Eigen woud eerst

Kennis die de bevolking over haar leefgebied heeft, moet volgens ecoloog Douglas Sheil de basis zijn van wetenschappelijk onderzoek. Op Borneo werkt het. Michiel van Nieuwstadt

Wetenschappelijk onderzoek naar het behoud van natuurgebieden lijkt soms doelloos. Het determineren, labelen en nauwlettend volgen van alle planten in een klein stukje oerwoud kan interessante inzichten opleveren, maar wat is het belang ervan als rondom het onderzoeksterrein de bomen in hoog tempo verdwijnen?

In de ecologie en wetenschappelijke studies naar natuurbehoud komen de problemen die werkelijk aan de orde zijn vaak niet aan bod', zegt de Ier Douglas Sheil, als tropisch ecoloog verbonden is aan het Center for International Forestry Research in Bogor (Java). Sheil gelooft in een andere aanpak. Hij heeft die sinds 1995 in de praktijk gebracht in Malinau, een bergachtige en nog grotendeels beboste deelprovincie in Kalimantan, het Indonesische deel van het eiland Borneo.

Het is een relatief onaangetast natuurgebied. Orang-oetans leven in aangrenzende regio's, in Malinau zelf komen tal van andere apensoorten voor. Sinds de jaren dertig zijn in het gebied twee keer exemplaren ontdekt van Rafflesia pricei, 's werelds grootste bloem. Langs de bovenstroom van de Malinau leven 1.100 mensen in een gebied zo groot als Zuid-Holland.

Met een team van wetenschappers ondervroeg Sheil de inwoners van zeven gemeenschappen over het hen omringende landschap. Zij vertelden hem welke plaatsen in het bos belangrijk voor hen zijn en welke dieren en planten ze gebruiken. Sheil stelde een lijst op met 518 plantensoorten die wilde dieren aantrekken, vond verrassend soortenrijke niches in het regenwoud en ontdekte nieuwe soorten kikkers, vissen en planten. Ook verkreeg hij nieuwe inzichten in de duurzame houtkap. Die is in het gebied belangrijk, want Kalimantan is bijna geheel opgedeeld in concessies voor houtkappers. De bevolking is bang dat tropisch bos plaats zal maken voor oliepalmplantages.

wereldbank

Sheil en zijn collega's hebben over het onderzoek gepubliceerd in tijdschriften als Trends in Ecology and Evolution, Conservation Ecology en het Journal of Tropical Forest Science. Het internationale bosonderzoeksinstituut Cifor, financieel gesteund door de Wereldbank, past de lokale aanpak inmiddels toe in zes andere landen in Azië, Zuid-Amerika en Afrika. In totaal zijn daar nu circa honderd wetenschappers bij betrokken.

Natuurlijk roepen ecologen en biologen al eeuwen de hulp in van de lokale bevolking. Etnobotanici specialiseren zich al meer dan een eeuw in de inventarisatie van plantenkennis onder autochtonen. Bijzonder aan de aanpak van Sheil is dat hij dat hij de lokale voorkeuren en belangen als uitgangspunt neemt en dat hij samenwerkt in een multidisciplinair team van botanici, zoölogen, bodemkundigen, economen en antropologen.

Nederlandse ecologen en biologen erkennen het belang van deze aanpak, maar zien daarin ook nadelen. Ik onderschrijf de aanpak van Sheil', zegt Pieter Baas, voormalig directeur van het Nationaal Herbarium en hoogleraar in Leiden. Onderzoek naar behoud van biodiversiteit heeft alleen maar impact als er draagvlak gegenereerd kan worden onder de lokale bevolking.'

Frank Berendse, hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan de universiteit Wageningen noemt de aanpak waardevol'. Mensen die hun hele leven in het gebied hebben gewoond zullen altijd belangrijke informatie kunnen geven over de planten- en dierenwereld, die bij normaal onderzoek nauwelijks boven water zou zijn gekomen.'

Maar Berendse waarschuwt ook dat de methode niet zaligmakend is. De lokale bevolking zal je veel kunnen vertellen over soorten die voor hen nuttig zijn, maar weer niet over schimmels of bacteriën in de bodem. Een wetenschappelijke benadering is vaak onmisbaar.' Als voorbeeld van een exclusief wetenschappelijke benadering die snel resultaten oplevert, noemt Berendse het bespuiten van boomkruinen met het bestrijdingsmiddel methylbromide om te zien wat er zoal uit komt vallen. Minder sympathiek misschien dan een lokale enquête, maar het is wel een effectieve methode gebleken om enorme aantallen nieuwe keversoorten op te sporen.'

Sheil vreest inderdaad het stempel 'indianenknuffelaar': zijn onderzoek heeft onmiskenbaar een activistische kant. Natuurbehoud is iets dat in landen als Indonesië altijd van buitenaf is opgelegd', zegt hij tijdens een gesprek in een café in het centrum van Wageningen - Sheil brengt een sabattical door aan de landbouwuniversiteit. Waarom zouden lokale inwoners de orang-oetans of gibbons in hun bossen willen redden? Wij hebben onderzocht wat mensen zelf belangrijk vinden. Die kennis hebben we met videobanden, posters en dvd's weer verspreid onder de bevolking.

Als voorbeeld noemt hij het behoud van grafplaatsen in het oerwoud: In dit gebied hebben mensen eeuwen gewoond, dus het gebied ligt vol graven. Daar moeten houtkappers dus niet met bulldozers overheen. De bescherming van zo'n stuk bos biedt ook voordelen vanuit het oogpunt van natuurbeheer.'

