Wat is eigenlijk de essentie van terreur?

De reacties op “Extreem luid' suggereren dat er een kloof gaapt tussen plezierlezers en beroepslezers.Lees en reageer op www.nrc.nl/leesclub.

Niet eerder in de nog jonge geschiedenis van de Leesclub hadden de recensenten van de krant het zo zwaar te verduren als de afgelopen twee weken in het forum over Extreem luid & ongelooflijk dichtbij. Dirk van Weeldens betoog dat de roman weliswaar over “11 september' gaat, maar daar niets interessants over te melden heeft, ontmoette hoon. Pieter Steinz moest zich op het forum verdedigen omdat hij in zijn openingsstuk vermeldde dat anderen niet zo gecharmeerd waren van Foers roman als hijzelf. M.J. de Koning Gans schrijft: “Maar ik begrijp het wel: voor recensenten is boeken lezen werk, onder tijdsdruk. Daarom flansen ze hun recensies vaak googelend in elkaar en daarom hebben lezers er zo weinig aan'.

Misschien tekent zich hier een kloof af tussen beroepslezers en plezierlezers. Zelf had ik de kritiek van Van Weelden al gelezen toen ik vorige week aan Extreem luid & ongelooflijk dichtbij begon. Al snel kon ik me vinden in zijn stelling dat een opzienbarende analyse van 11 september in de roman ontbreekt. Extreem luid & ongelooflijk dichtbij gaat van begin tot eind over de emotionele impact van de aanslagen, zoals ook het bombardement op Dresden niet in politieke zin wordt geduid.

Alles draait om de slachtoffers en om hoe verdriet hun leven bepaalt. De enige die in het boek als een dader aangemerkt kan worden (de grootvader) heeft zichzelf al gestraft en is een wandelende spijtbetuiging - iedere keer als hij het niet meer weet, wijst hij op het zinnetje “Het spijt me'. Vandaar dat ik me Van Weeldens teleurstelling kan indenken: er is zo veel méér over 11 september te zeggen dan dit. Waar zijn de daders? Waar is de haat? Waar is het evenwicht?

Maar is dat ook erg? Kun je iemand verwijten dat zijn boek minder overhoop haalt dan De blikken trommel? Had Foer een andere setting voor zijn roman moeten kiezen? Van Weelden suggereert van wel, hij ziet vooral effectbejag. Joost Zwagerman, die in zijn hierboven afgedrukte Kellendonk-lezing ageert tegen de “quarantaine' in de Nederlandse literatuur, zou het daar zeker niet mee eens zijn. Hij haalt Foer juist aan als een voorbeeld van een auteur voor wie het natuurlijk is om “straatrumoer' in zijn boeken te verwerken.

Zelf betrapte ik me erop dat ik het afgelopen weekeinde tijdens het lezen van de roman opschoof van de positie Van Weelden naar de positie Zwagerman. Dat is natuurlijk een verdienste van de roman. Want Extreem luid en ongelooflijk dichtbij gaat niet alleen over gevoel, het is een boek waarin de schrijver er alles aan doet om de lezer dat gevoel te laten delen. En dat werkt. Zo veranderde mijn blik van die van de afstandelijke beroepslezer (wat voegt dit boek toe aan de literatuur die er al is?) in die van de gewone plezierlezer, die het boek vooral niet wil wegleggen.

Eenmaal weer op enige afstand van de materie (ik heb het boek nu een paar dagen uit) denk ik dat het juist de kracht waarmee Foer je je met zijn slachtoffers laat identificeren, een reden is waarom het zo ergerlijk is als recensenten het boek wijsneuzerig in een analytisch perspectief bespreken.

Overigens denk ik dat de wijze waarop Foer zijn roman over 11 september heeft vormgegeven niet toevallig is en wel degelijk een maatschappelijke boodschap bevat - al is die niet zo spannend. Foers fixatie op verdriet en slachtofferschap is een impliciete manier om duidelijk te maken dat uiteindelijk niet het politieke spel, niet de ideologie, maar het slachtoffer de essentie van terreur is. Dat al het andere in het niet valt bij wat de getroffenen overkomt. De boodschap die Extreem luid en ongelooflijk dichtbij uitdraagt is er een van een diep doorvoeld pacifisme.

Tot slot toch nog één vraag vanuit professioneel-wijsneuzerig perspectief. In het forum is de beroemde scène uit Kurt Vonneguts Slaughterhouse 5 al aangehaald waarin het bombardement op Dresden wordt beschreven als een film die omgekeerd wordt afgedraaid (de vliegtuigen zuigen de bommen op uit de grond en vliegen achterwaarts terug naar huis). Foer verwijst daar niet alleen naar, maar laat dat beeld in de laatste vijftig pagina's van de roman steeds weer in variaties terugkeren. Valt dat nog onder literaire verwijzingen of is dit het uitmelken van andermans idee?

Volgende week in de Leesclub: Yra van Dijk over stijl en experiment in “Extreem luid & ongelooflijk dichtbij'. Discussieer mee op www.nrc.nl/leesclub, waar ook andere artikelen over Jonathan Safran Foer te vinden zijn. Meer informatie op de website www.the-ledge.nl, die met de Leesclub samenwerkt.