Schaatsers in mineur na val

De nationale achtervolgingsploeg heeft gisteren brons gewonnen bij het schaatsen. In de halve eindstrijd tegen Italië kwam Sven Kramer in gewonnen positie ten val. In de troostfinale won Nederland wel van Noorwegen.

Na de gebroken schaats van Beorn Nijenhuis, de valse start van Marianne Timmer en de slakkengang van Moniek Kleinsman beleefde het Nederlandse schaatsen gisteren een nieuw dieptepunt bij de Spelen in Turijn. Sven Kramer ging in de ploegenachtervolging onderuit en nam Carl Verheijen in zijn duikeling mee. Weg kans op goud, brons werd de troostprijs.

Sinds de gouden medaille van Ireen Wüst, afgelopen zondag op de drie kilometer, gaat het bergafwaarts met de Nederlandse schaatsers. De val van Kramer in de halve finale tegen Italië, dat vier ronden voor de finish één seconde achterstand had, was de grootste tegenvaller tot nu toe voor gelegenheidscoach Ab Krook en zijn mannen. De zege op Noorwegen in de strijd om de derde plaats was een schrale troost. Met zure gezichten namen de vijf Nederlanders de bloemen in ontvangst. In het Hollland House liet Kramer 's avonds achter de coulissen zijn tranen de vrije loop.

De 19-jarige Kramer, die vorige week zilver won op de vijf kilometer, krijgt volgende week op de tien kilometer nog een herkansing op een gouden medaille. En anders wel op de Spelen van 2010 of 2014. Zijn leed zat letterlijk in een klein hoekje van de ijsbaan in Turijn. Hij werd getroost door zijn ploeggenoten, die er net als Krook niets van begrepen. Gestruikeld over een blokje! Kramer viel voor het laatst in zijn juniorentijd. 'Ik kan me niet eens herinneren wanneer precies, zo lang geleden', sprak het supertalent. 'Dit was pure pech, anders kan ik het niet verklaren.'

De 35-jarige Rintje Ritsma liep dankzij de val van zijn jonge provinciegenoot gisteren zijn laatste kans op een gouden schaatsmedaille mis. De Friese reserverijder kreeg woensdag een basisplaats in de voorronde van de ploegenachtervolging, maar ook hij had in geval van een collectieve zege op de hoogste trede van het erepodium mogen staan. Ritsma heeft straks twee zilveren en vier bronzen plakken in zijn prijzenkast liggen. Een lichte tegenvaller voor de beste allrounder aller tijden, winnaar van vier wereldtitels en zes Europese titels.

Ritsma nam het na afloop voor Kramer op en treurde niet zozeer om zijn gemiste kans op goud. 'Dit brons is een andere kleur dan brons op een individueel nummer. Dat was met goud ook zo geweest. Als je bijna alle heats hebt gereden, is het ook anders dan in zo'n reserverol', sprak hij realistische taal.

Er waren gisteren nog meer Nederlandse verliezers. Mark Tuitert, Carl Verheijen en Erben Wennemars wonnen weliswaar voor het eerst een medaille op de Spelen, ze stonden er bij de officieuze huldiging toch beteuterd bij. De laatste twee hebben de hoop op goud of desnoods zilver nog niet opgegeven. De 30-jarige Wennemars rijdt morgen de 1.000 meter en dinsdag de 1.500 meter. Om krachten te sparen, liet hij gisteren de troostfinale schieten. Hij is op beide individuele afstanden outsider, geen favoriet. De tweevoudige wereldkampioen sprint had de uittredende Krook 'graag een mooi afscheidscadeau gegeven, want Ab heeft geweldig werk geleverd om ons op één lijn te krijgen'.

Krook was bijna dertig jaar als trainer en later als technisch directeur actief voor met name de Nederlandse schaatsbond. Hij gooide gisteren van teleurstelling zijn rondebord op het ijs, nadat hij Kramer uit de bocht zag vliegen. Krook toonde zich een emotionele verliezer, toen hij van enkele bekenden een paar opbeurende sms'jes kreeg. Hij was er na afloop zeker van dat zijn ploeg de Italianen verslagen zou hebben, maar de latere winnaars dachten hier een half uur later anders over.

Volgens zijn collega Maurizio Marchetto en diens kopman Enrico Fabris was het Nederlandse ongeluk te wijten aan vermoeidheid. Waren de Italianen niet hard op weg hun achterstand goed te maken? 'Zij hebben gegokt en verloren door te snel van start te gaan', verklaarde de trainer op de persconferentie. 'Wij hebben onze krachten beter verdeeld, kijk maar naar de rondetijden.' Zijn tweede man Ippolito Sanfratello deed daarna nog een duit in het zakje. 'Als je onder druk komt te staan, ga je fouten maken.'

In het Oranje-kamp overheerste de stellige overtuiging dat het goud voor het grijpen lag. Niemand die een Italiaanse inhaalrace voor mogelijk hield, zo groot was het onaangetaste zelfvertrouwen bij Verheijen en zijn vier secondanten. De kopman van de achtervolgingsploeg stelde op de individuele nummers van de Spelen telkens teleur, hoewel hij vaak tot de favorieten behoorde.

Vorige week eindigde Verheijen op de vijf kilometer als vierde - vlak achter Fabris - en volgende week hoopt hij zich te revancheren op de afsluitende tien kilometer. Veel meer dan brons lijkt er ook dan niet in te zitten voor Verheijen, maar wie weet stijgt hij een keer boven zichzelf uit. Ook voor hem geldt dat de schaatsjaren gaan tellen. Bij de volgende Spelen in Vancouver is de gediplomeerde basisarts bijna 35 jaar oud.

Resteert de vraag waarom de Nederlandse schaatsers dit seizoen bovengemiddeld vaak vals starten, ten val komen of materiaalpech hebben. Statistici reppen zelfs over vijftig procent, als ze de ongelukken in perspectief met alle buitenlandse deelnemers zetten. Volgens de rijders (en hun trainers) is het gewoon toeval. Als ze de komende week allemaal goed starten, overeind blijven én niemand last krijgt van kapotte buizen, verdienen ze het voordeel van de twijfel. Zo niet, dan moet de schaatsbond een sportpsycholoog laten overvliegen.