Sheil hoopt dat de stem van die lokale bevolking door de aarzelende democratisering in Indonesië beter gehoord zal worden. Met de dvd's, banden en posters hebben we een kleine, maar significante verschuiving bereikt in de opinies van mensen', zegt hij. Dat is van groot belang. Als lokale mensen zien dat natuurbehoud in hun eigen belang is, is dat een wapen tegen corruptie. Mensen kunnen elkaar gaan controleren.'

traditionele aanpak

Sheil benadrukt dat zijn benadering óók zuiver wetenschappelijke merites heeft: het onderzoek heeft inzichten opgeleverd die een tropisch-ecoloog met een traditionele aanpak niet, of in elk geval niet zo snel had verkregen. Aan een deel van de door ons gevonden 518 plantensoorten die wilde dieren aantrekken, zouden specialisten nooit gedacht hebben. Denk aan een boom die vruchten draagt op het moment dat andere bomen dat niet doen. Als mensen je vertellen dat dieren er in bepaalde seizoenen op afkomen klinkt dat logisch, maar je zou een enorme hoeveelheid onderzoek nodig hebben om er zelf achter te komen. Je moet maar net op de goede plek zijn. Vervolgens kun je bezien of informatie die je van de lokale bevolking krijgt wetenschappelijk valt te onderbouwen.'

Neem het baardzwijn (Sus barbatus), de meest gewaardeerde voedselbron van de lokale bevolking en een belangrijk jachtdoelwit. Afhankelijk van de seizoenen komt dit dier af op fruitdragende boomsoorten als Dipterocarpus of eik (Lithocarpus). Sheil vernam dat het dier in gekapte bossen veel minder voorkomt; een zorgelijke ontwikkeling omdat de lokale bevolking overschakelt naar andere eiwitbronnen waaronder beschermde apensoorten.

Een van Sheils studenten heeft geprobeerd deze waarneming kwantitatief te onderbouwen, maar het is moeilijk om varkens te tellen in deze slecht begaanbare omgeving. Sheil: Dat je zoiets als specialist ook zelf wel kan bedenken, is lang niet altijd waar. Je kunt evengoed andersom redeneren: varkens voeden zich op de grond en daar schiet, nadat je gekapt hebt, van alles en nog wat op. Dat komt doordat zonlicht dat eerst werd afgeschermd door een bladerdek nu de bodem kan bereiken.'

Ecoloog René Boot gelooft net als Sheil dat de wetenschappers en lokale bevolking elkaar kunnen aanvullen. Hij is directeur van Tropenbos International, een in Wageningen gevestigde stichting die onderzoek doet ten behoeve van beter gebruik van tropische bossen. Wetenschappers van zijn instituut brachten een enigszins vergelijkbare aanpak in de jaren negentig in de praktijk in Colombia.

Zij deden daar onderzoek naar trekroutes van tapirs. Inheemse jagers hebben met biologiestudenten een kaart gemaakt van paadjes in het bos die tapirs gebruiken. De kaarten geven ook informatie over de tapirmigratie. Dit soort details zijn met het radiografisch volgen van een paar dieren moeilijk te achterhalen. De kaart is vervolgens gebruikt in onderzoek naar de de ecologie en het behoud van tapirs.'

Volgens Boot is intensief contact met de lokale bevolking van groot belang als het erom gaat ecologische processen over langere perioden in kaart te brengen. Academische studies zijn vaak beperkt in omvang en tijd', stelt hij. Zijn collega's onderzochten samen met indianen niet alleen tapir-routes, maar ook de visstand in het stroomgebied van de Rio Caqueta. Vissers registreerden gedurende langere tijd dagelijks de maaginhoud van gevangen vissen. Boot: Dat leverde inzichten op in de voedselketens. Daarover vind je doorgaans weinig in de literatuur.' Het onderzoek heeft geresulteerd in een verbod op de vangst van meervallen in de paaitijd, ten gunste van de visstand.

Sheils onderzoek op Kalimantan heeft duidelijk gemaakt dat veelgebruikte methoden voor duurzame houtkap op Kalimantan in de praktijk voor problemen zorgen. Zo volgen houtkapmachines de ruggen van hellingen waarop sagopalm groeit. Dat brengt onnodige schade toe aan deze planten die - zo stelde Sheil vast - voor de traditionele bewoners een voedselbron zijn in tijden van nood.

slashing

Een ander probleem is dat bedrijven die in Indonesië een concessie hebben voor de houtkap verplicht zijn om lage begroeiing vijf jaar lang te verwijderen in gebieden waar bomen geveld zijn. Dit zogenoemde slashing is bedoeld om te voorkomen dat onkruid de terugkeer van oorspronkelijke houtsoorten frustreert, maar dat het werkt is niet aangetoond. Het wordt zelfs gedaan op percelen waar niet gekapt is, omdat de hellingen te steil waren. De mensen begrijpen dat er hout gekapt wordt', zegt Sheil. Maar dat er in de jaren daarna honderden voedzame of heilzame plantensoorten worden weggesneden begrijpen ze absoluut niet.'

Toch heeft Sheil liever houtkap dan oliepalmplantages, zegt hij. Als er goede regels zijn die gehandhaafd worden, dan kunnen bossen zich herstellen.' Exploitanten staan momenteel in de rij om in Malinau oliepalmplantages te beginnen. Maar Sheil ziet goede voortekenen. De Indonesische milieuminister Anton Apriyantono zei eind vorige maand op een congres van exploitanten van oliepalmplantages dat de plantages alleen aangelegd mogen worden in gebieden die er geschikt voor zijn. Sheil: Het klinkt als een open deur, maar dat hij zoiets zegt, betekent in elk geval iets. De lokale regering van Malinau heeft zichzelf ook uitgeroepen tot 'provincie van het natuurbehoud'. Blijkbaar zien ze er brood in om zich op die manier te profileren.'