Nog een keer de berendans

“Nieuw Links is anti-institutie, anti-geschiedenis en anti-establisment', zegt Joop den Uyl tussen veel gebrom door in de schrijfkamer van het Amsterdamse Hotel Americain. Het is eind november 1966, een maand eerder is het centrum-linkse kabinet Cals/Vondeling gevallen. Den Uyl staat op het punt om Vondeling als politiek leider van de PvdA op te volgen. Deze middag heeft hij op eigen verzoek een eerste ontmoeting met een groep jonge partijgenoten, die de PvdA voor een ingeslapen club houdt en die grote aandacht heeft getrokken met een boekje Tien over Rood en nog veel meer aandacht zal gaan trekken als Nieuw Links. De aanstaande partijleider heeft zich goed voorbereid, hij slaat aan het doceren. Enigszins uit de hoogte, want hij moet niet zo veel hebben van dat clubje jonge oproerkraaijers. “Allemaal journalisten en wetenschappelijke medewerkers, dat stelt niks voor', vindt hij hardop.

Tweeëneenhalf jaar later, maart 1969, moet Den Uyl de slotrede houden na een van de meest spectaculaire partijcongressen in de geschiedenis van de PvdA. De groep Nieuw Links heeft er een meerderheid in het partijbestuur verworven en ondanks maandenlang hevig verzet van de partijleiding ook vergaande programmatische successen behaald. Zoals bijvoorbeeld een besluit tot erkenning van de DDR en de afwijzing van de KVP, een voorloper van het CDA als coalitiepartner. André van der Louw, medeauteur van Tien over Rood, Nieuwlinkser van het eerste uur en zelf al vicevoorziter van de partij, vertoont aan het congres zijn roemruchte berendans nadat alle Nieuwlinkse kandidaten in het partijbestuur gekozen zijn.

Tweeëneenhalf jaar maar had Nieuw Links nodig om de macht in de PvdA grotendeels over te nemen. Hoe verbazend dat was, hoe dat ging, welke trucs en dreigementen over en weer gehanteerd werden binnen de Rode Familie, en hoe Nieuwlinksers als Han Lammers, Hans van den Doel, Tom Pauka, Wim Meijer, Marcel van Dam, Jan Nagel, Arie van der Hek, Ger Klein en anderen met elkaar omgingen, en elkaar soms ook onderling een loer draaiden, beschrijft de in oktober vorig jaar overleden Van der Louw in het postuum verschenen De razendsnelle opmars van Nieuw Links. Van der Louw heeft er een schoenendoos met brieven, aantekeningen en knipsels voor omgedraaid, de pen geregeld in een potje nostalgie gedoopt en nog net op tijd kans gezien een persoonlijke en vlot geschreven reconstructie te maken.

Het is jammer dat zo'n reconstructie uit de eerste hand pas ruim 35 jaar later komt, maar daar staat tegenover dat de auteur, die nog burgemeester van Rotterdam, kortstondig minister, voorzitter van de NOS en de sectie betaald voetbal van de KNVB was, nu de betekenis van de destijds in grote opwinding verlopen acties soms aardig weet te relativeren.

Zo beantwoordt hij de vraag of Nieuw Links voor een duurzame verandering in de PvdA heeft gezorgd nu ontkennend. De mannen van Nieuw Links zijn ouder geworden, en hun emoties ook. Een paar weken geleden interviewde de Volkskrant Wim Meijer. Meijer, die in Garderen woont en aan het minderen is in zijn commissariaten, laat een vijver in zijn tuin aanleggen. Advies krijgt hij van Marcel van Dam, die in Putten woont. “Marcel van Dam is een vijver specialist, wist je dat', vraagt hij. Nee, dat wisten we niet.

André van der Louw: De razendsnelle opmars van Nieuw Links. Conserve, 255 blz. euro 18,-