Ik was bijna de zoon van een Argentijnse leerlooier geweest

BUENOS AIRES. Een van mijn uitgevers mailde mij: “Gisteren op ZDF zag ik plotseling je moeder, in een documentaire over de St. Louis. Een mooie en interessante film. Heb jij hem al gezien?“

Ik schreef terug dat ik hem nog niet gezien heb. Een aantal mogelijkheden om mijn moeder op televisie te zien heb ik aan me voorbij laten gaan. Ik vind haar in het echt pittiger. Zij mij ook geloof ik. Een van de aangenaamste bijkomstigheden dat ik niet meer voor televisie werk, is dat mijn moeder me na afloop niet meer belt om te zeggen: “Wat zag je er weer slecht uit“.

De laatste jaren wordt mijn moeder steeds vaker bezocht door documentairemakers. Met mij heeft dat niets te maken. Meer met haar lotgevallen van lang geleden.

Ze vraagt me wel eens of ze ja moet zeggen als men haar weer benadert voor een interview over het verleden. Ik moedig haar altijd aan om dat te doen. Het wordt tijd dat ze op eigen kracht beroemd wordt.

De St. Louis was een schip dat in de lente van1939 Hamburg verliet met bestemming Cuba. Mijn moeder was een van de opvarenden. Eenmaal in Havana aangekomen verklaarde de Cubaanse regering dat de visa van de passagiers van de St. Louis niet geldig waren. Het schip dobberde nog een tijd voor de Amerikaanse kust om vervolgens terug te keren naar Europa.

Mijn grootouders hadden allemaal potjes en pannetjes bij zich, en bestek, want ze waren van plan een pension te beginnen op Cuba. Eigenlijk zou je dus kunnen zeggen dat ik de zoon van een Cubaanse hotelhouder ben. De geschiedenis had nauwelijks anders hoeven te lopen.

Een oom van mijn moeder wist wel Zuid-Amerika te bereiken. Hij had een visum voor Paraguay. Paraguay en Bolivia hebben in de jaren dertig relatief veel joodse vluchtelingen opgenomen. Na de oorlog namen ze weer veel nazi's op.

Die oom dacht dat Buenos Aires hem meer te bieden had dan Paraguay en illegaal stak hij de grens over.

In Buenos Aires begon hij, nog altijd illegaal, in 1940 een uitgeverij die zich specialiseerde in autoboeken en van die pockets met vijftig goocheltrucs voor beginners.

Hij zal als Duitser het Spaans niet echt machtig zijn geweest, maar de taal van de auto's en de goocheltrucs is internationaal.

Begin jaren vijftig reisde mijn moeder per vrachtschip naar Argentinië. Zij dacht erover zich bij haar familie te vestigen in Buenos Aires. Ze vond werk bij een exporteur van huiden en als ik me niet vergis heeft een leerlooier daar om haar hand gevraagd. Ik had dus ook, als mijn moeder een beetje had meegewerkt, de zoon van een Argentijnse leerlooier kunnen zijn. Ze werkte weer eens niet mee.

Ze keerde terug naar Nederland en trouwde met mijn vader.

Haar familie bleef in Buenos Aires.

Wel schreeuwde ze geregeld tegen haar kinderen en man, als het haar te veel werd, en het werd haar vaak te veel, “Ik pak mijn koffers en ik ga naar mijn familie in Argentinië.“

Hoe vaak ze haar koffers ook pakte, sinds de jaren vijftig heeft ze geen voet meer in Buenos Aires gezet.

Voor mij heeft Buenos Aires zijn magische klank behouden. Een toevluchtsoord voor als het misloopt in Europa.

Mijn moeders tante is in augustus 101 geworden en ik meende dat het tijd werd naar Buenos Aires af te reizen voor een klein bezoek. Bovendien moest ik mijn petekind en zijn moeder ophalen. Hun overwintering in Bolivia zat er weer o p. Ze zouden een paar maanden in Europa doorbrengen.

Twee dagen voor ik vertrok, overleed mijn moeders tante. Het was kennelijk niet de bedoeling dat ik haar in levenden lijve zou aantreffen.

