Patina van de geschiedenis

Enrico Caruso, de Italiaanse tenor (1873-1923), is een van de eerste zangers die op de grammofoonplaat is vastgelegd. De grammofoon is uitgevonden door Emile Berliner, in 1887. Een machine waaruit een grote toeter stak, en die met de hand aan het draaien werd gebracht. Van Caruso zijn oude opnamen op het modernste materiaal overgebracht. Zo zijn we in staat, te luisteren naar wat natuurgetrouw voor de Eerste Wereldoorlog is vastgelegd, het eigenaardig nasale, het zachte schuren van de machine tijdens het draaien, al het onbeschrijfelijke van het afgesloten verleden. De magistrale stem klinkt uit de onbereikbare verte. Je luistert naar le temps perdu.

Jazzplaten uit de jaren dertig hebben al in aanmerkelijk mindere mate nog dezelfde eigenschap. Hoe verder de tijd vordert, hoe natuurgetrouwer het wordt, en hoe meer er wordt vastgelegd. In de Tweede Wereldoorlog ontsnapt geen spreker van enig belang nog aan de microfoon. Dat materiaal kon niet ongebruikt blijven liggen. En zo verscheen ergens in de jaren zestig in de Bondsrepubliek op het label Athena een cassette van twee 33-toerenplaten, Deutschland im Zweiten Weltkrieg, met een toelichting van prof.dr. Walther Hofer. Iedereen die van historisch belang werd geacht, staat erop. Hitler, Goebbels en Göring, maar ook Stalin en Churchill en de beruchte openbare aanklager Roland Freisler, en sirenes van het luchtalarm.

Ik kocht de cassette. Luisterde met zeer gemengde gevoelens. Het was alsof er een gesticht uit het verleden openging. Maar het was ook mijn jeugd in de oorlog. Het was de oorlog zelf. En het daaraan vooraf gaande raadsel. Hoe waren de Duitsers zo gek gekomen, zich met zoveel instemming de afgrond in te laten schreeuwen. Op 1 september verschijnt Hitler voor de Rijksdag. We hebben genoeg van die Poolse provocaties! Het geduld van het Duitse Rijk is op! Er wordt nu teruggeschoten! Dat is zijn historische boodschap, daarmee is de Tweede Wereldoorlog begonnen. Het klonk alsof het uit de sarcofaag van de geschiedenis kwam, maar het was ook mijn eigen kindertijd.

Een van zijn vroege biografen, Konrad Heiden, heeft Hitler een tragische hansworst genoemd. John Heartfield, de karikaturist die zijn reputatie heeft gevestigd met fotomontages, heeft het hoofd van de Führer op de röntgenfoto van een borstkas geplakt en zijn slokdarm afgebeeld als een stapel grote munten. Dat was zijn historisch-materialistische visie in 1931. Heiden en Heartfield hoorden tot een gemengde minderheid. Wil ik weten wat de overwegende publieke opinie in dit tijdvak was, dan raadpleeg ik de vijfde druk van de Winkler Prins Algemeene Encyclopaedie. Wat daarin staat, vind je niet in de Google. Deel 9, met Hitler, is verschenen in 1935. De schrijver van dit uitvoerige artikel, mr. J.C. Baak, houdt zich voorzichtig, bezorgd, maar ook met gereserveerde sympathie op de vlakte.

Nu weten we al ruim zeventig jaar dat we met een club oorlogsmisdadigers te maken hebben. Voor de Europeanen van toen, of ze het weerzinwekkend, opwindend of angstaanjagend vonden, waren de redevoeringen verplichte nummers. En zolang je er niets mee te maken had, waren ze een abstract soort evenement. Zo ongeveer heb ik het destijds ook ervaren. De overstroming van opwinding en razernij uit de oude radio dwong tot luisteren. Later, op de plaat bevestigen die geluiden je eigen jeugdervaring in een vocaal patina van de geschiedenis.

Nu draait in de bioscoop Das Goebbels Experiment, van Lutz Hachmeister en Michael Kloft, een documentaire, samengesteld uit filmfragmenten uit de periode, op basis van het dagboek van de propagandaminister. Ben je op zoek naar het cinematografisch patina, dan gaat er niets boven zwart-wit. Hier worden we ruim bediend met straattaferelen, scènes uit Triumph des Willens, de film van Leni Riefenstahl over de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Max Schmeling slaat Joe Louis knock-out, wat de propagandaminster inspireert tot een lofrede op het blanke ras. De boekverbranding komt aan de orde. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, put Goebbels zich uit in rauwe jodenhaat, al in het midden van de jaren dertig. De oorlog begint, de Sovjet-Unie wordt aangevallen, van lieverlee zien we het Derde Rijk bezwijken. Allemaal geen verrassing, maar vergeefs probeerde ik het patina te proeven.

Toen kwam de redevoering Wollt Ihr den totalen Krieg, enz. Nun, Volk, steh auf, Sturm brich los. Algemeen beschouwd als zijn beste oratorische prestatie. Ik keek naar de kleine gestalte, zijn geweldige inspanningen. De tienduizenden in hun uitzinnig gejuich en geschreeuw. En toch maakte de spreker voortdurend de indruk dat hij er met zijn hersens niet helemaal bij was. Het verhaal gaat dat hij na deze passage zich een terzijde heeft veroorloofd: Verdammte Idioten.

Of het waar is of niet, Goebbels lijkt nooit helemaal mee te doen. In zijn dagboek noemt hij Göring een geparfumeerde cocaïnesnuiver, Hitler zelf maakt soms grote fouten, vaak vindt hij zichzelf een onbegrepen mens. Dan zoekt hij zijn troost in geheim, schriftelijk zelfbeklag. Dat heeft niets met het patina van de jongste geschiedenis te maken. Het is niets anders dan een alledaagse hebbelijkheid van mensen die zichzelf zielig vinden. Na afloop merkte ik, dat ik ondanks alle oorlog en politiek, drama en kabaal in deze film niet had gevonden wat ik ervan had verwacht. Hoe je het ook wendt of keert, de jaren dertig en de oorlog horen tot je jeugd. Het decor daarvan wil je wel weer eens in zwart-wit beelden terugzien, het unieke patina. Zielepoten zijn van alle tijden.