Op bezoek bij de Maya's

Lang had historicus Dik van der Meulen het idee een reisboek te schrijven over de Maya's. Nadat hij in 2003 de AKO-literatuurprijs had gekregen voor zijn biografie Multatuli (Boeken, 13.09.2002), had hij er de gepaste reissom voor. Samen met een Mexicaanse vriendin, de antropologe en journaliste Marta Durán Huerta, trok hij door het regenwoud van Zuidoost-Mexico. Op zoek naar wat ze zelf de nieuwe Maya's noemen. Durán kent het gebied en schreef eerder een boek over de Mexicaanse rebellenleider subcomandante Marcos.

Hun reis verslaan ze in het tweede deel van het boek, dat begint met een terugblik op nieuwsjaardag 1994. Marcos trad toen met een leger uit de jungle en bezette enkele steden in de deelstaat Chiapas. Zijn anti-neoliberale, pro-democratische guerrilla van zapatistas strijdt onder meer tegen de achterstelling van de inheemse bevolking. Marcos is er een icoon van de andersglobalistenbeweging mee geworden.

In het voorgaande deel worden eerst de Oude Maya's geïntroduceerd zoals deze leefden vóór de Conquista. Er is bewondering voor de hoogstaande cultuur van de Maya's. Daarop volgt de afkeer van de kolonisatie, waarbij de Spanjaarden zwart gemaakt worden in de Nederlandse traditie van de leyenda negra.

Deze beknopte geschiedenis wordt verteld rondom enkele Maya-steden, die tijdens Europa's donkere Middeleeuwen de bloeiende centra vormden van verscheidende stadstaatjes. Als gidsen dienen reisverslagen van Europese en Amerikaanse avonturiers en de paar Maya-geschriften die níét werden vernietigd. De stadstaatjes trokken voortdurend tegen elkaar ten oorlog en hadden tegelijkertijd relatief hoogstaande culturen. De Maya's brachten mensenoffers om de goden gunstig te stemmen, maar kenden ook een eigen schrift, rekenden met het cijfer nul en ontwikkelden een verfijnde kosmische kalender.

Tegenwoordig worden de ruïnes van steden als Tikal en Palenque bevolkt door rugzaktoeristen en andere reizigers. De vertellers voelen zich enigszins verheven boven deze “toeristen', maar ze verzanden niet in arrogantie. Ze voeren met veel verbeeldingskracht een fictieve oude Maya ten tonele bij wie ze op audiëntie gaan. Deze hoofdstukken zijn het beste. Je zou ze willen lezen terwijl je in de zon zit bij een van de tempels van Tikal of te midden van de brulapen in de jungle rondom Palenque. Ze maken sight seeing minder abstract.

De auteurs hebben grote sympathie voor de oude Maya's. Ook tonen ze duidelijk engagement met Marcos' strijd voor een eerlijker globalisering. Desondanks hebben ze oog voor de missers van de zapatistische revolutie en de puur menselijke gebreken van de nieuwe Maya's. Westerlingen met een blinde liefde voor de “goede wilde' kennen we al genoeg.

De twee delen vormen samen een vlot geschreven, evenwichtig en goed gedocumenteerd reisverslag, dat bovendien hoogst actueel is. In meer Latijns-Amerikaanse landen roeren de indianen zich de laatste jaren. Vallend en opstaand zoeken de indígenas politieke macht. Soms via een coup, soms via de stembus, maar altijd in de hoop een einde te maken aan discriminatie en neokoloniale exploitatie. Max Havelaar had zeker sympathie voor ze gehad.