De Kampina

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Noord-Brabant

Waarom de Kampina nou toch Kampina heet - geen idee. Zelfs de amazone weet het niet, en zij werkt nog wel bij Natuurmonumenten die deze ruige, ruime regio van ven en heide bezitten en onderhouden als een pronksalon. Ze weet wel te vertellen dat heidezaden honderd jaar leven; en dat afplaggen dus geen draconische kaalslag is maar juist sluw in de strijd tegen het gras; en hoe de beek de Beerze zijn heftige kronkels terug kreeg.

Haar man, Ruiterlijke Stef, splotsjt intussen onverschrokken op zijn brogues door de modder. Hij zet zijn kijker voor zijn ogen, spot een enorme zilverreiger in een kruin aan de overkant van de heide en, op de stam van een grove den in de bosrand, een goudhaantje, dat kleinste Europese vogeltje met de tamboerijnbelletjes in zijn keel. Some guys have all the luck.

Dankzij de windstilte zien we alles in alle vennen nóg een keer maar dan op zijn kop: de twijgen, ook de kleinste, van de zwarte lege bomen, de grijze kasjmierhemel met wat schrale zon, de verschoten-gele graseilandjes, een aalscholver op een stronkje. Een Amsterdams Peilpaal wordt zo volmaakt gespiegeld dat hij lijkt te zweven. Waar hij ophoudt, waar het water begint, het valt niet te onderscheiden.

De amazone bukt en zegt hartgrondig: 'feestelijk'. Ze wijst op het mos. Daar in dat dikke natte sofakussen wordt gebloeid. De minuscule groene bekertjes heten bekertjesmos, het mos met de piepkleine rode puntjes in top is 'dove heidelucifer'- de mosnaamgevers zeiden waar het op stond. Zwamnaamgevers zijn dichters: judasoor heten de bruine oren tegen een dooie stam, meniezwam zijn de oranje spatjes op afgezaagd hout. En trilzwam, dat is die spectaculair gele drilpudding die mij meer doet denken aan de horrorfilm The Blob.

Een voorname, karosbrede laan onder de schaduw van beuken en eiken voert naar waar het geruis is. Door nat bos glijdt De Beerze, een stevige beek met draaiputjes als tâches de beauté op zijn soepele groene huid. Lopen langs zo'n beek, ja, dat is iets. De bomen zorgen voor een dramatische lichtval. Vlokjes schuim maken samen met wat opgespoelde modder een stracciatellarand tegen een gestrande tak. Omgewaaide bomen leunen in fluwelen mosmantels over het water. Of ze hangen achterover, trekken een randje grond op en gunnen ons een blik in het donker onder de wallerand.

De route dwingt ons naar Boxtel. Doen we niet. We blijven op natte grond, bij de beek.

15 km. Uit: M. Dekkers en M. Kingma: 'De mooiste wandelingen in Nederland' - Noord-Brabant, route 4: De Kampina. Capitool wandelgidsen. Uitg. Van Reemst, Houten. Beginpunt: P-plaats Huisvennen. De route is ook, inclusief het laatste stuk langs de Beerze/Kleine Aa, te vinden op de wandelkaart 'Oisterwijkse Bossen en Vennen, Kampina', van Ver. Natuurmonumenten/ANWB.