Technisch voorstel werd symbool

De omstreden richtlijn voor een vrij dienstenverkeer kreeg gisteren een wasbeurt in het Europarlement. Maar wat hij nu nog betekent, dat interpreteren alle partijen totaal verschillend.

'Bolkestein bestaat niet meer.' Aldus deze week de triomfantelijke constatering van Martin Schulz, de Duitse fractieleider van de socialisten in het Europees Parlement. Dat parlement ging gisteren akkoord met een sterk gewijzigde versie van de naar de Nederlandse oud-politicus genoemde regeling die het dienstenverkeer binnen de landen van de Europese Unie vergaand moest liberaliseren.

De zo omstreden dienstenrichtlijn heeft na de door socialisten en christen-democraten geleide parlementaire wasbeurt ontegenzeggelijk een nieuw aanzien gekregen. Over de betekenis van de aangebrachte veranderingen verschillen beide partijen sterk van mening. De socialisten spreken over het geslaagd demonteren van een bom onder het Europees sociaal model, de christen-democraten zeggen dat een grote stap voorwaarts is gezet in het vervolmaken van de interne markt. Waarmee de dominante hoofdstromingen van de Europese politiek nog eens perfect illustreren dat beeldvorming de allesbepalende factor is voor de veelbesproken 'dienstenrichtlijn-met-die-naam'.

'Nee tegen Bolkestein' stond er eerder deze week nog in diverse talen op de spandoeken die de tienduizenden demonstranten meevoerden door de straten van Straatsburg. Zij protesteerden tegen het aanvankelijk zo onschuldig lijkende plan dat Frits Bolkestein twee jaar geleden in zijn nadagen als eurocommissaris indiende. Een plan dat eigenlijk niet meer behelsde dan het verder vervolmaken van de gemeenschappelijke markt waartoe de Europese Unie al veel eerder had besloten. Een Europese wettelijke regeling ook die jarenlang door het Hof van Justitie in Luxemburg opgebouwde jurisprudentie moest vervangen met heldere bepalingen.

Erover te discussiëren hoefden de collega's van Bolkestein in het dagelijks bestuur van de Europese Unie dan ook nauwelijks toen deze zijn dienstenrichtlijn op tafel had gelegd. Het was voor de meesten typisch zo'n product dat kon worden ondergebracht in de categorie techniek. Dacht men. Het liep enkele maanden later buiten de Brusselse vergaderbastions compleet anders.

Onder aanvoering van de Franse vakbonden groeide de richtlijn van Bolkestein uit tot symbool van het nietsontziende marktdenken dat alle opgebouwde zekerheden in Europa op de tocht zette. Niet voor niets werd in de veelal felle discussies de naam Bolkestein verbasterd tot Frankenstein. 'De zogenoemde Bolkestein-richtlijn is als aanleiding gebruikt om ongenoegen te uiten over de globalisering, de uitbreiding van de EU, sterkere concurrentiedruk en de economische realiteit in het algemeen', klaagde de leider van de christendemocraten in het parlement, Hans-Gert Pöttering, deze week.

Terecht of onterecht, het brede verzet was voor de politiek wel een gegeven. Tijdens hun gebruikelijke voorjaarstreffen constateerden de Europese regeringsleiders dan ook dat er een nieuwe versie van de dienstenrichtlijn diende te komen waarbij meer rekening werd gehouden met het sociaal model.

De 'sociale versie' van de Dienstenrichtlijn ligt er nu door toedoen van het Parlement. Maar waarover is nu precies overeenstemming bereikt? Na afloop van de stemming stonden twee Nederlandse europarlementariërs de pers te woord. Bert Doorn (CDA): 'De private gezondheidsdiensten vallen nu onder de richtlijn.' Ieke van den Burg (PvdA): 'De private gezondheidsdiensten vallen er niet onder.' En die verwarring geldt wel voor meer onderdelen. De tekst blijkt op vele punten multi-interpretabel. 'God zij dank is dit niet de definitieve wettekst', riep een ambtenaar gistermiddag.

Terwijl het toch allemaal om het scheppen van duidelijkheid was begonnen. Kern van het voorstel van Bolkestein was het zogenaamde land-van-oorsprong-principe. Dat wil zeggen: bedrijven hoeven alleen te voldoen aan de regels van het land waarin ze zijn gevestigd wanneer ze in een ander land diensten willen verlenen. Daarmee zou een hoop bureaucratie verdwijnen en een economische boost worden gegeven aan de dienstensector, die goed is voor 60 procent van de werkgelegenheid in Europa. Maar juist dit uitgangspunt werd door de critici gezien als het openzetten van de deur voor sociale dumping.

De politieke kernvraag luidt daarom: is het land-van-oorsprong principe nu geschrapt? Het compromisvoorstel biedt ruimte aan beide interpretaties. De woorden land-van-oorsprong staan er niet meer in. In plaats daarvan wordt nu omschreven wat voor eisen landen wel en niet mogen stellen aan buitenlandse dienstverleners. Die eisen zijn strikt omschreven en vandaar ook dat de voorstanders spreken van een 'grote stap voorwaarts voor het bedrijfsleven'. Het bedrijfsleven zelf is daarvan niet overtuigd. Werkgeversorganisatie VNO-NCW spreekt van een 'vaag' compromis. Ze voorspelt 'juridische onzekerheid' waardoor de situatie 'blijft bestaan dat ondernemers zelf, via een langdurige procedure bij het Europese Hof, moeten bewijzen dat zij ongerechtvaardigd gehinderd worden.'

richtlijn Splitsing oude en nieuwe EU

De verschillende tekstanalyses maken duidelijk dat er nogal wat windowdressing is toegepast. 'De kloof tussen de burgers en Europa is met deze stemming gedicht', zei het Belgische christen-democratische europarlementslid Marianne Thyssen. Maar dat is nog de vraag. De socialisten uit Frankrijk, het land waar het verzet allemaal begon, stemden bijvoorbeeld en bloc tegen. Daarbij komt dat het debat over de dienstenrichtlijn de tegenstelling tussen de oude lidstaten en de nieuwkomers uit Midden en Oost Europa verder heeft vergroot. In de nieuwe landen worden de aangebrachte afzwakkingen van de dienstenrichtlijn opgevat opgevat als directe beperkingen aan hun adres. Om die reden stemden veel christen-democraten uit deze landen tegen. De socialisten daarentegen stemden voor. 'Deze richtlijn maakt de situatie significant beter', aldus de Hongaarse sociaal-democraat Edit Herczog.

Nu het Europees Parlement heeft gesproken is het aan de Europese Commissie en de regeringen van de 25 lidstaten zich te buigen over de dienstenrichtlijn. Een breed gedragen compromis beperkt de speelruimte van de regeringen voor het aanbrengen van nieuwe wijzigingen. Maar nu het compromis zo verschillend uitgelegd wordt, kunnen de lidstaten naar hartelust op hun manier aan de tekst gaan sleutelen.