Zaalhockey laat Oranje Zwart koud

Oranje Zwart is vanmiddag in het eigen Eindhoven begonnen aan de Europa Cup zaalhockey voor B-landen. Met frisse tegenzin. 'Dit werkt zo niet.'

Eén training, gisteravond in Eindhoven afgesloten met een oefenpartijtje, en dat was het dan. Serieus kan de voorbereiding van Oranje Zwart op de vandaag begonnen strijd om de Europa Cup zaalhockey niet worden genoemd. Trainer-coach Eric Verboom is de eerste om dat te erkennen. 'Het gaat eigenlijk nergens over.'

Maar wat moet hij anders, de coach die in de aanloop naar het toernooi voor B-landen niet of nauwelijks een beroep kon doen op zijn beste zaalspelers? Het is dat het toernooi voor eigen publiek in Eindhoven wordt gespeeld, want anders was de kans groot geweest dat Verboom en de zijnen zich hadden teruggetrokken. Volgende week begint immers de tweede helft van de veldcompetitie. 'We willen geen modderfiguur slaan, maar het zou een prestatie zijn als we ons handhaven.'

Als een van de weinige clubs gaf OZ zes jaar geleden gehoor aan de oproep van de Nederlandse hockeybond (KNHB) het vooral in Duitsland razend populaire Hallenhockey te reanimeren. Alternatieve varianten (six-a-side, bedrijfs- en zaalhockey) moesten het ledenaantal verder opstuwen. OZ pakte de zaken voortvarend aan: de club loodste Nederland terug van de C- naar de A-poule, en offerde daar de veldvoorbereiding voor op.

Maar in plaats van medewerking ondervond OZ vooral tegenwerking van de bond, zei toenmalig coach Roger van Gent vorig jaar. Zijn opvolger Verboom keek begin deze maand met kromme tenen toe bij de play-offs van de indoorhoofdklasse in Amsterdam, waar HDM de titel overnam van OZ. 'Ik gun het ze van harte, maar die gasten hebben wij met 9-4 bijna letterlijk de zaal uitgespeeld. Hetzelfde geldt voor de nummer twee, EMHC, die we met 10-3 versloegen. Wij zijn de eigenlijke kampioen van Nederland.'

Maar dan moet Verboom wel over zijn beste spelers kunnen beschikken, en dat was de afgelopen weken niet het geval. 'Of ze zijn op pad met het 'grote' Oranje of met het 'kleine' Oranje. Eenmaal terug kan ik ze niet meteen weer de zaal insturen, want die jongens moeten ook rusten. Met als gevolg dat ik met een veredeld jeugdploegje in de zaal sta, en dan dus niet kan winnen van al die overgangsklassers.'

Ironisch genoeg is Verboom tevens zaalbondscoach bij de Nederlandse vrouwenploeg, waarmee hij vorige maand als tweede eindigde bij het EK indoor. 'Waarom lukt bij de dames wel wat bij de heren maar niet van de grond wil komen?' Het antwoord geeft hij zelf. 'Het is een kwestie van keuzes durven maken en op tijd met elkaar om de tafel gaan zitten. Dan kan ik wel een beroep doen op veldinternationals die ook in de zaal goed uit de voeten kunnen.'

Veldbondscoach Roelant Oltmans, tevens technisch directeur van de KNHB, erkent dat sprake is van 'een spanningsveld tussen de veld- en de zaalbelangen'. Momenteel is hij bezig met het opstellen van een plan, met als inzet de vraag welke plaats het zaalhockey in de toekomst moet innemen binnen het Nederlandse tophockey. 'Zoals de kaarten nu geschud zijn, is het heel simpel: het veld- en het zaalhockey zijn twee onverenigbare grootheden.'

Dat de vrouwen in de zaal internationaal wel weten aan te klampen en de mannen niet, getuige de degradatie vorige maand, heeft volgens Oltmans alles te maken met de kalender, die dit jaar 'toevalligerwijs gunstig' uitviel. 'Volgend jaar ontstaat daar alweer een probleem, hetgeen alleen maar onderstreept dat het een heel lastig te combineren is met het ander, hoezeer ik dat ook betreur.'

Maar van toeval is geen sprake, bezweert Verboom. 'Dat is te kort door de bocht. Met de dames hebben we de afgelopen vier jaar bewezen dat het kan. De heren zijn al vijf jaar bezig, hebben in die periode zo'n tachtig spelers gebruikt en zijn nu - en ook dat is geen toeval - weer gedegradeerd naar de B-poule. Het ontbreekt daar aan overleg en aan continuïteit.'

Verboom begrijpt dat de prioriteiten bij het olympische veldhockey liggen en niet bij de overdekte zes-tegen-zes-variant. 'Maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Sterker: het veld kan veel baat hebben bij de zaal, want het scherpt de technisch/tactische én de mentale vaardigheden aan.'

Als het aan Verboom ligt, laat OZ het overdekte hockey de komende winter links liggen. 'Dit werkt zo niet. Laten wij tegen die tijd maar een oefenstage beleggen in een ver land, ter voorbereiding op de tweede helft van het veldseizoen. Dat lijkt me verstandiger. Nu lijdt het een onder het ander, en andersom idem dito.'