Verdachte brand Schiphol blijft vast

De 25-jarige Libiër die er van wordt verdacht brand te hebben gesticht in het cellencomplex bij Schiphol, blijft in voorlopige hechtenis. Op 26 oktober 2005 brandde een deel van cellencomplex af. Elf mensen kwamen om het leven. In het complex verblijven vreemdelingen in afwachting van uitzetting.

Vanochtend bepaalde de rechtbank van Schiphol dat er nog geen bewijs is van opzettelijke brandstichting, maar dat er zulke ernstige verdenkingen zijn tegen de 25-jarige Libiër, dat hij niet in vrijheid gesteld kan worden. De rechtbank zal de toedracht van de brand binnen drie maanden behandelen.

Officier van justitie M. Veneberg verwijt de verdachte opzettelijke brandstichting met de dood tot gevolg, maar zij voegde daar aan toe dat het onderzoek naar de oorzaak van de brand nog loopt.

Dat gebeurt door de Rijksrecherche, de Marechaussee en het Nederlands Forensisch Instituut. Een belangrijk onderwerp is de bouw van het cellencomplex en de gebruikte materialen in de cellen. Nog voor de opening van het centrum in 2002 woedde er al een hevige brand. De gemeente Haarlemmermeer, eigenaar van het complex, heeft het ministerie van Justitie, dat het complex gebruikt, vaak gemaand zich te houden aan de brandveiligheidsvoorschriften. Na de brand met elf doden besloot de gemeente het complex te sluiten, maar minister Donner (Justitie) verhinderde dat.

Volgens justitie heeft verdachte Achmed Al-J. op de avond van de brand in cel 11 spullen op het bovenste bed van een stapelbed en in de prullenbak in brand gestoken. Maar volgens zijn advocaat R. Ketwaru lag de verdachte in bed te roken, wat toegestaan is. Hij zou in slaap zijn gevallen en wakker zijn geworden van hitte en rook aan zijn voeteneind. Ketwaru zegt dat het onderzoek naar het stapelbed onjuist is uitgevoerd, omdat het na de brand buiten de cel is geplaatst en om het onderzoek te doen weer in elkaar is gezet. Zijn cliënt is eerder slachtoffer dan dader. 'Er zijn heel veel gebreken geconstateerd en mijn cliënt is de zondebok.'