“Schrijven houdt de wereld op afstand'

Hanif Kureishi schreef een autobiografische roman aan de hand van een manuscript van zijn vader. “Zo kon ik op persoonlijke wijze over seksualiteit, islam, politiek en klasse schrijven'.

Hanif Kureishi is licht geagiteerd. Het is de laatste draaidag van Venus, een film over een driehoeksverhouding tussen twee oudere mannen en een 18-jarig meisje - Kureishi schreef het scenario. Hij heeft zojuist een boos telefoontje gehad van regisseur Roger Mitchell. “Mitchell wil een ander einde. Maar ik zit in Amsterdam!“

Kureishi pakt een van zijn boeken op die op tafel ligt. Er glijdt een krantenknipsel uit, een interview met Kureishi over ouder worden. Met belangstelling bekijkt hij de foto van zichzelf bij het artikel - het telefoontje lijkt hij prompt vergeten. “Vindt u mij leuker met lang haar? Ja? U bent een goed mens. Sommige mensen zeggen dat ik niet lijk op de foto's die op mijn boeken staan. Fuck off, zeg ik dan: ik denk dat u ook niet op uw foto's lijkt“.

Hanif Kureishi (1954) is in Amsterdam ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling van zijn laatste boek, Mijn oor aan je hart. Het verhaal van mijn vader. Het is een hybride memoir, waarin Kureishi aan de hand van de interpretatie van enkele ongepubliceerde romans van zijn vader diens levensverhaal vermengt met een autobiografische bespiegeling op zijn eigen werk en leven. “Toen ik vijftig werd, realiseerde ik me dat er een halve eeuw voorbij was, en dat ik alle grote naoorlogse veranderingen had meegemaakt op het gebied van etniciteit, islam en liberalisme, en islam en het westen. Ik wilde geen autobiografie schrijven, want dat leek me saai. Het vinden van het manuscript An Indian Adolescence van mijn vader was een interessantere manier om op persoonlijke wijze over etniciteit, seksualiteit, verlangen, islam, politiek en klasse te schrijven“.

Identiteit en seksualiteit: daarmee beschrijft Kureishi de belangrijkste thema's van zijn eigen oeuvre. Als zoon van een Engelse moeder en een Pakistaanse vader verwierf hij vooral bekendheid als scenarioschrijver van multiculturele films als My Beautiful Laundrette (1985) en Sammie and Rosie Get Laid (1987). Hij debuteerde als romanschrijver met het semi-autobiografische The Buddha of Suburbia (1990), over een Pakistaanse jongen die naar Londen emigreert en het racisme van het conservatieve Engeland onder Thatcher aan den lijve ondervindt. In de loop van zijn carrière verschoof zijn belangstelling steeds meer van etniciteit naar seksualiteit. Mannen van middelbare leeftijd die jeugdig willen blijven en buiten hun huwelijkse leven om naar gepassioneerde seks zoeken - dat was het thema van zijn verhalenbundels Love in a Blue Time (1997) en Midnight All Day (2000) en de verfilmde novelle Intimacy (1998).

V.S. Naipaul

Anders dan Kureishi, succesvol schrijver en scenarist, werden de boeken van zijn vader niet gepubliceerd. “Mijn vader dacht altijd dat dit zou gaan gebeuren, maar zijn werk werd keer op keer afgewezen. Hij werkte als ambtenaar op een ambassade. Hij wilde liever kunstenaar zijn, maar hij was niet getalenteerd genoeg, geen V.S. Naipaul. Ook zijn tijd zat tegen. In de jaren vijftig was er minder belangstelling voor thema's als migratie, racisme, islam. Wie nu een boek over deze thema's schrijft, wordt omarmd door uitgevers en de media. Er is een grote honger naar alles wat uit de Arabische of oosterse wereld komt.

“Anders dan mijn vader, ben ik niet in het thema “vernedering' geïnteresseerd. De drijvende obsessie in mijn werk is “verlangen'. Ik wil weten waarom mensen elkaar willen, waarvoor ze elkaar willen, hoe ontwrichtend en irritant verlangen is, en hoe het zijn weg vindt in romantische liefde en het huwelijk. Als je goed oplet, zie je dat bijna alle Britse kranten voortdurend schrijven over de blunders waartoe het verlangen leidt. Bijvoorbeeld hoe een politicus eindigt op zijn knieën in een toilet met de politie achter zich aan. De meeste westerse literatuur gaat ook over verlangen. Anna Karenina en Madame Bovary, het werk van Henrik Ibsen - alles gaat over gebroken huwelijken, over het falende verlangen.“

