'Geen laffer volk dan 020'

Vorige week viel een groep Ajax-supporters in Den Haag het clubhuis van de ADO-supporters aan. ADO-sponsor John van Zweden probeert positief te blijven.

Aan het plafond hangt een reusachtige pluchen adelaar, met in zijn klauwen een rol Ajax-behang. Wordt hier principieel niet verkocht staat er in viltstift op. Hier moet men zijn voor ADO-behang. Een hele toonwand is ermee volgeplakt. Groene en gele strepen, met daarop witte ooievaars. Supporters van ADO - Alles Door Oefening - krijgen op vertoon van hun clubpas tien procent korting.

Dit is Het Behangparadijs van John van Zweden, in Loosduinen, Den Haag. Het is dinsdag 14 februari, vier dagen na de aanval van zeventig Ajax-supporters op het clubhuis van ADO-supporters in het Zuiderparkstadion. De Ajax-supporters gooiden een rookbom en drongen naar binnen met messen en honkbalknuppels. Acht ADO'ers - ze zaten te klaverjassen - raakten gewond.

De politie moest daarna voorkomen dat ADO-supporters naar Amsterdam oprukten om wraak te nemen. Dat was in de nacht van vrijdag op zaterdag. De volgende nacht werden Ajax-supporters bij de Arena in Amsterdam tegengehouden toen ze op weg wilden gaan naar Den Haag. In hun clubhuis werden wapens en harddrugs gevonden.

Het clubhuis is nu op last van burgemeester Cohen dichtgetimmerd. Ajax-supporters mogen de komende vijf jaar niet in Den Haag komen. ADO-supporters zijn, ook voor de komende vijf jaar, verbannen uit Amsterdam. Maatregelen die in Nederland nog niet eerder werden genomen tegen voetbalsupporters.

John van Zweden (43), ADO-supporter zolang hij zich kan herinneren, wil wel achter de toonbank van zijn Behangparadijs vandaan komen om zijn mening te geven over de aanval van Ajax op ADO. Hij loopt naar de koffiebar midden in de winkel en wijst naar de twee jongens die blikken groene en gele verf in een grote doos zetten. Een van hen, Rinus, Pasquernel, waren er ook. Pasquernel, in schilderskleren, werkt bij John van Zweden.

Willen zij ook wat zeggen?

Rinus, bomberjack en pet, deinst achteruit als het hem gevraagd wordt. Iets zeggen tegen de pers? No way. Pasquernel zegt dat niet één ADO-supporter nog met journalisten praat.

Ike Simoncini, woordvoerder van ADO-supporters, had dat door de telefoon ook al laten weten. 'Wat wil je horen?', zei hij. 'Dat we een Haagse jihad uitroepen tegen 020?' ADO'ers weigeren om 'Amsterdam' te zeggen. 'Zal ik eens wat zeggen? Journalisten zijn erger dan die joden uit 020.' Voor ADO'ers zijn alle Amsterdammers joden. 'Wij hebben onze jongens goed onder controle. Niemand gaat iets over die laffe jodenactie zeggen.'

Maar John van Zweden doet het toch. Hij let niet op Pasquernel die nee tegen hem schudt. Hij gaat op een kruk zitten en vertelt dat hij vrijdagavond rond half twaalf - hij zat thuis op de bank voetbal te kijken - opeens het ene na het andere bericht op zijn telefoon kreeg. Er was een bom gegooid. Het clubhuis zou in brand staan. Iedereen werd opgeroepen om zo snel mogelijk naar het Zuiderpark te gaan. Flikker op, dacht hij. Dat zal wel zwaar overdreven zijn. Hij kon zich niet voorstellen dat het waar was.

Maar hij stapte meteen in zijn auto. Binnen tien minuten was hij ter plaatse. Hij zag rook, een zwartgeblakerde keuken, verbrande ADO-souvenirs en overal politie. Het bestuur van ADO was er al, wat hij heel mooi vond. De directeur van ADO was er ook. En er waren ADO-supporters. Die wilden gelijk naar Amsterdam om er even flink een kankerzooi te trappen.

John van Zweden zegt dat hij probeerde positief te blijven. Hij zag Pasquernel, hij begreep hoe veel haat die in zijn flikker moest hebben. Zelf had hij de gewaarwording dat dit ongelooflijk laf was. Met zeventig man een paar onschuldige, klaverjassende jongens aanvallen, zonder dat ze de kans hadden om zich te verdedigen. Hij kon het niet geloven.

