De krant antwoordt

1

Achteraf bezien is de berichtgeving over het zinken van de 35 jaar oude veerboot 'al-Salam Boccaccio 89' begin februari te beknopt geweest. De krant besteedde er op 3, 4 en 6 februari drie nieuwsberichten aan, waarin het technische aspect onderbelicht bleef. Er waren genoeg redenen om het anders te doen. Het menselijk drama was er groot genoeg voor. Het schip was eerder in Italiaanse dienst en werd verkocht, omdat het niet meer aan Europese richtlijnen voldeed. Het ging bovendien om een veerboot met een ruim voor auto's, vergelijkbaar met de Herald of Free Enterprise en de Estonia die eerder zonken.

Was de 'Al-Salam' slecht onderhouden? Welke rol heeft de 'kleine brand' gespeeld waar sprake van was? Was het schip instabiel doordat de Egyptische eigenaar er drie dekken bovenop had gelast? Of inherent onveilig wegens de grote laaddeur? Of was het gewoon slecht weer, in combinatie met een van genoemde factoren? Hoe veilig zijn zusterschepen die nog in de vaart zijn, bijvoorbeeld in Europa? En mag een veerboot die op de doorgaans kalme Rode Zee vaart aan andere richtlijnen voldoen dan een schip dat op het Kanaal vaart? Dergelijke vragen hadden behandeling in de krant verdiend.

Hoe kwam het nu dat de redactie niet adequaat reageerde? Mij schoot als eerste hypothese de oude (cynische) krantenwet te binnen die zegt dat kolombreedte wordt bepaald door 'aantal slachtoffers min geografische afstand'. Ofwel: hoe verder weg, hoe minder belangrijk. Duizend doden in India krijgen minder aandacht dan tien doden in Nederland. Het hemd is immers nader dan de rok. Dat is ook journalisten niet vreemd. De ramp op de Rode Zee is in geen enkele Nederlandse krant uitgebreid behandeld. De 'Al-Salam Boccaccio' is geen begrip geworden.

Nieuws is een subjectief begrip, dat door media met emotie en urgentie 'geladen' wordt. Dat gebeurde wel met de Herald en de Estonia. Die zonken dichterbij en werden groter nieuws. De Herald zonk in 1987 bij Zeebrugge, eiste 188 levens en leverde 76 artikelen in NRC Handelsblad op. De Estonia zonk in 1994 ten koste van 852 levens en zorgde sindsdien voor 45 artikelen in de krant. Nederlandse passagiers aan boord helpt natuurlijk ook. Het Italiaanse cruiseschip Achille Lauro dat in 1994 bij Somalië in brand vloog (twee doden) had 79 Nederlanders aan boord. De krant schreef er in één maand 13 artikelen over.

Dat nieuws zo grillig behandeld kan worden is niet iets om trots op te zijn. Natuurlijk hadden we op maandag 6 februari moeten stilstaan bij de achtergronden van de 'Al-Salam'-ramp. Dat kan ik me als eindverantwoordelijke en een van de dagelijks leidinggevenden persoonlijk aantrekken.

Anderzijds doen rampen met veerboten zich vaker voor. Ook vallen er vaker honderden slachtoffers. Sterker, toen de Estonia in 1994 zonk, schreven we een artikeltje onder de kop 'Veel rampen met veerboten in Azië' om de lezer daar ook even aan te herinneren. Daarin werden zo wat recente rampen opgesomd waarbij soms per keer meer dan 4.000 mensen het leven lieten, bij de Filippijnen, Bangladesh, Zuid-Korea en Egypte. En die toch niet meer aandacht in de krant trokken dan een enkel nieuwsbericht. Met z'n stukje leggen we aan de lezer (en onszelf) uit dat de gruwelijkheid van het leven ook routine is. Ook een ramp verdient relativering.

2

Juist bij ingezonden artikelen vindt de krant het nuttig om iets te vertellen over de achtergrond van de afzender. Ik zie het als een 'leeshulp' bij het stuk.

Maar die moet dan wel relevant zijn. Voor de lezer maakt de vermelding 'de auteur is gynaecoloog' echt een verschil als het stuk over gezondheidszorg gaat. Als zo'n arts over basisonderwijs schrijft, wordt die vermelding inderdaad een beetje dwaas. Dan zetten we er liever bij: 'De auteur heeft twee kinderen', of iets dergelijks. We streven ernaar om toch auteurs te laten schrijven die over kennis, ervaring of gezag bij een bepaald onderwerp beschikken. Dat hoeft echt niet te blijken uit een academische titel.

nieuwe kwesties:lezerschrijft@nrc.nl