Terreurzaak België: celstraffen tot 7 jaar

Een rechtbank in Brussel heeft gisteren elf mannen veroordeeld omdat ze deel uit maakten van de terroristische organisatie die achter de aanslagen in Casablanca (2003) en Madrid (2004) zou zitten. De uitspraak is een succes voor de Belgische justitie, omdat het de eerste keer is dat verdachten werden vervolgd op basis van een nieuwe wet die lidmaatschap van een terroristische organisatie strafbaar stelt.

De drie leiders van de groep - Abdelkader Hakimi, Lahoussine El Haski en Mustapha Lunani - kregen celstraffen van zes tot zeven jaar. Justitie had straffen geëist tot tien jaar. Volgens de rechters is bewezen dat de mannen behoren tot de Groupe Islamiste Combattant Marocain (GICM), de organisatie die verantwoordelijk zou zijn voor de ruim 220 doden in Casablanca en Madrid. Acht andere mannen kregen lagere straffen opgelegd. Twee personen, die ook voor de rechter stonden, werden vrijgesproken.

Volgens de rechters was bewezen dat Hakimi trainingen had gevolgd in Bosnië en Afghanistan, en dat hij verantwoordelijk was voor het opzetten van een GICM-cel in België. El Haski hield zich bezig met het werven van fondsen voor de groep. Lunani zocht rekruten en stuurde die naar Irak.

De groep plande zelf geen aanslagen, wel werden er hand- en spandiensten verleend, bijvoorbeeld door het vervalsen van paspoorten. 'De logistieke steun die de leden aan de terreurgroep boden is voldoende', zeiden de rechters. 'De groep was niet operationeel, plande op korte termijn geen bedreigende acties, maar dat kon snel veranderen.'

Veel aanwijzingen voor betrokkenheid bij de aanslagen in Casablanca en Madrid gaf justitie niet tijdens de rechtszaak. Het hardste bewijs waren de vingerafdrukken van Mohamed Afalah die werden gevonden in het huis van een van de verdachten. Deze Afalah eiste de aanslagen in Madrid op door middel van een videoband.