Henk

“De mommelaar peinsde“, zei meester Mo langzaam. “Zou hij de burgemeester verwittigen?“ Mommelaar, mommelaar, dacht Henk, dat woord bestond helemaal niet. Het moest natuurlijk mompelaar zijn.

De tafels stonden in rijen. Aan Henks linkerkant zat Hamid. Wat hij opschreef was net niet te lezen. Aan zijn rechterkant zat Amrita, die haar arm rond haar blaadje had gelegd, alsof er iemand bij háár zou willen afkijken. Uit haar tas stak een hoek van haar zwemdiploma dat ze een week geleden had gehaald. Ze was toch wel zielig, die Amrita

“Verwittigen, vraagteken“, zei de meester. “Iedereen klaar? Hier komt de volgende zin: De dienstmaagd opende de magnifieke poort schoorvoetend.“

Dienstmaagd, dienstmaagd? Dienstmeid, schreef Henk. De meester was in de war vandaag. Als hij zo'n rare bui had, kon je prima afkijken. Henk was klaar met schrijven. Hij krabde zich in zijn mouw. Een spiekbriefje kon je aan de binnenkant van je pols schrijven, alleen kende de meester die plek natuurlijk ook.

“Schoorvoetend, punt“, zei de meester. “Komt-ie weer, let op: De burgervader was hooglijk verbaasd, punt komma, zonder e-mail verspreidt erbarmelijk nieuws zich niet zo vlug.“

Ruby stak haar vinger op. “Mees?“ zei ze een beetje boos. “Ik snap niets van dit dictee, het lijkt wel geschiedenis.“ Meteen gingen er meer vingers de lucht in. Henk keek naar het plafond. Stel je voor dat je inbrak bij school, 's nachts, met ladders. Dan kon je een spiekbrief op het plafond plakken, zo groot als het hele lokaal. Aan behangerslijm viel wel te komen.

“Nog even doorzetten, jongens“, zei de meester. “Straks klap ik het bord open. Aan de achterkant staat dit hele dictee, jullie mogen het zelf nakijken. Afgesproken? Heeft iedereen alles tot nu toe? Ik herhaal de laatste zin.“

Henk keek weer naar zijn blaadje. Hij streepte “mompelaar' in de eerste zin door en maakte er “mopperaar' van. Je zou natuurlijk wel gaten in de reuzenspiekbrief moeten snijden, op de plek waar de tl-buizen zaten. En het moest goed vastzitten. Als het papier halverwege naar omlaag kwam, zou iedereen in de klas erdoor bedekt worden Misschien was een spiekbrief op de schoenzolen van diegene die voor je zat toch een beter idee. Maar met wat voor lijm moest dat dan? “De laatste zin“, zei de meester. “Helaas was hij zwak van gestel en stortte reutelend ineen.“

Even later klapte hij het bord open. De achterkant zag wit van het stof. De zinnen van het dictee waren uitgeveegd. Alleen aan de randen van het bord waren nog wat woordjes overgebleven. In het midden stond een groot hart, met een pijl er door. Aan de ene kant stond een H. Aan de andere kant een R.

Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Ruby.