Wachten op een kaartje

Woensdag zijn ze verstuurd, de abonnementsbrochures van De Nederlandse Opera voor het nieuwe seizoen. Liefhebbers stellen er de vakantie voor uit. Maar is een operakaartje nou echt zo exclusief?

Ze fronst er even de wenkbrauwen om. De stormloop op de Stopera? Truze Lodder, zakelijk directeur van De Nederlandse Opera, houdt niet van de term “Stopera'. “Wat heeft het stadhuis ermee te maken? Wij spelen in het Muziektheater.“ Ze grinnikt. “Als dat woord dan toch wordt gebruikt, dan als St.Opera - alsof het over een heilige gaat.“

In populariteit heeft De Nederlandse Opera inderdaad een bijna heilige status. Wie kaartjes heeft, oogst steelse blikken. Maar is het eigenlijk wel zo moeilijk om kaartjes te kopen voor de opera? Bij het schrijven aan dit artikel, op een doodgewone dinsdag, zijn via internet (en dus ook per telefoon) nog gewoon kaartjes te koop voor Janáceks Het sluwe vosje onder leiding van de internationaal vermaarde chef-dirigent Ingo Metzmacher. Valt de keuze op nog bekender repertoire, zoals Cavalleria Rusticana/Pagliacci onder specialist Carlo Rizzi, dan is dat ook geen probleem, al is de verkoop al twee maanden bezig. Zelfs voor een publieksfavoriet als Verdi hoef je niets bijzonders te ondernemen: voor Simon Boccanegra zijn nu gewoon nog kaarten beschikbaar. En de gewiekste operaliefhebber verzekert zich van een kaartje door in te tekenen op de sms- of e-mailservice. Drie dagen voordat een voorstelling in de verkoop gaat, drie maanden voor de première, stuurt De Nederlandse Opera dan een herinnering, zodat je als eerste kunt kiezen uit de dan nog verse zee van beschikbare plaatsen.

En toch. Met De Nederlandse Opera en de circa 140 duizend kaartjes voor plaatsen in Het Muziektheater die zij jaarlijks te vergeven heeft (voorstellingen in de Stadsschouwburg en Muziekgebouw aan 't IJ niet meegeteld), is iets raars aan de hand. De wildste anekdotes doen de ronde. Over bezorgde, operaminnende tantes, die hun vakantie uitstellen omdat ze hun abonnementsaanvraag geen dag te laat de deur uit willen doen. Over dertigers, die voor het eerst voet zetten in Het Muziektheater, met hulp van het abonnement van een overledene. Over teleurgestelde liefhebbers die vorig jaar “betere stoelen hadden', maar uit angst voor het verlies van opgebouwde anciënniteit toch maar hebben ingetekend op een nieuwe reeks opera's, waarvan de helft van de voorstellingen bestaat uit repertoire dat ze “los' nooit zouden hebben uitgekozen. En waarom? Omdat operakaartjes nog altijd als een exclusief bezit te boek staan.

Hardnekkige fabel

Achter de schermen is De Nederlandse Opera een doodgewoon kantoor, uiterlijk niet verschillend van het gemiddelde administratiekantoor. Ellen Hanou werkt op de afdeling communicatie en is onder meer verantwoordelijk voor de abonnementenverkoop. “Op alle feestjes waar ik kom is mijn verhaal: kaartjes kopen voor De Nederlandse Opera kan wél“, lacht ze. “Maar de fabel is hardnekkig. Toen Het Muziektheater net open was, wilde iedereen het gebouw zien. Tóen was een kaartje moeilijk te krijgen. Nu is dat onzin. Iedereen die wil en bereid is enige moeite te doen, kan naar de opera.“

Zakelijk directeur Truze Lodder: “Maar voor een moderne opera als The Bassarids is het wel wat makkelijker dan voor Don Giovanni. Daar ben ik eerlijk in.“

Deze week is het spitsuur op de afdeling. Vandaag of gisteren bezorgt de post bij alle bij De Nederlandse Opera geregistreerde belangstellenden de aanvraagformulieren voor de abonnementen 2006-2007, het seizoen dat gistermiddag in Het Muziektheater aan de pers werd gepresenteerd (zie: kunstpagina). Vroeger telde dan elke dag. De aanvragen die het eerst bij Het Muziektheater werden terugbezorgd, werden ook het eerst in behandeling genomen. Een dag vertraagde bezorging door de post leidde tot drama's, die door fanaten werden voorkomen door persoonlijk langs het hoofdkantoor van de TPG in Zaandam te fietsen, of hun aanvragen direct bij de opera in de bus te doen. “Het waren zeer verhitte toestanden“, zegt Hanou. “Tegenwoordig gaat het erom dat je aanvraag in de eerste week na verzending binnen is. Vervolgens kijken we naar anciënniteit. Maar de aanvraag van iemand die wel al tien jaar abonnementen koopt maar pas in de tweede week reageert, wordt behandeld na die van een snel reagerende nieuwkomer.“