Voor de herdenkingsbijeenkomst op maandagavond was ik wel op tijd. Die zou plaatsvinden bij de nicht van mijn moeder.

Haar huis in de wijk Palermo was somber. Er waren mannen die de gebeden zeiden. De familie zelf was, zoals dat gaat, steeds minder gelovig geworden. Ze stonden een beetje achteraan, alsof het hun niet echt aanging. Als je je geld verdient met het uitgeven van boeken met titels als Vijftig goocheltrucs voor beginners en Hoe repareer ik mijn Fiat 370? kun je niet oprecht in God blijven geloven.

Religie heeft haar sociale functies, maar het ware, alles doordringende geloven is iets voor arme mensen.

Na afloop van de herdenkingsbijeenkomst werd ik meegenomen naar een grote barbecue. Wat aangeeft hoe geassimileerd men was. Gelovige joden zijn hoe dan ook niet van de barbecues, en al helemaal niet als je in de rouw bent.

De worsten smaakten uitstekend, en de gesprekken over de Falkland-oorlog en het treurige einde van Jacobo Timmerman, een van de helden van Argentinië, waren boeiend.

Maar ik bleef benieuwd naar die goocheltrucs voor beginners. En daarover werd niet gesproken.

Terug in het hotel belde mijn moeder. De herdenkingsbijeenkomst interesseerde haar nauwelijks. Wat ze vooral wilde weten was: “Wie ziet er ouder uit, mijn nicht of ik?“

Haar uitzonderlijke leven heeft uiteindelijk één existentiële vraag opgeleverd: hoe oud denken de mensen dat ik ben?

Ik probeerde diplomatiek te antwoorden, maar het was nutteloos. “Jij vindt“, zei ze, “dat mijn nicht er jonger uitziet, ik hoor het aan je stem.“

Ik zou maar één week in Buenos Aires blijven en hoewel ik niet zo'n familiemens ben - wat heb je aan familie als je ook al geen vrienden hebt - wilde ik mijn moeders nicht nog een keer zien.

Na afloop van een lunch vroeg de nicht: “Zal ik je de uitgeverij laten zien?“

We reden naar het centrum. De uitgeverij, genaamd Cosmopolita S.R.L., was gevestigd in een klein pand. De etalage was gevuld met licht vergeelde boeken. Er werkten nog twee mensen. Een computer was niet aanwezig. De facturen werden met de hand geschreven. In het magazijn trof ik boeken aan die er prehistorisch uitzagen.

Achter het magazijn, in een soort van achterhuis, had de nicht van mijn moeder haar kantoor, dat uit een stoel, een tafel en een telefoon bestond. In een hoek stond een ouderwetse typemachine.

De nicht zei dat ze eigenlijk wilde ophouden met Cosmopolita S.R.L., maar dat niemand het wilde kopen, daarom was ze nu aan het afbouwen. Ze drukte per titel nog maar duizend exemplaren.

De avond voor ik Buenos Aires zou verlaten, was er een laatste eten met de hele familie in een visrestaurant. Aan mij was de eer het gesprek gaande te houden. Als een volleerd goochelaar deed ik mijn best.

“En wanneer werd je vader legaal?“ vroeg ik aan mijn moeders nicht.

“Pas in 1948“, zei ze. “Toen kocht hij de Argentijnse nationaliteit.“

Ik heb een zwak voor landen waar men identiteitsbewijzen voor een redelijke prijs kan bemachtigen.

Het gesprek stokte weer eens, dit keer zo rond 1948. Hoe ging het nou verder met die goocheltrucs?

De dochter van mijn moeders nicht was getrouwd met een psychiater die veel van tennissen hield. Die middag was hij naar de Davis Cup-wedstrijd tussen Argentinië en Zweden gegaan. Hij zat twee rijen voor Diego Maradona.

“Hoe gaat het met hem?“ vroeg ik.

De psychiater zei peinzend: “Hij zat weer onder de coke.“

“Wordt hij nog beter?“ vroeg ik beleefd.

De psychiater antwoordde, niet zonder treurnis in zijn stem: “Diego Maradona is kapot.“