Deinend naar augustus 2006

Geen paniek! Nu al wordt gestunt met lesmethodes in de nieuwe spelling. Maar of er veel verandert is de vraag.

Marlies Hagers

Maakt u zich zorgen over de nieuwe spelling?' Stilte, en dan aarzelend: Tja, er gaat iets veranderen geloof ik, hè?' Zo ongeveer luidden de reacties van een aantal schooldirecteuren op deze telefonisch gestelde vraag. Carina Dautzenberg van OBS Waterrijk in Utrecht: Weet je, ik zit al zo lang in het onderwijs. Als er uit Den Haag nieuwe richtlijnen komen kun je twee dingen doen, je druk maken of op de regelgeving 'meedeinen'. Tegenwoordig doe ik altijd het laatste. We zullen wel weer moeten, toch?' Spelling staat op haar school overigens wel hoog genoteerd als aandachtspunt, op gelijke hoogte met lezen. We toetsen het al vanaf groep 3 met het leerlingvolgsysteem van het Cito.'

Dan is er goed nieuws voor Waterrijk en alle scholen van Nederland die vanaf augustus 2006 rekening moeten houden met de spellingwijziging 2005. Frans Daems, hoogleraar Nederlandse taalkunde en taaldidactiek aan de universiteit Antwerpen laat weten dat hij de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem spelling en technische leesvaardigheid voor het Nederlandse basisonderwijs heeft gecontroleerd. In beide gevallen moeten er welgeteld 0 woorden aangepast worden', zegt hij. Het bevestigt zijn opvatting over de geringe, om niet te zeggen haast onbestaande impact van de spelling 2005 op het basisonderwijs, in tegenstelling tot de hetze die hier rond gemaakt wordt.'

Daems is ondervoorzitter van de werkgroep spelling die voor de Taalunie de nieuwe wijzigingen heeft bepaald (zie kader). Met de 'hetze' doelt hij vooral op twee gebeurtenissen afgelopen week. Eerst was er de lancering van de 'witte spelling' door de media die eerder al tot een boycot van de spellingwijziging hadden opgeroepen. Hun boodschap is: stoor je niet aan alwéér rare veranderingen in de spelling, wij maken onze eigen regels wel. Een actie waar de scholen niets mee kunnen, of liever gezegd mogen, want zij hebben niets te kiezen.

Daarbovenop lanceerde de grote educatieve uitgeverij Malmberg de Actie Paardenbloem waarin scholen wordt verteld dat zij in augustus voor onoverkomelijke problemen gesteld zullen worden als zij blijven 'deinen'. Maar liefst 80% van de scholen wil boeken in de nieuwe spelling, weet Malmberg uit onderzoek van TNS Nipo en de uitgever zal zich daar graag voor inspannen. Scholen krijgen de kans met 50% korting nieuwe methodes aan te schaffen en zij die ongelukkig genoeg net dit schooljaar met nieuwe methodes waren begonnen, mogen die gratis inruilen.

Op de actiesite van Malmberg www.actiepaardenbloem.nl komt taalspecialist Wim Daniëls aan het woord. 'In totaal veranderen er in de nieuwe spelling zo'n 40 regels en zo'n 2500 woorden. Dat is heel erg veel', schrijft hij. Hoogleraar Frans Daems maakt zich daar op een beschaafde manier boos over. Dat van die 40 regels klopt gewoon niet, zegt hij. Er is een aantal inconsequenties en fouten rechtgezet. In 1995 (bij de vorige spellingwijziging, red.) is soms geen heldere omschrijving gegeven van de onderliggende systematiek, of ontbrak die volkomen. Dat is nu wel uitgewerkt.' Dat is dus iets anders dan het veranderen van regels, zegt Daems. Dat door het aanbrengen van systematiek soms opnieuw woorden anders gespeld moeten worden, is overigens óók waar. Maar het aantal woorden waar iets aan verandert is kleiner dan 900', zegt hij, en daarvan waren er veel die in de praktijk al zo geschreven werden.'

