Beloon leerlingen die hun best doen

Financiële prikkels in het voortgezet onderwijs zijn goed. Zittenblijven en schooluitval worden teruggedrongen want goed je best doen wordt cool.

Staatssecretaris Rutte en de onderwijsbonden staan positief tegenover het voorstel van het Centraal Planbureau om leerlingen financieel te belonen voor deelname aan onderwijs en voor het behalen van het diploma. Onduidelijk is nog of ze dat wenselijk achten voor alle schooltypen en voor alle leerlingen of alleen voor de minder draagkrachtige. Dat kan financieel een aanzienlijk verschil maken.

Uit het buitenland is bekend dat financiële prikkels in het onderwijs verbluffend goed kunnen werken. Het is daarom verbazingwekkend dat prestatiebeloning, voor zover mij bekend, nooit eerder in Nederland in discussie is gebracht. Mogelijk maakt het CPB-voorstel deel uit van een omslag in de onderwijscultuur waarbij afstand wordt genomen van overdreven idealistische veronderstellingen over het gedrag van leraren en leerlingen.

Natuurlijk zal zo'n voorstel op weerstand stuiten. Idealisten zullen materialisme in het onderwijs verfoeien omdat het leerlingen aanzet tot concurreren in plaats van samenwerken en omdat het intrinsieke belang van de leerstof dan niet meer vooropstaat.

Het eerste is onzin omdat niet de relatieve prestaties moeten worden beloond, maar de absolute prestaties, zodat samenwerken juist nuttig kan zijn. Het tweede is ook onzin, omdat de interesse in een vak in het algemeen toeneemt naarmate beter wordt gepresteerd.

Daarbij kan door prestatiebeloning een cultuuromslag op scholen plaatsvinden die van groot belang is. Ter illustratie een uit het leven gegrepen voorbeeld.

Met pijn en moeite ben ik er vorig jaar in geslaagd om mijn zoon van de ene havo/vwo-klas naar de andere te laten overplaatsen. Omdat hij graag wilde leren, werd hij namelijk voor 'studje' en 'nerd' uitgescholden met als voorspelbaar effect dat hij bang werd om goede cijfers te halen.

Deze vijandige houding tegen leren is wijdverbreid in het onderwijs onder het niveau van het vwo. Na invoering van een financieel beloningssysteem zullen goede cijfers echter juist als cool worden gezien. Scholieren kunnen het leren dan gaan zien als serieus 'werk', waarmee net als in de maatschappij, geld verdiend wordt en wel in verhouding tot de geleverde prestaties. En geld brengt, ook onder jongeren, sociale status met zich mee.

Ook bij leraren kunnen bescheiden premies voor goede prestaties van hun leerlingen wonderen doen. In beide gevallen is de beloning namelijk niet alleen van materiële aard, maar ook een kwestie van publieke status en - in het geval van leraren - van vooruitzicht op promotie. Bovendien wordt flink gespaard op de kosten van zittenblijven en schooluitval alsmede van de daarmee samenhangende jeugdcriminaliteit. Belangrijker is echter dat door de betere kwalificaties van de beroepsbevolking de werkloosheid zal afnemen en de internationale concurrentiepositie van Nederland zal verbeteren.

Emeritus hoogleraar Metajuridica aan de Universiteit Maastricht.