Het is geen toeval dat hij voorbeelden noemt waarin voor vrouwen een hoofdrol is weggelegd. Kureishi vertelt dat hij steeds meer geïnteresseerd is geraakt in vrouwelijke personages. “Ik heb zoveel over mannen geschreven. De film The Mother betekende voor mij een grote creatieve sprong. In The Mother krijgt een oude vrouw na het overlijden van haar man een relatie met de minnaar van haar dochter. Ik vroeg me hoe het zou zijn om een 70-jarige vrouw te zijn. Kon ik iets over haar en haar leven zeggen? Ook mijn nieuwe film Venus gaat over wat zo mooi senior sexuality heet, en over de vraag wat gebeurt met verlangen als je ouder wordt. Het 18-jarige meisje zoekt een vaderfiguur en een goede man; hij vindt in haar iemand die hem helpt te sterven.“

Is het toeval dat Kureishi na een film die als titel The Mother heeft, een boek wijdde aan zijn vader? “Alle kinderen zijn gefascineerd door hun ouders. The Mother geeft iets prijs over mijn onderbewuste, en hoe ik de seksualiteit van een moederfiguur zie. In Mijn oor aan je hart schrijf ik openhartig over mijn vaders seksualiteit. Het was vreemd te schrijven over hoe je vader als 16-jarige een bordeel instapt om zijn maagdelijkheid te verliezen. Een kind wil niet te dicht bij de seksualiteit van zijn ouders komen. Maar mijn vader schreef er zélf over, in de roman die hij wilde publiceren, dus ik had niet het gevoel dat ik een privé-dagboek zat te lezen. Ik ben zo dicht mogelijk bij zijn tekst gebleven. Dat was een nieuwe ervaring voor mij, omdat ik me niet steeds hoefde af te vragen, goh, wat zou er nu gebeuren?“

Betekent dit dat hij de romans van zijn vader voornamelijk autobiografisch las, en niet als literatuur? “Het scheen me toe dat het schrijven van romans voor hem uit een serieuze behoefte voortkwam om zijn eigen ervaringen therapeutisch vorm te geven. Hij kwam niet tot het imaginaire in zijn boeken. Ik weet uiteraard hoe vervelend het voor een kunstenaar is als men louter autobiografisch wordt gelezen. Dat overkomt mij vaak, maar daar is ook een goede reden voor. Bij Intimacy wist ik wat me te wachten stond. Dat boek was geschreven in de eerste persoon, als een bekentenisroman, en de consequenties, een boze ex-vrouw en een laaiende zus, moest ik accepteren. Mijn zus reageert overigens iedere keer als een dolle gek als ik iets schrijf over de familie. Toch is dat haar goed recht: ik publiceer mijn versie van de familie en dat mogen familieleden ook doen“.

Denken aan één ding

Zal de droom van zijn vader - gepubliceerd worden - postuum nog in vervulling gaan? “Waarschijnlijk niet. Ook nu zal een uitgever er weinig brood in zien, tenzij als voetnoot bij mijn oeuvre. Hoewel hij niet gepubliceerd werd, schreef mijn vader door. Een passie kun je niet zomaar opgeven. Ik ken veel mensen die alleen maar werken, en dan het gelukkigste zijn. Ik lijk op die mensen. Schrijven is een seksuele passie die geïntellectualiseerd is. Je houdt de wereld op een afstand, door aan één ding te denken. Als je de hele dag aan je nieuwe film denkt, denk je niet aan je huwelijk, en als je aan huwelijk denkt, doe je dat via je nieuwe film. Ik heb nu zo veel geschreven, dat het niet uitmaakt of ik nóg een boek schrijf. De eerste keer dat je publiceert is overweldigend, daarna wordt het gewoner en ga je op zoek naar new amusements. Als je vijftig bent is het moeilijker om nieuwe pleziertjes en uitdagingen te vinden dan wanneer je twintig bent. Jezelf levend en geïnteresseerd houden kost meer moeite“.

Het gesprek zit erop. De auteur ziet geamuseerd toe hoe een jonge vrouw van de uitgeverij naast hem op de sofa ploft om samen met de schrijver op de foto te gaan. Vijftig plus of niet, zijn charme is nog niet uitgewerkt.

Hanif Kureishi: Mijn oor aan je hart. Het verhaal van mijn vader. Vertaald uit het Engels door Molly van Gelder. De Bezige Bij, euro 18,90