Maar nu meteen naar Amsterdam gaan leek hem niet verstandig. Dat was iets voor hersenlozen. Hij zei tegen de jongens dat ze vies gepakt gingen worden. Je wordt vies gestraft. Echt waar, je gaat vies gestraft worden. Doe het niet. Niet nu.

Hij is iemand die de dingen altijd redelijk wil blijven zien. Daarom vindt hij zichzelf de aangewezen man om zijn mening over de aanval te geven. Hij heeft er ook de positie voor. Hij is een van de grote sponsors van ADO. Laat hij eerlijk zijn, hij verdíent ook aan ADO - door het behang, de sjaals, de vlaggen, de reclameborden die hij exclusief mag leveren. Maar dat staat niet in verhouding tot de 60.000 euro die hij jaarlijks aan de club geeft.

Omdat hij zo redelijk is en altijd twee kanten van de zaak ziet, kan hij zeggen dat een jihad tegen 020 te ver gaat. Weten de jongens wel wat een jihad is? En één onschuldige van ons is één onschuldige van hen - daar is hij ook geen voorstander van. John van Zweden is zelf vader, hij heeft een zoon van negen. Hij moet er niet aan denken dat hij met hem over straat zou lopen en dat die jongen gepakt werd.

Maar begrijp hem goed. Hij vindt het niet meer dan logisch dat de jongens acties aan het beramen zijn. Dat ze iedereen oproepen om rekeningen bij ABN-AMRO op te zeggen. (ABN-AMRO is hoofdsponsor van Ajax.) Of stenen door de ruiten gooien als ze een auto met een rood-witte vlag zien. Om sowieso iedereen die zich met de kleuren rood-wit in Den Haag durft te vertonen in elkaar te raggen. Rinus en Pasquernel lopen met hun dozen vol groene en gele verf langs de koffiebar. Pasquernel schudt weer nee. 'Louw loene, hè', zegt hij.

'Gaan jullie nou maar aan het werk', zegt John van Zweden.

Hij vertelt dat de jongens zondag bij de wedstrijd ADO-Ajax - die wel doorging - met mandjes bij de businessclub hadden gestaan. Ze haalden geld op om hun clubhuis op te knappen. Hij zag alleen maar muntjes van 20 eurocent, 50 eurocent. Hij werd er schijtziek van. Dus zei hij tegen de jongens dat ze de spullen gratis bij hem konden ophalen. Dat geloofde je toch niet, dat niemand die jongens wilde helpen. Ze werden gewoon aan hun lot overgelaten.

Hij werd geboren in de Paul Krugerlaan, waar zijn vader en zijn opa ook al een behangzaak hadden. Vanaf zijn vijfde ging hij mee naar de wedstrijden van ADO en van Holland Sport, vanaf 1971 ADO Den Haag. Altijd schijtziek als ze verloren hadden. 's Avonds zonder eten zijn nest in. Nu heeft hij dat niet meer, nu kan hij relativeren. Behalve als er tegen Ajax gespeeld wordt.

Hij vertelt dit op woensdag, de dag na het eerste gesprek, in het kantoortje boven de winkel. John van Zweden zou het clubhuis laten zien. Maar de jongens hebben tegen hem gezegd dat ze het niet willen. En dat moet, vindt hij, gerespecteerd worden.

Hij is een Hagenaar pur sang, wat betekent dat hij nooit in Amsterdam komt. Hij raakt al van slag als hij naar Schiphol moet. Amsterdammers zeggen dat Hagenaars bluffers zijn. Maar dat zijn Hagenaars dus niet. Ze zijn recht voor zijn raap. En recht door zee. Zij vallen nooit in de rug aan, zoals Amsterdammers. Geen laffer volk dan Amsterdammers.

Kijk, Hamas, hamas, joden aan het gas, dat vindt hij in principe ook een geschuffelde opmerking. Maar het is wel een kwestie van actie-reactie. Als die Ajax-supporters zo arrogant het stadion komen binnenlopen, wij zijn superjoden, ja, dan wordt dat dus gezegd.

Wat hij erg vindt: dat de strijd harder wordt. Vroeger sloeg je elkaar met je klauwen. Ze stonden je op te wachten als je uit de trein kwam. En dan was het knokken. Een paar slagen op de muil, en dat was het dan. Maar nu? Met messen en knuppels een clubhuis binnenvallen? Dat wil je dus dat er dooien vallen. Van de gedachte alleen al wordt hij helemaal gek.

