Flirten in Doorzonland

Hoe weet je of een Nederlandse man met je flirt? Als hij op een afstandje, armen over elkaar geslagen, hardnekkig de andere kant op staat te kijken

Het wordt weer gezellig dit jaar in Nederland! 'Ik wil laten zien dat ik eigenlijk een gezellige vrouw ben', zei minister Verdonk, terwijl ze, schort om, aan het fornuis stond in cultureel centrum de Lichtfabriek in Haarlem, begin deze maand. '2006 wordt voor mij het jaar van de integratie met een positieve toon.'

Verdonk was bij het 'cultureel kookevenement' ter gelegenheid van de officiële lancering van de &-campagne, die de aandacht moet vestigen op de positieve kanten van integratie. Twee maanden verkeerde & nu al in de 'teaser'-fase. Kamerleden en andere belangstellenden die wilden weten wat er was gebeurd met de tien miljoen die ervoor was uitgetrokken, werden kordaat afgewimpeld. Wel waren er alvast spotjes te zien op SBS6 en MTV, en hingen er posters in de stad van een bloot, blank mannentorso waarop 'Rachida' staat getatoeëerd. Integratie: je bent jong en je wilt wat!

Een dag nadat Verdonk in de keuken stond, bood de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) haar een advies aan waaruit blijkt dat kleinschalige initiatieven zoals multiculturele straatbarbecues niet tot meer integratie leiden. Beter is het wegwerken van sociaal-economische achterstanden, zei het RMO, want 'de wil van mensen om te integreren met elkaar hangt sterk af van opleidingsniveau, taalvaardigheid en beroepsniveau.'

(Even terzijde: 'integreren met elkaar'? Ja, integreren zonder elkaar is inderdaad wel een beetje lastig. Zie ook het pleonastische, uitgewoonde 'wij, met elkaar', favoriet onder politici. Als in: 'daar moeten wij, met elkaar, samen aan werken' - alsof het 'wij' van de spreker niet automatisch iedereen omvat. Daar moeten wíj aan werken. & nog wat andere types. Met elkaar.)

Opleidingsniveau, taalvaardigheid, beroepsniveau, oh? Ik hoor andere verhalen van mijn hoogopgeleide, Nederlands sprekende, van interessante banen voorziene buitenlandse vrienden. Want, los van alle abstracties, hoe stáát het eigenlijk met de integratie in Nederland op micro-niveau - vrienden, relaties? En laten we dan de nikaab-dragers en andersoortige onverdraagzame types die de ruiten ingooien bij joodse buurtbewoners, Schiphol willen opblazen of homo's van hoge gebouwen gooien, voor de verandering eens buiten beschouwing laten.

'Ik heb de indruk dat Nederlanders zich er niet zo voor interesseren om met buitenlanders om te gaan', zegt de Britse, blonde, blauwogige vriend die hier al meer dan 15 jaar woont, en onder zijn grote vriendenkring slechts een half handjevol Nederlanders telt. 'Alles moet nut hebben hier', zegt de Iraanse, 'dus ook vriendschap.' 'Vriendschap in Nederland mag niet al te veel kosten', aldus de Turk. 'Het is iets voor als je tijd over hebt en er geen leuke film op tv is. In een Turkse vriendschap deel je lief en leed. Het is een verantwoordelijkheid, een deel van je dagelijks leven.' De Bosniër die hier al twaalf jaar woont, verklaart nul Nederlandse vrienden te hebben.

Niet representatief, wellicht. Nu wil het toeval dat ik laatst een oude Elle onder ogen kreeg - het januari-nummer van het blad - waarin drie hoogopgeleide, hier werkende buitenlandse vrouwen aan het woord werden gelaten. Hun probleem: ze krijgen geen contact met Nederlanders. 'Nederland is voor mij heel paradoxaal', zegt Ouahiba uit Frankrijk. 'De mensen laten hun gordijnen open en je kunt overal naar binnen kijken, maar niemand nodigt je thuis uit. Ik heb het idee dat Nederlanders hun vrienden vaak al lang kennen en niet zomaar nieuwe mensen toelaten tot hun vriendenkring.' De andere vrouwen hebben het over het 'wantrouwen' van Nederlanders tegenover buitenlanders en hun 'terughoudendheid'.

Nederlanders die ik hierover vertelde, keken vreemd op. En haastten zich te verklaren zelf wél buitenlandse vrienden te hebben. Toch zijn de klachten van immigranten, en de steeds weer oprecht verraste (en een beetje beledigde) reacties van Nederlanders, een telkens terugkerend verhaal. Een onderzoek onder hoogopgeleide Haagse expats, vorig jaar. Het boekje van Sophie Perrier, vijf jaar geleden, De mannen van Nederland (niet meer verkrijgbaar). Gansch mannelijk Nederland viel over het beeld dat Perrier van hen schetste, met de hulp van de 35 andere buitenlandse vrouwen en één man die ze had geïnterviewd. Maar de vrouwen die Perrier interviewde in 1998 zeggen in wezen niets anders dan de vrouwen van Elle in 2006.

'Nederlanders kunnen niet flirten.' 'Ze kijken naar je, maar ondernemen niets.' 'Ze blijven op afstand.' 'Het spelletje lijkt: hoe kun je het beste iemand negeren?' Mais bien sûr. Hoe weet je of een Nederlandse man met je flirt? Als hij op een afstandje, armen over elkaar geslagen, hardnekkig de andere kant op staat te kijken en met iedereen praat behalve met jou. Easy!

Zou het misschien kunnen dat het Nederlandse flirtgedrag representatief is voor onze toenaderingspogingen in het algemeen, en dus ook de houding van Nederlanders tegenover vreemdelingen?

Neem de nu al klassieke flirt Naema Tahir-Jeroen Pauw (in een Nova-uitzending onlangs). Heel Nederland onthutst! Alsof men nog nooit Rai Uno of de BBC heeft gezien. Goed, het was weinig subtiel, maar ik vermoed dat het het fenomeen van flirten zelf was waar de gemiddelde Nederlander met open mond naar zat te kijken.

Gebruikelijker hier op dat gebied is immers angstvallige terughoudendheid, de kat uit de boom kijken, af en toe een krampachtige, al-te-directe poging. De neiging om het initiatief volledig bij de ander te leggen. 'Nederlanders hebben een probleem met emoties en alles wat daarmee te maken heeft, dus ook vriendschap en andere contacten', zeggen de Turk, de Iraanse en de Bosniër, onafhankelijk van elkaar. 'Ze zijn emotioneel arm.' Ai.

Maar wat zijn nu de consequenties voor integratie hier? Zelf heb ik de indruk dat Nederlanders zich ronduit ongemakkelijk voelen met wat niet 'vertrouwd' is (niet voor niets een toverwoord in de reclamebranche). Inderdaad laten Nederlanders niet zomaar nieuwe mensen toe tot hun vriendenkring. Dat geldt al voor andere Nederlanders en waarschijnlijk in sterkere mate voor wat nóg minder vertrouwd is. Nederland heeft wel iets van een grote doorzonwoning: je kunt overal naar binnen kijken, maar toegelaten wordt je niet snel. 'Het is echt geen toeval dat Nederlanders het elders altijd zo gastvrij vinden', lacht de Turk. De Iraanse: 'Daarom is juist hier het woord voor 'gezelligheid' uitgevonden. Omdat dat niet vanzelf spreekt.'

Ik heb zo het vermoeden dat het niet de gezelligheid van minister Verdonk is die Nederland nu nodig heeft. Maar misschien kunnen we allemaal, 'met elkaar', eens zo veel mogelijk gaan flirten met een vreemdeling.