Elke brief vormt indringend en menselijk verhaal

Zeer verbaasd en verrast was ik toen ik op de voorpagina van NRC Handelsblad van 10 februari het nieuwsbericht las over het onderzoek waar ik 15 jaar geleden op ben afgestudeerd. In essentie dan – Roelof van Gelder had duidelijk meer tijd en middelen tot zijn beschikking dan ik destijds. Maar de strekking van zijn betoog sluit naadloos aan bij wat ik uit diezelfde archieven haalde.

Onbestelde zeepost. Privé-correspondentie die nooit haar bestemming bereikte en al eeuwen ligt te verstoffen in de immense archieven van het Public Record Office in Londen. Ik werd hier destijds op geattendeerd, zodanig dat ik met wat aanwijzingen in twee weken tijd een kleine 400 brieven boven water kon krijgen. Niet dat het zoeken van die brieven gemakkelijk ging. Ook ik werkte pakken papier door. Inderdaad: zwart van stof en vuil was je na een dag pakket na pakket doorzoekend. En ik voel nog de euforie toen ik na vier dagen eindelijk de eerste brief uit Batavia (waar mijn scriptie over ging) vond. Toen had ik dozen vol nog verzegelde brieven uit West Indië al gehad…

En dan het moment van lezen. Lezen en nog een keer lezen. Elke brief vormt een eigen indringend en menselijk verhaal. Veraf in tijd en plaats en dichtbij in emotie en menselijkheid. Ik deel de mening van Van Gelder dat het prachtig materiaal is. Het verhaalt over mensen wier stem iets doet oplichten van de sociaal-economische context van vervlogen tijden.

En misschien ook is het tegelijkertijd wel uiterst actueel, als spiegel in de actuele integratiediscussie.