Weekboek 7

En nu is daar ‘De échte kleine blonde dood’

De inspiratie voor het jongetje ‘Mickey’ uit Boudewijn Büchs succesroman De kleine blonde dood waren twee blonde jongetjes. De één heet Boudewijn Iskander Pronk en is springlevend, zoals Rudie Kagie in 2004 onthulde in zijn boek Boudewijn Büch. Verslag van een mystificatie. De ander is wel op vijfjarige leeftijd overleden, zoals ‘Mickey’ in de roman. Hij heette David en was de aangenomen zoon van uitgever Guus Bauer. Bauer gaf in 1982 de ‘oerversie’ van Büchs succesroman uit, Een kleine blonde dood. Bauer: ‘We hebben er uren en uren over gepraat. Hij heeft me bezworen dat hij ook een kind verloren had’.

Pas in 2005 leest Bauer De kleine blonde dood dat in 1985 bij de Arbeiderspers verscheen. Hij is verbaasd als hij daar zijn eigen verhaal in terugvindt. Bauer zette in 1983 zijn herinneringen aan het overlijden van zijn zoontje op papier, op verzoek van Büch. Twee scènes uit deze brief worden geparafraseerd in Büchs roman. Nu heeft Bauer onder pseudoniem De laatste salto geschreven, waar de brief in terug te vinden is. Ook heeft hij Een kleine blonde dood opnieuw uitgegeven. Bauer: ‘Er zijn mensen op wie je niet boos kunt worden en Boudewijn was zo’n type. Met deze twee boekjes heb ik een monumentje opgericht voor mijn échte kleine blonde dood. Voor mij is dit nu afgerond.’

In De kleine blonde dood staat een cryptisch stukje tekst, misschien wel een confessie: ‘„De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel” [...] lalde ze en waggelde naar de slaapkamer. ‘Een kleine blonde dood,’ schreef ik ’s nachts in mijn dagboek [...] Het woord ‘een’ schrapte ik en maakte er ‘de’ van”.

Het ‘Witte Boekje’ is een werkbaar boekje

Het conflict over de spellingshervorming tussen de ‘regeringstaalkundigen’ van de Taalunie en het Genootschap Onze Taal neemt serieuze vormen aan. Diverse media (waaronder deze krant) hebben zich aan de kant van ‘het verzetsplatform De witte spelling’ geschaard. Beide kampen menen ‘de gewone taalgebruiker’ het best te dienen. Rutger Kiezebrink van het Genootschap Onze Taal: „In het ‘Witte Boekje’ gaat het met name om streepjes- en hoofdletterkwesties, die in het Groene Boekje in onlogische en nodeloos ingewikkelde regels zijn gevangen. De verschillen zijn niet zo groot, we willen alleen de regels zo werkbaar mogelijk maken. En onze woordenlijst verwijst bij elk woord naar de bijbehorende regel”. Wat willen ze daarmee bereiken? „We hopen dat zo veel mogelijk mensen inzien dat de witte spelling beter, logischer en vooral toegankelijker is dan de groene”.

Senior projectleider Johan van Hoorde van de Taalunie heeft andere ervaringen met de wensen van burgers: „Toen er tien jaar geleden verschillen zaten tussen het Groene Boekje en de Van Dale, hebben wij heel veel reacties ontvangen. Wie hanteerde nou de beste spelling? En waarom konden we daar niet uitkomen? Met de nieuwe regels proberen wij de afwijkende gevallen te laten aansluiten bij de meerderheid. Zo zijn er ook woorden gegoogled, om een idee te krijgen van het woordbeeld dat leeft”. Hoe is de verdeeldheid in de toekomst te ondervangen? „Deze spellingherziening knoopt de losse eindjes aan elkaar. Volgende keer kunnen we ons beperken tot het bijhouden van de woordenschat”.

Botho Strauss ziet lering in de cartoonprotesten

Duitse intellectuelen zijn in rep en roer over het toekomstvisioen van Botho Strauss. Kort nadat de opvoering van Strauss’ toneelstuk Die Schändung (‘De verkrachting’) door het Berlijnse publiek was weggehoond, meldde de omstreden Duitse auteur zich met een opiniestuk in Der Spiegel. ‘Der Konflikt’ is zijn bijdrage aan de discussie over de Deense spotprenten. Zijn oplossing: het vuur moet terug in de ‘lege en onverschillige’ Westerse wereld. We kunnen iets leren van het eer- en gemeenschapsgevoel van moslims. Hij schetst een grimmig toekomstbeeld van een samenleving die gedomineerd wordt door moslims. En het is maar de vraag of die zo tolerant zullen zijn als ‘wij’. Als we ons daarentegen laten inspireren door de (moslim-)concurrentie en onze Westerse waarden met verve en ‘Geist’ gaan verdedigen, zullen we in een soort nieuw Toledo wonen. Een oord van ‘toenadering en dispuut tussen schriftculturen’. Weg van de technische vernieuwing, terug naar de boekenwijsheid.

Strauss heeft succesvol twijfel gezaaid, ook onder zijn vijanden. In zijn repliek vraagt Frankfurter Allgemeine-uitgever Frank Schirrmacher zich af: ‘Welke integratiekracht zal groter zijn voor nieuwkomers en hun nakomelingen? De sociale integratiekracht van de islam in ons land, of de integratiekracht van onze maatschappij?’ Strauss pookt graag in publieke vuurtjes. In 1993 ontstond een rel rondom zijn essay ‘Anschwellender Bocksgesang’. Ook daarin figureert een decadent Westen dat op het punt staat door het vitale Oosten overmeesterd te worden.