Eindelijk verlost van de klotsbak en de padvinders

Ruim een maand nu maken de topzwemmers uit Eindhoven gebruik van het pas opgeleverde Nationaal Zwemcentrum De Tongelreep. 'Het is alsof ik een nieuwe baan heb.'

Nog niet zo lang geleden stond het schaamrood hem op de kaken. Dan kwam Michael Klim bijvoorbeeld over vanuit Australië en moest Pieter van den Hoogenband zijn collega-sprinter uitleggen dat het geen grap was. De drievoudig olympisch kampioen uit Nederland trok zijn baantjes in een zwembad met opstaande randen, zijn eigen 'klotsbak' zoals hij dat spottend noemde, te midden van kwetterende tieners en bedaagde recreanten.

Maar Michael Klim zou nu eens een kijkje moeten nemen in Eindhoven. Hij zou zijn ogen - opnieuw - niet geloven. De klotsbak is niet meer, en Van den Hoogenband peddelt tegenwoordig in alle rust op en neer. In een afgezonderd trainingsbassin (50 meter), waar het boegbeeld van het Nationaal Zweminstituut Eindhoven een eigen baan tot zijn beschikking heeft, net als zijn drie collega's. Het is een luxe, zeker voor Nederlandse begrippen, die hij op deze ochtend al zwemmende in twee woorden samenvat: 'Een verademing!'

Ook trainer-coach Jacco Verhaeren kan zijn geluk niet op. 'Het klinkt raar misschien, maar het is alsof ik een nieuwe baan heb.' Ruim elf jaar werkte de oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen in 'dat muffe, bedompte complex even verderop', dat inmiddels tegen de vlakte is. 'Dit bad ademt topsport. In het vorige voelde ik me soms net een veredelde badmeester die, omdat hij toch langs de kant stond, ook wel eventjes in de gaten kon houden of de oudjes niet verzopen.'

Ruim een maand nu maken de topzwemmers uit Eindhoven gebruik van het in december opgeleverde Nationaal Zwemcentrum De Tongelreep. Superlatieven schieten hun te kort. Het is vooral de rust die aanvoelt als een warme douche, zegt Van den Hoogenband. 'Het had wel z'n charme: trainen in een bad waar op hetzelfde moment de ouden-van-dagen in het water liggen te spartelen. Maar wat vaak vergeten wordt: zwemmen is mijn vak, en ik kan en ik wil niet voortdurend gestoord worden tijdens de uitoefening van mijn beroep.'

Dat geldt ook voor Verhaeren, die daarnaast vooral ingenomen is met de technologische snufjes, die in het trainingsbad zijn aangebracht, waaronder elektronische tijdwaarneming en dertien vaste onderwatercamera's. Die stellen hem in staat zijn werk nauwkeuriger te doen. 'De tijd en de slagfrequentie klokken kan ik zelf, maar met dit geïntegreerde systeem leg ik een directe koppeling met de training. À la minute. En als iets bewezen is, dan is het wel dat mensen informatie beter en sneller oppikken zodra ze het met eigen ogen zien.'

Eén probleem: de camera's werken nog niet, omdat de soft- en de hardware nog niet op elkaar zijn afgestemd. Maar Verhaeren is allang blij. 'Hoe vaak gebeurt het niet dat in Nederland een accommodatie wordt gebouwd, die uiteindelijk slechts de breedtesport blijkt te dienen? Het Sloterpark in Amsterdam is een prachtig bad, maar niet geschikt voor de topsport: slechts acht banen en op het eind zo ondiep dat lange zwemmers er geen keerpunt kunnen maken, want anders stoten ze hun hoofd.'

In Eindhoven daarentegen is, geheel in de geest van de no-nonsense-trainer Verhaeren, 'van meet af aan heel topsportgericht gedacht en gehandeld: geen concessies'. Het vervult hem met gepaste trots. Onder het trainingsbad zijn, met het blote oog of de camera, via twee glazen wanden de bewegingen van de zwemmers minutieus te registreren. Zoals de haaien te volgen zijn in het Oceanium van diergaarde Blijdorp. Geen detail ontgaat de coach meer.

Verhaeren heeft nog wat opgemerkt de afgelopen weken: de belastbaarheid van zijn pupillen ligt plotseling hoger. 'Ik merk het aan mezelf, maar ik merk het vooral aan de zwemmers. Ze liggen veel geconcentreerder in het water, waardoor ze tot meer in staat zijn. Simpelweg omdat ze niet afgeleid worden omdat er in hetzelfde bad tegelijkertijd een sport-en-activiteiten-dag van de padvinders aan de gang is.'

Zo verguld met de nieuwe behuizing is Verhaeren dat hij één ding zeker weet: 'Wij hoeven niet meer zo vaak op trainingskamp naar het buitenland, en dat scheelt ons tijd en geld. Ons eigen bad doet niet meer onder voor al die baden, die we de laatste jaren noodgedwongen op zochten om de zinnen te verzetten. Hier kunnen we elk gewenst moment van de dag terecht. Ik hoef maar met mijn vingers te knippen of het wordt geregeld.'

Zo hoort het, weet Van den Hoogenband. 'Topsport is een optelsom van een aantal factoren, zoals talent, inzet, enzovoort. Hier was jarenlang de accommodatie de beperkende factor.' Zowel Verhaeren als VdH beschouwt de realisatie van het bad, over twee jaar gastheer van de EK langebaan (50 meter), als een beloning voor hun geleverde inspanningen. 'Voor mij was het simpel: een paar telefoontjes naar m'n vrinden in Australië en ik was weg geweest', zegt de laatste. 'Maar het gaat niet zozeer om mij als wel om de zwemmers die na mij komen. Die moeten een topbad hebben, zodat ze straks op dat punt in elk geval géén excuus hebben.'

Niemand in Eindhoven en omstreken meer die nog snerend spreekt over het 'Pieter-bad', constateert Verhaeren. 'Je las en hoorde hier de laatste jaren regelmatig dat het bad vooral bedoeld was om Pieter te behagen. Nu de deuren zijn geopend, beseft iedereen dat óók de breedtesport veel beter af is dan voorheen.'