Hij heeft geprobeerd de mavo te doen, zegt hij. Maar hij zakte voor zijn examen en van zijn vader hoefde hij het niet over te doen. De volgende ochtend werd hij om zes uur uit zijn bed gehaald. Hij kon beginnen bij de behangleverancier in Haarlem. Een paar jaar later nam hij de zaak van zijn vader en zijn opa over.

De Paul Krugerstraat verpauperde, hij moest iets bedenken om de zaak te redden. Het werd bij de mensen thuis behangen voor een prijs waar iedereen om lachte. Hij ging reclameborden maken. En toen kon hij een nieuwe winkel kopen, in Loosduinen, naast de Vogelkelder van de oom van zijn vrouw.

Nu gaat hij iedere zondag met zijn zwager Berry, zijn schoonvader en die oom naar het voetbal. Zijn opa is al jaren dood en zijn vader is op 5 juni 2005 helaas ook overleden. Zomaar, uit het niets. Nooit gerookt, nooit gedronken. Hij had iets in zijn hoofd, een virus of zo, ze konden hem in het ziekenhuis niet pakken, dat klereding.

John van Zweden roept zijn vrouw, die ook in de zaak werkt. 'Wendy? Wat was dat voor ding dat pa in zijn hoofd had?'

'Een bacterie', zegt Wendy.

'Precies. Een bacterie. Het was een nachtmerrie.'

Hij kocht voor zijn vader een groot stuk gras op de begraafplaats Rijswijk. Zijn vader zat altijd graag in de tuin, nu heeft hij de ruimte. Gelukkig heeft zijn vader nog wel meegemaakt dat zijn zoon 50.000 pond investeerde in de Swansea City Football Club, in Wales. Sindsdien kan John van Zweden zeggen dat hij eigenaar is van een voetbalclub.

Vandaar dat ADO altijd een beroep op hem kan doen. Als hij een paar duizend euro weggeeft, hoeft hij 's avonds geen biefstuk minder te eten. Dat is dus wel anders als je stratenmaker bent. Of werkloos.

Wat hij nu het allerergste vindt: dat bij problemen met voetbalsupporters meteen naar ADO wordt gewezen. Terwijl er al jaren he-le-maal niets aan de hand is met ADO-supporters. Kijk hoe ze behandeld worden. De NS laat ze 42 euro betalen voor een combi-reis naar Rotterdam, voor een afstand die je kan lópen. Met een hapje en een drankje erbij kost zo'n wedstrijd 200 euro. Voor hem is het geen probleem. Maar voor een stratenmaker die 800 euro in de maand verdient? Pure discriminatie.

John van Zweden pakt een van zijn telefoons en belt Pasquernel op. 'Pas, waar ben je? Kunnen we toch even komen?'

Hij luistert en herhaalt wat Pasquernel tegen hem zegt: 'Opkankeren met de pers.' En: 'Er zijn net klappen uitgedeeld aan drie man van SBS6.'

Dat is dus uitgesloten, stelt hij vast. Jammer, maar hij begrijpt het. De pers heeft alleen maar aandacht voor rottigheid. Terwijl ADO-supporters zo veel ludieke dingen doen. Is er bij de tegenstander een kind doodgereden? ADO'ers gooien honderden knuffelbeesten op het veld. Brand in Volendam? De eerste bloemen zijn van ADO. Maar geen letter erover in de krant.

Er was een jongetje van tien, een ADO-supporter, hij had terminale kanker. Via de website werd verzocht hem een kaartje te sturen. Het werden honderden kaarten. John van Zweden stuurde hem een sjaal. Maar toen die op de post ging, was dat jongetje al dood. De volgende dag kwamen zijn ouders bij hem in de zaak. Bedankt voor het gebaar, en mogen we misschien een sjaal om bij onze zoon in de kist te leggen?

Zijn hart brak, dat kan hij wel vertellen. Hij stond gewoon te janken. Natuurlijk kregen die ouders een sjaal voor in de kist. En bij de begrafenis stonden een paar honderd supporters in hun bomberjacks, allemaal met een ADO-vlag. Hebben we er iets over gelezen in de krant? Nee dus. De pers komt alleen als er kankerzooi is. Sorry dat hij het zo zegt. Maar het is de waarheid.