Het beeld

In 1988 zat Rambo op een paard. De labiele Vietnamveteraan (Sylvester Stallone) had weinig meer te zoeken in Zuidoost-Azië en ging in de actiefilm Rambo III zijn voormalig bevelvoerend officier achter de Sovjet-linies uit krijgsgevangenschap bevrijden. In Afghanistan.

Het beeld duikt weer op in de aflevering van Zembla (VARA) van gisteren, getiteld Een levensgevaarlijke missie. Net als stukjes uit een oude tekenfilm van Asterix, een archieffilmpje met kinderen die hun vinger opsteken om in de gunst van de meester te blijven en de neerbuigende amateur-videoclip die Britse militairen in Basra maakten op de wijs van Is This the Way to Amarillo?

Het zijn merkwaardige elementen in een documentaire, althans: in een documentaire van de Nederlandse televisie. Want zulke retorische collagetechnieken kennen we wel uit politiek bevlogen, pamflettistische documentaires uit Amerika. Ze werden ontwikkeld in swingende compilatiefilms als The Atomic Café en vervolmaakt door Michael Moore, Bush' grootste audiovisuele vijand.

Je zou het niet verwachten in Zembla, dat ik vaak nogal saai, drammerig en visueel ongeïnspireerd vind. Maar de door Kees Schaap samengestelde aflevering zet al in de eerste commentaarzin de toon: “Laten we er eerlijk voor uitkomen: dit programma wil aantonen dat het uitzenden van Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan geen goed idee is.“

Ook de laatste zin ruikt naar een stellingname, tegen de PvdA, die in de laatste weken voor het parlementaire debat van tegenstander in voorstander van de missie veranderde en deze zo mogelijk maakte: “PvdA-buitenlandwoordvoerder Bert Koenders wilde niet met ons praten, omdat hij ons eenzijdig vond.“

Eerlijk gezegd bevalt deze demonstratieve afstand tot de objectieve televisiejournalistiek me wel. Zembla wordt zo, net als een film van Moore, een essayistische vergaarbak van weetjes, observaties, feiten, meningen en pikant beeld- en geluidsmateriaal, waarvan je de helft niet gelooft, maar waarvan de andere helft nog altijd te denken geeft.

Ik kende niet de beelden waarin krijgsheer Jan Mohammed, “onze' gastheer in Uruzgan, zijn voorkeur voor aantrekkelijke mannelijke krijgsgevangenen uitspreekt, die hem naar eigen zeggen aan zijn gerief moeten helpen. En ik had nooit het moment in de hoorzitting in de Tweede Kamer gezien, dat commissievoorzitter Henk de Haan (CDA) spreker en oorlogscorrespondent Arnold Karskens intimideert. Het kan in de montage uit zijn verband zijn gerukt, maar dan past het wel weer bij de informatie dat andere tegenstanders van de missie niet werden uitgenodigd om de Kamer te adviseren. Zembla zocht enkelen op: de hulpverleners met Afghanistan-ervaring Kees Rietveld en Wim van de Put en de Duitse expert Christof Hörstel. Ze voorspellen allen een rampzalige afloop. Rietveld: “Afghanen zijn heel goede krijgers, ze lopen harder dan de best getrainde marinier.“ Het aantal tegenstanders, dat minister Bot (Buitenlandse Zaken) op 100 tot 200 schatte, zou wel eens dichter bij “enige tienduizenden“ kunnen liggen. Rietveld hoopt dat onze jongens, net als de Romeinen bij het dorp van Asterix, in staat zullen zijn zich diep in te graven totdat de aflossing komt.