Cito-eindtoets

De andere gewijzigde woorden zijn in het algemeen niet van het soort dat je in de boeken op de basisschool aantreft. De weinige voorbeelden die Daniëls in zijn artikel op de Malmbergsite noemt, illustreren dit: christen-democratisch wordt christendemocratisch, het Franse woord appèl wordt nu appel (omdat het in het Frans ook geen accent heeft). Ook de eerder genoemde spellingsontrole van de leerlingvolgsystemen laat zien dat in ieder geval het basisonderwijs zich weinig zorgen hoeft te maken. Windy Kwak van het Cito voegt hier nog aan toe: We hebben even gekeken naar de Cito-eindtoets voor groep acht. Daar zitten altijd tien opgaven in over werkwoordspelling, maar daaraan verandert niets. Bij de tien opgaven over vaste woordvormen zou iets kunnen veranderen, maar als geruststelling kan ik wel zeggen dat zulke wijzigingen de eerste jaren zeker niet zullen worden doorgevoerd in de toetsen. De kinderen moeten de kans hebben om zich de veranderingen eigen te maken.'

inprenten

Frans Daems is bovenal specialist op het gebied van taal- en spellingonderwijs. Hij zal het belang dáárvan ook nooit bagatelliseren, noch overdrijven. Spellingfouten belemmeren een goede communicatie, ze verstoren het lezen', zegt hij. Dat is dan nog afgezien van het absurd grote belang' dat de maatschappij hecht aan foutloos schrijven. Wie een brief met spelfouten van iemand krijgt, heeft makkelijk de neiging te denken dat die persoon verder ook wel niet veel zal voorstellen.'

Het onderwijs moet er dus behoorlijk op oefenen, zegt Daems. Er is veel onderzoek naar gedaan de laatste jaren. Interessant is dat blijkt dat het aanleren van regels, zeker in het basisonderwijs, geen zin heeft. Het gaat om het herkennen van patronen en inprenten. Spellen leer je door te schrijven en het woordbeeld in je geheugen op te slaan. Woordbeelden en patronen haal je nadien bij het schrijven uit je geheugen, je spellinghandeling wordt meestal niet gestuurd door regels.'

Daarmee is meteen verklaard waarom mensen vooral veel fouten maken in de werkwoordspelling, ondanks het feit dat de regels daarvan behoorlijk overzichtelijk en logisch zijn en het aantal uitzonderingen beperkt. Daems: Volgens frequentietellingen komt de vorm wordt met dt 212 keer zo vaak voor als de vorm word met d. Dit zorgt ervoor dat die dt-vorm automatisch uit het geheugen opspringt als de keuze gemaakt moet worden, nog voor iemand een regel toegepast heeft.' En daarom gaat het dus ook zo vaak fout. Daems ontdekte zelfs in de gebruiksaanwijziging van de cd-rom bij de dertiende Dikke Van Dale die fout: daar stond ergens Wordt, terwijl het tekstverwerkingsprogramma Word bedoeld was.

Van basisschoolkinderen kun je volgens Daems niet verwachten dat ze werkwoordregels kunnen beheersen. Zelfs vergevorderde spellers, die ze wel beheersen, maken soms nog wel een fout door de automatische werking van hun geheugen. Leraren Nederlands in het voortgezet onderwijs zien correct spellen van werkwoordsvormen vaak als een aanwijzing dat de grammaticaregels zijn begrepen. Daems draait dit om. Je kunt hooguit zeggen dat je door het correct leren spellen van werkwoordsvormen een beetje inzicht krijgt in het systeem van de grammatica', zegt hij. Met de nadruk op 'een beetje'. Echt geloven doet hij er niet in.

De commotie over de wijzigingen van 2005 had Daems wel verwacht. Wat er ook verandert in de spelling, het geeft mensen het gevoel dat er iets verandert in hun geheugen, in iets wat je jezelf eigen hebt gemaakt.'

Voor het onderwijs komt daar nog bij dat spelling een prachtige context levert om de leraren de maat te nemen. Spelling is de meest tastbare kant van taal. Breng maar eens onder woorden dat je vindt dat de persoon die voor de klas van je kind staat, verward formuleert of onduidelijk uitlegt. Maar met de spelling heb je iets concreets in handen. Kun je je nog ergere kritiek voorstellen op een leraar, dan: hij kan niet rekenen en ook nog eens niet spellen.'