Gletsjers Groenland smelten steeds sneller

De grote gletsjers van Groenland stromen steeds sneller naar zee. Van een aantal belangrijke gletsjers is de afvoersnelheid verdubbeld binnen een tijdsbestek van maar tien jaar. Er zijn sterke aanwijzingen dat het een gevolg is van een lokale opwarming. Als de trend zich handhaaft zullen de schattingen voor de zeespiegelrijzing in deze eeuw moeten worden aangepast.

Dat bericht het wetenschappelijke tijdschrift Science. Eric Rignot, verbonden aan het Jet Propulsion Laboratory in Californië, vergeleek samen met een collega interferentie-beelden van satelliet-opnames die in 1996, 2000 en in 2005 waren gemaakt. Van sommige toch al uitzonderlijk snel stromende gletsjers bleek de snelheid tussen 1996 en 2005 praktisch te zijn verdubbeld: van 6 naar 12 kilometer per jaar. Bovendien bleek het gebied waar de ijskap van Groenland 's zomers smelt aanzienlijk te zijn uitgebreid. Ook duurt het smeltseizoen er langer.

Er waren al eerder aanwijzingen voor gletsjer-versnelling gevonden maar dat bleef tot dusver beperkt tot het zuidelijk deel van Groenland, beneden 66 graden noorderbreedte. Daar is de opwarming het meest uitgesproken. Nu heeft de versnelling zich uitgebreid tot aan 70 graden noorderbreedte. Al langer wordt aangenomen dat Groenland meer water afvoert dan opslaat. De berekende netto afvoer is het afgelopen decennium opgelopen van 90 naar 220 kubieke kilometer per jaar.

De huidige zeespiegelrijzing wordt voor ruwweg de helft bepaald door de smeltende continentale gletsjers en de bijdrage van de ijskap op Groenland. De andere helft komt van het opwarmen en uitzetten van zeewater. Als de gehele ijskap van Groenland in zee zou glijden zou het niveau met een meter of zeven stijgen. Het is niet aannemelijk dat dit binnen duizend jaar gebeurt.

Mogelijk ontstaat de versnelde afvoer doordat veel smeltwater doordringt tot de bodem van de gletsjers waardoor de wrijving met de ondergrond vermindert. Ook zijn grote veranderingen waargenomen op de plaatsen waar de gletsjers in zee stromen. Vaak vormt zich daar een uitgestrekte drijvende 'ijstong' die - misschien - het wegstromen afremt. Op veel plaatsen zijn ijstongen opgebroken en verdwenen.