Drie offertes voor een bos bloemen

Welzijnsprojecten met Europese subsidie zuchten massaal onder zware administratieve lasten. Brusselse of Haagse regels? 'Wij Nederlanders graven ons eigen graf.'

Het zit Antoinette Kat niet mee met Europese subsidies. Een project voor kinderopvang moest worden afgebroken wegens te hoge opleidingskosten. Een tweede project, het opleiden van vooral allochtone jongerenwerkers, zit zwaar in de problemen. In de beginfase bleken accountantskosten ruim eenderde van het budget op te slokken.

Als manager bij de Ondernemerskring Sociale Sector, een koepel van welzijnsorganisaties in Amsterdam, begeleidt Kat projecten in onder meer het jongerenwerk. Een zorgenkindje, want behalve slinkende gemeentelijke subsidies zijn de Europese structuurfondsen (zoals ESF en Equal) hiervoor de enig overgebleven bron van financiering.

Maar strenge regels voor de administratie van met Europees geld gesubsidieerde projecten en voor de accountantscontrole drijven managers als Kat tot wanhoop. 'Wij maken in ons Europese project mee dat wij Nederlanders ons eigen graf graven door op (...) Europese subsidievoorwaarden onze calvinistische maat te leggen', schreef Kat aan deze krant.

Een rondgang langs soortgelijke projecten leert dat Kat niet de enige is. Ter vergelijking werd het merendeel van de 28 projecten benaderd die net als het Amsterdamse project in aanmerking komen voor subsidie volgens de Equal-regeling, tweede tranche, met als thema 'activering' van sociaal zwakkeren voor de arbeidsmarkt.

Hoewel sommige projectmanagers vooral lof hebben voor de subsidieregeling ('de regelgeving is mooi, verantwoording is goed te doen' en 'een positieve ervaring'), overheerst kritiek op wat alom wordt gezien als voorrang voor de rechtmatigheid van de uitgaven boven doelmatigheid van het project. Vorige week constateerde de Rekenkamer in een rapport over de Europese subsidies nog dat er juist veel te weinig wordt gekeken naar de doelmatigheid van de miljardenuitgaven in het kader van de Europese structuurfondsen.

De kritiek van de programmamanagers richt zich op een aantal zaken, maar vooral op het Agentschap SZW. Niet zozeer Brussel, als wel dit Agentschap van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou debet zijn aan de regelbrei die het verantwoorden van vooral de kleinere projecten zo lastig maakt. 'Er is een wanverhouding tussen de regels uit Brussel en die uit Den Haag', constateert Kat van OSA.

Die opmerking sluit aan bij een eerdere constatering van minister Brinkhorst (Economische Zaken). In een vraaggesprek met het Financieele Dagblad op 18 december 2003 beklaagde hij zich over de ,,nationale ministeries die de onuitroeibare neiging hebben om regels boven op Europese wetgeving te maken'. Brinkhorst: 'Brussel maakt een paard en wij maken er vervolgens een kameel van'.

Via het Agentschap is Sociale Zaken het 'doorgeefluik' voor de Europese subsidies. Na de fraudegevallen met ESF-subsidies in Limburg en Rotterdam, eind vorige eeuw, zou het Agentschap 'zijn doorgeschoten'. Zo formuleert Onno de Jong van het ministerie van Justitie het. De Dienst Justitiële Inrichtingen van het department krijgt ongeveer een miljoen euro uit het Equal-potje, onder meer voor projecten met jonge gedetineerden.

De Jong geeft een voorbeeld van de mate waarin kosten voor projecten met Equal-subsidie moeten worden verantwoord. 'Uitgaven moeten marktconform zijn en dat moet worden aangetoond. Als er een bloemetje wordt gekocht voor een geslaagde cursist, dan moeten we offertes aanvragen bij drie verschillende stalletjes. Eigenlijk moeten er ook drie offertes worden aangevraagd voor een strippenkaart. Er is geen ondergrens voor de bedragen die zo moeten worden verantwoord.'

Dat leidt regelmatig tot het niet declareren van kosten die in principe wel declarabel zijn. 'Alles wat je declareert, wordt ook gecontroleerd', zegt de in Europese subsidies zeer ervaren Toon Ariens van het Albeda College in Rotterdam. 'Wij declareren nooit kleine dingen, alleen huisvestings- en personele kosten.'

Volgens Antoinette Kat van OSA dreigt het begrip 'marktconformiteit' een 'farce' te worden. 'Het wordt steeds moeilijker offertes te krijgen. We zijn nu al maanden bezig met het zoeken naar een derde offerte van een bureau dat ons project wil monitoren.'

Sommige projecten zoeken de oplossing in het uitbesteden van het administratieve werk. Bij het Arcus College in Heerlen leidt dat volgens directeur Frank Bollen op een project van 800.000 euro (waarvan 375.000 euro Europese subsidie) tot een rekening van 60.000 euro. En dan moet de accountant nog beginnen.

Dat is de grootste grief van Antoinette Kat. Haar project kost 5,4 miljoen euro. Voor de eerste fase was 134.000 begroot, waarvan 16.000 euro voor accountantscontrole. Maar mede door problemen met de controle van urenbriefjes liep de teller van de accountant door tot 55.000 euro (een bedrag dat kantoor KPMG voor eigen rekening heeft genomen).

Karin Kooijman van de gemeente Smallingerland die een project voor meer dan vijfhonderd schoolverlaters beheert, zegt zich 'verschrikkelijk vergist' te hebben in het administratieve werk. Maar, zegt Kooijman, 'dit zijn innovatieve projecten, dan gaan er ook dingen fout - merkwaardig dat je daarop wordt afgerekend'.