Werken aan Haïti

Arm Haïti. Nog geen twee jaar geleden verlost van een dictator, en deze week na vrije verkiezingen in handen gekomen van diens loyale zetbaas. Het armste land van het westelijk halfrond heeft geen gelukkige hand met zijn leiders. Eerst de Duvaliers (voodoo-aanhangers Papa Doc en zijn zoon Baby Doc) geassisteerd door de gewelddadige Tonton Macoute. Later de corrupte Jean-Bertrand Aristide, daartussendoor nog een paar nietsnutten en nu, na een chaotische stembusgang, René Préval, eerder al eens tot president gekozen en vijftien jaar geleden premier onder de in 2004 verjaagde Aristide. Het is onwaarschijnlijk dat onder hem veel zal veranderen. Hij behoort tot dezelfde groep corrupte bestuurders als Aristide. Dat is de tragiek van Haïti: arm zijn én blijven, omdat het kennelijk niet in staat is fatsoenlijke politici aan de macht te helpen.

Haïti is een land van staatsgrepen en dictators; een republiek zonder staats- of veiligheidsstructuur, zorgenkind van Zuid-Amerika en van de 'internationale gemeenschap'. Want die is er sterk vertegenwoordigd, met veel buitenlandse hulporganisaties en een troepenmacht van de Verenigde Naties van ruim 7.500 militairen en meer dan 1.700 man politie, de zogeheten United Nations Stabilization Mission in Haiti. In dit kleine land worden honderden miljoenen dollars en euro's geïnvesteerd. Het resultaat van al die inspanningen is politiek gezien gering. Maar zonder steun en VN-interventie kan Haïti voorlopig niet, hoe dubbelzinnig de verhouding met de buitenlanders ook is. Op het moment dat ze vertrekken, zou het land waarschijnlijk afglijden naar chaos. De verwachting is dat de VN-soldaten nog jaren moeten blijven, misschien zelfs tien jaar.

Bij de hulpverlening zijn echter vraagtekens te plaatsen. Waarom miljoenen pompen in een land waar de politici hun beroep zien als de beste manier om zichzelf te verrijken? Hulpgelden zouden meer ten goede moeten komen aan programma's die blijvende werkgelegenheid scheppen, Haïti's grootste probleem. De andere kant van het eiland Hispaniola, die van de Dominicaanse Republiek, is ook arm, maar daar is de hoop nog niet verloren. Haïti telt ruim acht miljoen inwoners, met een gemiddeld jaarinkomen van 1.600 dollar. Tachtig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Twee derde van de beroepsbevolking heeft geen of te weinig werk. Bij de Dominicaanse buren is het beter: een werkloosheid van gemiddeld 17 procent en een inkomen per hoofd van de bevolking van 6.500 dollar, waarmee een kwart van de 8,9 miljoen inwoners onder de armoedegrens leeft.

Kansloos is Haïti niet. Het land beschikt over een zekere mate aan natuurlijke rijkdommen (bauxiet, koper, goud, marmer). Maar zolang de politiek gekaapt blijft door corrupte types, dictators en andere randfiguren - zolang zal het slecht blijven gaan met het land. Het gebruikelijke pappen en nathouden op internationaal niveau werkt hier niet meer. De VN en de landen die actief zijn in Haïti, moeten de nieuwe president aanzetten tot politieke hervormingen en tot investeringen die werk opleveren, veel werk.