Net de kattenhemel

Kinderen in Rotterdam kunnen in het weekend naar school. Nu doen ze “journalistiek'. Vandaag een verslag van een bezoek van “De Derkse Krant' aan een kattenvrouw.

Ze maakt gekke dingen mee, de kattenvrouw van Delfshaven. Zo zat er een keer een man te drinken uit een bakje melk dat ze net voor haar zwerfkatten had ingeschonken. Hij bleek ook een zwerver te zijn, maar voor hem had ze de melk natuurlijk niet ingeschonken. “Wat doe je nou?“ vroeg ze. Toen zei de man: “Ik heb ook dorst. Maar voor je katten laat ik heus wel wat over.“

Helmi Doedee verzorgt zwerfkatten. Het zijn een beetje haar kindjes. Zes katten heeft ze in en om haar huis aan de G.J. Mulderstraat in Delfshaven, een wijk in Rotterdam. En enkele tientallen zwervers verzorgt ze in de wijk.

De katten thuis heten Mickey, Moppie, Lady, Minoes, Doedda en Sam. Moppie is de oudste. Hij is waarschijnlijk twintig jaar en werd een jaar geleden gevonden in een geveltuin. De jongste is Lady. Zij is zes jaar. Ze wonen in een kattenparadijs. “Wil jij Mickey even pakken“, vraagt Helmi. “Hij ligt boven in de wasmand.“

Het is zondag, maar een vrije dag heeft Helmi niet, vertelt ze ons, vijf leerlingen van de Rotterdamse IMC-weekendschool. Katten hebben ook in het weekend honger. En gelukkig is haar man Wim al net zo'n kattengek als zij. Toen ze vierendertig jaar was, lokte Helmi haar eerste kat met melk en een stukje vlees. Haar hond was net dood en ze wilde zorgen voor andere dieren. “Wie goed is voor dieren, is een goed mens.“

Verdrietig vertelt Helmi over Mickeys verleden. “Hij had van junkies verdovende middelen te eten gekregen. Hij was zo ziek. Ze brachten hem bij mij.“ Samen met de dierenarts vocht Helmi voor zijn leven. Hij kreeg injecties. “En kijk.“ Ze tilt het diertje op schoot. “Hij is weer helemaal beter.“

Poes Lady woont buiten in een kooi, op een hoopje hooi dat Helmi er heeft neergelegd. Lady woont in de kooi omdat ze enige tijd omviel. Nu gaat het al veel beter met haar.

Of ze een lievelingskat heeft, vragen wij. “Nou“, zegt Helmi. “Het is net als met kinderen.“ Een voorkeur mag je eigenlijk niet hebben. “Maar als je diep in mijn hart kijkt, heb ik dat natuurlijk wel. Verder hebben ze allemaal wel iets aparts. Ze kunnen ook ondeugend zijn. Er is er eentje die me steeds krabbelt. Soms lopen ze weg. Mickey was een keer zes dagen zoek. Ik heb zes dagen lang gehuild, tot hij weer terug was.“

Soms gebeuren er wel eens erge dingen met een kat. “Ik vond er een keer eentje met een uitpuilend oog. Omdat niemand een katje zou willen hebben met één oog heb ik haar laten inslapen. Ook hebben we een keer een kat met een gebroken rug laten inslapen.“

Een dierenarts helpt haar door de katten voor weinig geld beter te maken als ze ziek zijn. “En ik heb hier kasten vol kattenvoer in huis. Ik bedel bij fabrieken. Vooral Whiskas geeft veel weg. En als we even niet genoeg geld hebben om zelf kattenvoer te kopen, dan eten Wim en ik zelf maar wat minder.“

Wim knikt. Hij weet het zeker: “Een kat die hier wegloopt, is echt niet goed bij z'n hoofd.“