De vogelgriep is onuitroeibaar

Voor de Nederlandse mens is de vogelgriep veel minder gevaarlijk dan voor de kip. De komst van het virus waardoor elders in de wereld doden zijn gevallen, is in Europa vooral ernstig voor de pluimveehouderij. Die kan misschien niet in haar huidige vorm met goedkoop kippenvlees en het goedkope ei blijven bestaan.

Alle kippen moeten vrijwel zeker voor een langere periode in hun hok dan bij de andere variant van de vogelgriep die drie jaar geleden werd bedwongen. Dankzij het ruimen van in Nederland alleen al 30 miljoen kippen, waarbij personeel ziek werd en een dierenarts overleed, verdween deze variant, die plaatselijk bleef. Maar het vogelgriepvirus dat nu nadert, heeft zich definitief genesteld in het uitgestrekte Zuidoost-Azië. Het virus is daar al bijna tien jaar actief en valt niet meer te bestrijden. Aan vaccinatie van elk kuikentje valt niet te denken. Kip zou voor veel Aziatische huishoudens onbetaalbaar worden. De intensieve veehouderij die het virus zo snel verbreidt en doet muteren, maakt ook vlees voor armen betaalbaar.

Dus zelfs als het virus in de Europese Unie is uitgeroeid, kan het elk moment opnieuw uit Azië opduiken via vracht, reizigers of trekvogels. Te hopen valt dat het virus op den duur uit zichzelf in een minder dodelijke variant muteert, maar zeker is dat niet.

Voor Nederlandse scharrelkippen is dit slecht nieuws. Alleen in compleet gesloten bedrijven zijn geen risico's voor besmetting. Op een andere manier is het onmogelijk massa's kippen te houden. Vaccinatie van kippen kan, maar de deskundigen zijn er nog niet uit of het ook echt helpt. De Europese Unie is tegen vaccinatie omdat bij controle een gevaccineerd dier slecht valt te onderscheiden van een ziek dier. Dat maakt export moeilijk. Toch doet de Nederlandse overheid er verstandig aan samen met Frankrijk in de Europese Unie aan te dringen op onder andere het vaccineren van hobbykippen en kippen die buiten scharrelen. Deze diervriendelijke vorm van kippen houden moet mogelijk blijven.

De kans is klein dat Nederlanders na het ophokken dan wel vaccineren met het kippenvirus besmet zullen raken, laat staan dat er een pandemie onder mensen uitbreekt. Als het virus muteert en van mens tot mens gaat, zal dat waarschijnlijk het eerst in Azië gebeuren omdat daar midden tussen kippen wordt geleefd. Dat probleem zal zich snel verbreiden, ook naar Nederland. Dat het virus gedurende de tien jaar dat het actief is nog nooit van mens op mens is overgesprongen, geeft hoop. Maar overheden moeten wel voorbereidingen treffen voor de mogelijkheid. Ze kunnen griepremmers inslaan en de inzet van medici en isolatie van de griepgevallen plannen. De Europese Unie en de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN zorgen voor de onmisbare internationale coördinatie, opsporing en waarschuwing.

Het is onbekend of een eventuele nieuwe grieppandemie zal lijken op de massale Spaanse griepgolf van begin vorige eeuw of op de drie minder dodelijke pandemieën van de vorige eeuw. Ook het virusvariant is nog onbekend, dus kan er nu geen vaccin tegen worden gemaakt. Wetenschappers werken hard aan een snelle ontwikkelmethode voor als zo'n virus er is. Dat we ons op het ergste moeten voorbereiden, wil nog lang niet zeggen dat het ergste gebeurt.

Dodelijke grieppandemieën bestaan zo lang als de mensheid en worden dus niet veroorzaakt door de intensieve pluimveehouderij. Maar de vogelgriep mag geen aanleiding zijn om pluimvee nog intensiever te houden. Als kippen jaren worden opgehokt wegens besmettingsgevaar, moet hun leefruimte ruimer worden. Het meest veelzijdige stukje vlees kan in Europa best wat duurder worden.