Recht op een vaste stoel of een vaste rang heeft niemand. “Maar verder zijn we soepel, hoor. Een paar jaar verblijf in het buitenland betekent niet dat je de opgebouwde status als abonnementshouder verliest. De opgebouwde abonnementsjaren tellen “per stuk', hoeven niet aaneengesloten te zijn en vervallen ook niet. Een abonnementshouder die altijd alleen ging maar nu met een vriend wil? Kan ook. Tot vier plaatsen per aanvrager, zelfs. Sommige mensen kennen die regels zo goed dat ze proberen er een handeltje van te maken. Maar voor valsspelers hebben we een zesde zintuig ontwikkeld. Je voelt gewoon of iemand echt zijn abonnement is kwijtgeraakt, of erop uit is een extra iemand naar binnen te smokkelen.“

Maar echt misbruik komt weinig voor; niet meer dan tien à vijftien keer op de tienduizend bestelformulieren die jaarlijks binnenkomen voor de circa dertig verschillende opera-abonnementen die er bestaan. Van dat aantal wordt zo'n negentig procent gehonoreerd; driekwart van de aanvragers krijgt het abonnement van zijn eerste keuze, de overigen krijgen hun zelf aangegeven tweede keuze. Het geliefdst zijn de zondagmiddagen en de serie met alle premières van het seizoen. “Daar speelt ook een sociaal-maatschappelijk element in mee“, verklaart hoofd communicatie ad interim Frits Lintmeijer. “De première is een avond om gezien te worden, het geeft mensen het gevoel erbij te zijn. En je bent bij de voorstelling waarover de kranten schrijven, dat werkt ook mee.“

De premièrekaarten voor voorstellingen van Mozarts geliefde Da Ponte-opera's (Don Giovanni, Le nozze di Figaro en Così fan tutte) zijn in het komend seizoen daarom ook de duurste (115 euro), als enige duurder dan in het lopend seizoen. En de sky lijkt de limit. Hoe duurder de premièrekaarten worden gemaakt, hoe meer vraag ernaar ontstaat. “Hoe exclusiever, hoe gewilder. Maar voor dat publiek ben ik hard“, zegt Lodder. “Het is voorgekomen dat we première-aanvragen niet konden honoreren, maar wel een alternatieve avond konden aanbieden. Als mensen dat weigeren, weet je zeker dat ze alleen komen om gezien te worden. En het is erg onverstandig niet een beetje uit de markt te halen wat er in zit.“

De eigen publieksinkomsten in de begroting van De Nederlandse Opera schommelen rond de dertig procent. Ter vergelijking; bij het Koninklijk Concertgebouworkest ligt dat getal rond de vijftig procent.

Frits Lintmeijer: “Opera is duur. Dat kan niet zonder subsidie. Natuurlijk moeten we ons best doen om te zorgen dat onze eigen inkomsten op niveau blijven, of dat het aandeel daarvan iets verhoogt ten opzichte van de subsidie die we ontvangen. Maar het is geen kwestie van pakken wat je pakken kunt. Juist omdat we voor zo'n belangrijk deel gesubsidieerd zijn, willen we bereikbaar blijven. In vergelijking met de andere toonaangevende operahuizen in Europa, zijn onze premièrekaarten nog altijd laag geprijsd.“

Business seats

Het streven naar toegankelijkheid verklaart ook de geringe rol die sponsors spelen in de begroting van De Nederlandse Opera. Frits Lintmeijer: “Mondjesmaat is het mogelijk als bedrijf business seats (stoelen vanaf 250 euro per plaats - de ongesubsidieerde kostprijs van een kaartje) af te nemen. Maar we verkopen bij voorkeur aan de echt geïnteresseerden. Dat we daardoor in sterkere mate afhankelijk zijn van subsidie is dan maar zo. De Nederlandse Opera is internationaal een gerenommeerd huis, een artistiek visitekaartje voor Nederland. De hoogte van onze subsidies kan verschillen, maar we hebben vertrouwen in onze subsidiënt.“

Maar hoe goed het ook gaat, zelfs De Nederlandse Opera is conjunctuurgevoelig. Een beetje. “We ervaren dat mensen hun geld voorzichtiger uitgeven“, zegt zakelijk directeur Lodder. “Wanneer we onze prijzen verhogen, leidt dat eerst tot een grootschalige rangverlaging, omdat mensen niet meer willen betalen. Pas daarna trekt het dan weer aan.“ Tegenover die ontwikkeling staat de groei van de kaartverkoop online. Eén op de vier losse kaarten wordt nu via de website (www.dno.nl) besteld, en dat aantal groeit gestaag. Binnenkort kun je op internet ook zelf je plaats kiezen. Nu doet de computer dat nog automatisch, en spreken veel mensen liever een medewerker die de mooiste plaats kan uitzoeken. En wie uiteindelijk toch achter het net vist, kan altijd nog televisiekijken, of een dvd met een geregistreerde voorstellingsopname kopen. Op dit moment worden jaarlijks maar drie van de elf producties door de NPS vastgelegd, maar de opera denkt na over registraties in eigen beheer.

Voor de echte voorstellingen droomt De Nederlandse Opera steeds concreter van een tweede, kleinere zaal voor het repertoire dat nu elders, in de Stadsschouwburg of het Muziekgebouw aan 't IJ, of helemaal niet wordt geproduceerd. En het verleden leert: een nieuwe zaal betekent meer aanloop.