De kiezer stemt niet voor niets op je

Moet een kandidaat voor de gemeenteraad ook in de raad willen? Nee hoor, zeggen veel lijstduwers, ook bij D66 en CDA. Toch wel, zeggen de geschreven regels van juist die partijen. Maar die zijn 'behoorlijk ingewikkeld.'

De ontslagbrief van Lousewies van der Laan als fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer ligt al bij de afdeling van haar partij in Den Haag. Of toch niet?

Haar politiek assistent, Arjen de Wolff, lacht. 'Natuurlijk niet.' Maar het zou wel moeten. Van der Laan is kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag en dat betekent - volgens de regels van haar eigen partij - dat zij een ongedateerde ontslagbrief voor de Kamer moet inleveren bij het lokale partijbestuur. Dat geldt ook voor haar collega's Fatma Koser Kaya, Boris van der Ham en Boris Dittrich. Zij zijn net als Van der Laan lijstduwer voor D66 bij de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart.

Als ze in de raad worden gekozen, gaan hun ontslagbrieven - gedateerd door het partijbestuur - naar de Tweede Kamer. Dat zijn de regels. Maar 'theorie en praktijk lopen een beetje door elkaar heen', zegt Aletta Hekker, directeur van het landelijk partijbureau van D66.

Die brief van Lousewies van der Laan is niet nodig, vindt De Wolff. Ze staat één na laatste op de kandidatenlijst in Den Haag en ze is absoluut niet van plan om in de Haagse gemeenteraad te gaan zitten. Ook niet als ze met voorkeurstemmen zou worden gekozen. Dat komt omdat ze lijstduwer is. Of, zoals politicoloog Joop van Holsteyn zegt, 'nepkandidaat'.

Volgens Van Holsteyn pleegt de lijstduwer kiezersbedrog. Wie zich op de kandidatenlijst laat zetten en tegelijkertijd uitsluit in de raad te gaan, handelt 'echt verwerpelijk', zegt ook Rudy Andeweg, hoogleraar empirische politicologie van de Universiteit Leiden.

Veel politici vinden het de normaalste zaak van de wereld. Maar wat staat er in de regels van hun partij? Neem het huishoudelijk reglement van D66. Elke kandidaat - dus ook een lijstduwer als Van der Laan - moet 'verklaren bereid te zijn om bij verkiezing [...] de functie te aanvaarden en de volle zittingstermijn te vervullen'. En in het formulier dat elke kandidaat ondertekent staat nog eens dat elke kandidaat het huishoudelijk reglement kent en bereid is aan alle daaruit voortvloeiende verplichtingen te voldoen.

'Strikt genomen volkomen juist', zegt De Wolff. Maar ja: 'Die reglementen van ons zijn wel behoorlijk ingewikkeld.' Trouwens, zo belangrijk is het niet, want 'lijstduwers zijn een leuk folkloristisch element, en een geaccepteerd fenomeen in de democratie'. D66 is niet de enige partij waar landelijke politici kandidaat zijn voor de raad, ook al zijn ze niet van plan raadslid te worden. De VVD in Amsterdam heeft Frits Bolkestein en in Rotterdam staat Frans Weisglas op de kandidatenlijst. Minister Karla Peijs is voor het CDA kandidaat-raadslid in Utrecht.

In het Handboek gemeenteraadsverkiezingen van het CDA staat dat het lijstduwersschap volgens de regels eigenlijk niet kan: 'Het reglement kent slechts de mogelijkheid om nadrukkelijk in een kandidatuur te bewilligen [zeggen dat je kandidaat wil zijn, red.] en daarmee ook de bereidheid uit te spreken voor de gehele periode werkelijk als raadslid op te treden. In de praktijk blijken er altijd kandidaten te zijn die wel op de lijst willen staan, maar dan slechts op een onverkiesbare plaats. Het reglement voorziet in die mogelijkheid formeel niet.'

Maar ook het CDA beseft dat de werkelijkheid anders is. Het kan wenselijk zijn, legt het handboek uit, toch kandidaten op de lijst te zetten die eigenlijk niet willen, bijvoorbeeld 'omdat hun bekendheid in de gemeente een aantrekkelijk electoraal effect kan hebben'. Deze kandidaten mogen aanvinken dat ze niet op een verkiesbare plek willen.

Toch moet elke CDA-kandidaat, ook de aanvinkers, een verklaring ondertekenen waarin staat: 'Ik zal mijn zetel in de gemeenteraad innemen en de hele zittingsperiode als lid van de raad aanblijven.'

Dat betekent, zegt een woordvoerder van het CDA-partijbureau, dat mensen op een 'onverkiesbare plaats' die toch worden gekozen heel goed moeten nadenken of ze niet toch in de raad zouden moeten. 'De kiezer stemt niet voor niets op je.'

Dat geldt dus ook voor lijstduwers als Karla Peijs? Nee, voor nationaal bekende lijstduwers niet. Waarom niet? 'Iedereen weet natuurlijk wel dat die toch niet in de raad gaan. In theorie geldt voor lijstduwers hetzelfde, maar ik kijk naar de praktijk.' En in de praktijk komt het toch niet voor dat deze lijstduwers worden gekozen, zegt de voorlichter. Daaruit blijkt al, zegt hij, dat kiezers het begrijpen.

Als ze wel worden gekozen, betekent dat misschien dat kiezers de lijstduwer toch in de raad willen? De kiezer stemt toch niet voor niets op ze? De CDA-voorlichter: 'Ik denk niet dat dat zo werkt.'

Waarom stemmen mensen dan op lijstduwers? Want dat is toch de reden dat ze op de lijst staan, om stemmen te trekken.

Je kan niet in het hoofd van de kiezer kijken, zeggen voorstanders van het lijstduwersschap. Maar het is in ieder geval niet omdat de kiezer de lijstduwer in de raad wil. Want iedereen weet, zeggen ze, dat de lijstduwer dat toch niet van plan is.