de rechter verbiedt.

Aid: 'Nu, dertig jaar later, blijkt de NSA opnieuw in strijd met de wet Amerikanen te hebben afgeluisterd. En opnieuw hebben we een president die met een beroep op zijn bevoegdheden de informatie over een geheim afluisterprogramma niet wil prijsgeven.

'Dit afluisterprogramma begon een maand na 11 september. Kranten stonden vol van artikelen over slapende Al-Qaeda-cellen - in New York en Detroit zijn grote delen van de bevolking Arabisch. In de Tweede Wereldoorlog werden na de aanval op Pearl Harbor alle Japanse Amerikanen ondergebracht in kampen - een schandvlek op onze geschiedenis. En na 11 september is hierop een moderne variant bedacht.''

De regering heeft niet prijsgegeven hoeveel Amerikanen sinds 2001 zijn afgeluisterd. Vijfhonderd, hooguit vijfduizend mensen zouden langere tijd zijn getapt. Maar dat zijn voor kenners van de NSA alarmerende getallen: om daaraan te komen moet je eerst veel meer mensen afluisteren, legt Aid uit: 'De NSA heeft de laatste dertig jaar geen ervaring opgedaan in binnenlandse spionage. Wat de NSA kan, is afluisteren. Dus de enige manier om potentiële doelwitten te vinden - de 'slapende Al-Qaeda-cellen' - is om élk telefoontje af te luisteren van een potentieel Al-Qaeda-lid dat uit het buitenland naar de VS belt. Dit betekent dat de NSA álle telefoontjes van Pakistan naar de VS heeft opgenomen, en ook uit Afghanistan. Alle telefoontjes uit Jemen, Egypte, Saoedi-Arabië - het gaat om vijftien, twintig landen, en dus om miljoenen telefoontjes.'' Het komt erop neer, aldus Aid, dat de regering geen idee had waar men Al-Qaeda kon vinden.

'Ik denk - en dit is wat ik noem 'geïnformeerde speculatie' - dat de wet niet is nageleefd omdat de NSA alleen kon achterhalen of er slapende terreurcellen in de VS waren als men een heel groot visnet uitwierp. Daarna trek je het net strakker. Maar het probleem is dat het illegaal is zo'n net uit te werpen. Je zal in dit land geen rechtbank vinden die dit goedkeurt.''

Arabische Amerikanen

De affaire zal, net als met Nixon in 1974, voor het Hooggerechtshof eindigen, zegt Aid. 'De regering geeft een interpretatie van de wet die erop neerkomt dat de president álles kan doen omdat hij een oorlog tegen terreur leidt - een oorlog zonder helder begin en zonder einde. Het is nu duidelijk dat ook belangrijke Republikeinen uit de Senaat inzien dat dit niet kan.

'Als op last van het Hooggerechtshof de documenten op tafel komen, is de nachtmerrie compleet. Dan zullen we bevestigd zien dat de regering in 2001 geen idee had waar Al-Qaeda zich bevond. Een blamage. En we zullen zien dat, in tegenstelling tot wat door de regering is gezegd, de spionage van de NSA zich heeft geconcentreerd op Arabische Amerikanen. Deze etnische interpretatie van de oorlog tegen terreur zal grote commotie geven.''

Bij de NSA is de sfeer om te snijden. 'Bijna alle NSA-mensen die ik ken, schamen zich voor deze affaire. Het ergste wat de NSA kan overkomen - in het brandpunt van de belangstelling staan - is gebeurd. Een officieel onderzoek ligt voor de hand. We zullen te weten komen hoe de politiek de organisatie heeft beïnvloed. Ik ben ervan overtuigd dat de NSA hieraan nooit zou zijn begonnen als de regering geen opdracht had gegeven. Ik weet inmiddels dat mensen binnen de NSA hebben geweigerd aan het afluisteren mee te werken. En interessant genoeg zijn zij niet ontslagen. Zo angstig is men kennelijk voor lekken.''

Het is nauwelijks voorstelbaar, zegt Matthew Aid, dat deze zaak eindigt zonder dat de regering in verlegenheid komt. 'Ik maak één voorbehoud. Deze regering heeft zich vaker uit een verloren positie gered. Ik zal niet zeggen dat de regering resistent is voor feiten. Maar veel Amerikanen geloven de manipulaties van de regering. Zo denkt nog altijd een derde van het Amerikaanse volk dat Saddam iets te maken had met 11 september. Maar het zal nu wel érg moeilijk worden om nog met een goed verhaal te komen.''